Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:HR:2026:1573

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Hoge Raad 28 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:HR:2026:1573 text/xml public 2026-09-28T10:34:31 2026-09-28 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-09-25 26/00110 Uitspraak Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1573 text/html public 2026-09-28T10:34:23 2026-09-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:1573 Hoge Raad , 25-09-2026 / 26/00110
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 26/00110

Datum 25 september 2026

ARREST

op het door [X] C.V. (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door A. van Velsen, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 25 november 2025, nr. 23/616.
<nr>1</nr>Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 17 juni 2026 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. Het griffierecht is niet voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft op 17 juli 2026 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid is gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in dit digitale dossier is eveneens op 17 juli 2026 een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 17 juli 2026.

Belanghebbende heeft van de hiervoor bedoelde gelegenheid geen gebruik gemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.
<nr>2</nr>Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
<nr>3</nr>Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026.

Artikel delen