Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 24 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:OGAACMB:2026:57
Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
24-08-2026
Datum publicatie
24-08-2026
Zaaknummer
AUA202502665
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:OGAACMB:2026:57text/xmlpublic2026-08-24T16:24:552026-08-24Raad voor de RechtspraaknlGerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba2026-07-22AUA202502665UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLBestuursrecht; AmbtenarenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2026:57text/htmlpublic2026-08-24T16:23:372026-08-24Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:OGAACMB:2026:57 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 22-07-2026 / AUA202502665 DEA - inpassing nieuw formatie (bovenbezoldigd)
Uitspraak van 22 juli 2026
Gaza nr. AUA202502665 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar in de zin van
de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van: [Klager], wonend te Aruba,
KLAGER,
gemachtigde: mr. L.A. Hernandis, tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA, zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. T.J.T. Loopstok (DWJZ). INLEIDING1.1 Bij landsbesluit van 29 juli 2025 no. 14 (het bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten om klager met ingang van 1 januari 2024 boven bezoldigd in te passen in de nieuwe formatiestructuur van het Departamento di Enseñansa Aruba (DEA) in de functie van medewerker ICT (schaal 12, dienstjaar 7). 1.2 Hiertegen heeft klager op 25 augustus 2025 bezwaar gemaakt bij het gerecht. 1.3 Verweerder heeft op 17 oktober 2025 de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend. 1.4 Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 12 januari. Klager is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. 1.5 Verweerder heeft op 2 februari 2026 desgevraagd stukken ingediend en heeft op 2 maart 2026 aanvullende stukken ingediend. 1.6 Het gerecht heeft de behandeling van de zaak op 9 februari 2026 voortgezet. Klager is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. 1.7 De uitspraak is vervolgens nader bepaald op vandaag. OVERWEGINGENWat is relevant om te weten?2.1 Klager is ambtenaar en werkzaam bij het DEA. Hij vervulde daar de functie van Chef informatietechnologie en bekleedt sinds 1 februari 2014 de rang van referendaris (schaal 12). 2.2 In het kader van de reorganisatie van DEA is bij ministerraadbeslissing van 22 december 2023 het formatierapport goedgekeurd. 2.3 Bij instellingsbesluit van 12 januari 2024 is de implementatiedatum van de nieuwe organisatie vastgesteld op 1 januari 2024. 2.4 In het nieuwe formatierapport is de functiebenaming van Chef informatietechnologie vervangen door Medewerker ICT. Deze functie is in de nieuwe formatiestructuur gewaardeerd op maximaal schaal 10. 2.5 Het Departamento Recurso Humano (DRH) heeft geadviseerd klager met ingang van 1 januari 2024 boven bezoldigd in te passen in de functie van Medewerker ICT. 2.6 Bij bestreden landsbesluit van 29 juli 2025 heeft verweerder besloten om klager met ingang van 1 januari 2024 boven bezoldigd in te passen in de nieuwe formatiestructuur van het DEA in de functie van medewerker ICT (schaal 12, dienstjaar 7). Wat vindt klager?
3. Klager kan zich niet verenigen met het bestreden landsbesluit. Hij voert aan dat verweerder heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Volgens klager had hij moeten worden ingepast in de functie van Hoofd Bedrijfsvoering, omdat hij aan alle voor die functie gestelde vereisten voldoet en bovendien de enige kandidaat was die daarop heeft gesolliciteerd. Daarnaast betwist klager het standpunt van verweerder dat zijn voormalige functie van Chef informatietechnologie gelijkgesteld kan worden aan de functie van Medewerker ICT. Hij stelt dat een chef-functie, gelet op de aard van de werkzaamheden, de verantwoordelijkheden en de hiërarchische positie, niet gelijk kan worden gesteld aan een medewerkerfunctie. Klager wijst er voorts op dat de functie van Chef informatietechnologie in de nieuwe formatie is vervangen door de functie van Medewerker ICT, waaraan een lagere functieschaal is verbonden, namelijk een maximale waardering van schaal 10. Volgens klager brengt deze functiewijziging mee dat verweerder het uitgangspunt ‘mens volgt taak’ niet op de juiste wijze heeft toegepast. Ten slotte voert klager aan dat verweerder hem ten onrechte boven bezoldigd heeft ingepast, nu een dergelijke wijze van inpassing volgens hem geen grondslag vindt in de Bezoldigingsregeling Aruba 1986. Wat vindt verweerder?
