Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:HR:2026:1532

Medeplegen poging tot doodslag door onder invloed van alcohol in 2022 in Hattem een ander te slaan, op de grond te houden en tegen zijn hoofd te schoppen, art. 287 Sr. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Hoge Raad 29 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:HR:2026:1532 text/xml public 2026-09-29T15:47:52 2026-09-21 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-09-29 25/04214 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2025:7295 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1532 text/html public 2026-09-28T14:35:32 2026-09-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:1532 Hoge Raad , 29-09-2026 / 25/04214
Medeplegen poging tot doodslag door onder invloed van alcohol in 2022 in Hattem een ander te slaan, op de grond te houden en tegen zijn hoofd te schoppen, art. 287 Sr.

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/04214

Datum 29 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2025, nummer 21-005354-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,

hierna: de verdachte.
<nr>1</nr>Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem een schriftuur ingediend.
<nr>2</nr>Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
<nr>3</nr>Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2026.

Artikel delen