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat klager overeenkomstig de uitgangspunten van de generieke plaatsingsprocedure in de nieuwe organisatiestructuur is ingepast. Daarbij is het uitgangspunt ‘mens volgt taak’ toegepast. Volgens verweerder is de functie van Chef informatietechnologie in de nieuwe formatie gewijzigd in de functie van Medewerker ICT, zodat klager terecht in die functie is geplaatst. Voorts voert verweerder aan dat klager is geplaatst in de functie van zijn tweede voorkeur. Voor de functie van Hoofd Bedrijfsvoering wordt klager niet geschikt geacht, omdat hij volgens verweerder niet voldoet aan de voor die functie vereiste leiderschapscompetenties en houding. Volgens verweerder is de reorganisatie zorgvuldig uitgevoerd en is de plaatsing van klager gebaseerd op de nieuwe organisatiestructuur, de functievereisten en de aansluiting van de functie van Medewerker ICT bij de werkzaamheden die klager vóór de reorganisatie verrichtte. Wat is het wettelijk kader? 6.1 Ingevolge artikel 5 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht geschieden aanstelling in vaste of in tijdelijke dienst. 6.2 Ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht geschieden aanstelling en bevordering, voor zover daaromtrent regels zijn vastgesteld, overeenkomstig die regels. 6.3 Ingevolge artikel 17, eerste lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht geschiedt de bezoldiging van de ambtenaar overeenkomstig de daarvoor vastgestelde regels. Beoordeling 7.1 Het gerecht stelt voorop dat het de overheid in beginsel vrijstaat zijn organisatie in te richten op de wijze die haar, gelet op gewijzigde organisatorische inzichten en de behoeften van de dienst, aangewezen voorkomt. Tot die beleidsvrijheid behoort ook de bevoegdheid om functies te wijzigen, samen te voegen, op te heffen of anders te waarderen in het kader van een reorganisatie. De rechter toetst een dergelijk besluit terughoudend. 7.2.1 Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de functie van Chef informatietechnologie in de nieuwe organisatiestructuur is opgegaan in de functie van Medewerker ICT en dat klager met toepassing van het uitgangspunt ‘mens volgt taak’ in die functie is geplaatst. Ter beoordeling van deze stelling worden de oude en nieuwe functiebeschrijvingen betrokken. 7.2.2 Uit het functie-inventarisatieformulier volgt dat de functie van Chef informatietechnologie was gepositioneerd binnen de onderafdeling informatietechnologie en was belast met het algemene leidinggeven aan deze onderafdeling, bestaande uit twee ondergeschikten. Tot de taken behoorden onder meer personeelsplanning, inzet van personeel, het toekennen van vakantiedagen en de afhandeling van ziekmeldingen. Daarnaast omvatte de functie werkzaamheden op het gebied van automatiseringsbeleid (circa 30%), leidinggeven (circa 40%), uitvoering en administratie (circa 15%) en coördinatie en planning (circa 15%). De functie kenmerkte zich daarmee door een substantiële leidinggevende en coördinerende component naast inhoudelijke ICT-werkzaamheden. 7.2.3 Uit de nieuwe formatiestructuur volgt dat de functie van Medewerker ICT is gepositioneerd binnen de afdeling bedrijfsvoering en is gericht op de uitvoering en ondersteuning van het ICT-beleid en ICT-securitybeleid, alsmede op het beheer en de ontwikkeling van de geautomatiseerde technische infrastructuur. Voorts verricht de medewerker werkzaamheden in het kader van ICT-projecten en aanschaftrajecten. Deze functie is gewaardeerd op HBO-werk- en denkniveau en kent geen leidinggevende verantwoordelijkheid. 7.2.4 Gelet op de inhoud, het niveau en de aard van de werkzaamheden verschilt de functie van Medewerker ICT van de voormalige functie van Chef informatietechnologie, in het bijzonder waar het de leidinggevende en personele verantwoordelijkheden betreft. Daarmee is geen sprake van een volledige voortzetting van de oude functie in de nieuwe functie. Dat neemt echter niet weg dat de nieuwe functie van Medewerker ICT in het verlengde ligt van het ICT-inhoudelijke deel van de voormalige functie. Verweerder heeft zich daarom op het standpunt mogen stellen dat klager binnen de nieuwe organisatiestructuur met toepassing van het uitgangspunt ‘mens volgt taak’ in die functie is geplaatst. 7.3 Klager heeft daarnaast aangevoerd dat hij in aanmerking had moeten worden gebracht voor de functie van Hoofd bedrijfsvoering, zijnde zijn eerste voorkeur. 7.3.1 Deze functie betreft een integraal leidinggevende functie binnen de afdeling bedrijfsvoering, die is belast met de aansturing van meerdere disciplines, waaronder ICT, financiën en documentaire en digitale informatievoorziening, alsmede met de verantwoordelijkheid voor de voortgang en kwaliteit binnen deze onderdelen. Voor deze functie is een WO-werk- en denkniveau vereist en deze functie omvat het integraal management van de afdeling, waaronder het leidinggeven aan de medewerkers binnen de verschillende disciplines. Verweerder komt bij de invulling van een dergelijke leidinggevende functie beoordelingsruimte toe bij de selectie van de meest geschikte kandidaat, in het bijzonder waar het gaat om leidinggevende en organisatorische competenties. De enkele omstandigheid dat klager heeft gesolliciteerd en stelt te voldoen aan de functie-eisen, betekent niet dat hij aanspraak heeft op benoeming in die functie. Niet is gebleken dat verweerder niet heeft mogen oordelen dat klager niet beschikte over de voor deze functie vereiste leiderschapscompetenties en managementvaardigheden. 7.4 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verweerder klager in redelijkheid heeft kunnen plaatsen in de functie van Medewerker ICT en dat niet is gebleken dat verweerder gehouden was klager te plaatsen in de functie van Hoofd bedrijfsvoering. 7.5 Het betoog van klager dat voor de aanstelling “boven bezoldigd” geen wettelijke basis bestaat, kan hem niet baten, nu honorering van dat betoog ertoe zou leiden dat hij niet in schaal 12 maar in schaal 10 zou moeten worden benoemd. 7.6 Het bezwaar is ongegrond. BESLISSING De rechter in dit gerecht: - verklaart het bezwaar ongegrond. Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door M.R. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz). Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen: als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen 30 dagen na de dag van de uitspraak; in de andere gevallen: binnen 30 dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak. De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval: het hoger beroepschrift indienen in tweevoud; een afschrift van deze uitspraak bijvoegen; vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden). Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend. Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.