Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 3 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:OGEABES:2026:187
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
03-08-2026
Datum publicatie
03-08-2026
Zaaknummer
BON202500372
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:OGEABES:2026:187text/xmlpublic2026-08-03T15:42:122026-08-03Raad voor de RechtspraaknlGerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba2026-07-22BON202500372UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:187text/htmlpublic2026-08-03T15:41:502026-08-03Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:OGEABES:2026:187 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 22-07-2026 / BON202500372 Verlenging ondertoezichtstelling met een jaar.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire Registratienummers: BON202500372
datum beslissing: 22 juli 2026 op verzoek van: ZORG EN JEUGD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,hierna ook: ZJCN, met betrekking tot de minderjarige: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige]. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de moeder],
wonende te Bonaire,hierna: de moeder, en [de vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad). 1De procedure1.1. Voor het verloop van de procedure tot 1 april 2026 wordt verwezen naar
de beschikking van die datum. In die beschikking is het verzoek tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] afgewezen. 1.2. Op 24 juni 2026 heeft ZJCN op de griffie een verzoekschrift ingediend om de
ondertoezichtstelling met een jaar te verlengen. 1.3. Op 29 juni 2026 heeft [medewerker voogdijraad 1] van de Voogdijraad het
gerecht een e-mail gestuurd waarin zij aangeeft dat de Voogdijraad een verlenging van de ondertoezichtstelling passend vindt. Zij adviseert de intensieve zorg niet af te bouwen. 1.4. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 juli 2026. Daarbij
zijn de ouders verschenen. Namens ZJCN zijn [medewerker ZJCN 1] en [medewerker ZJCN 2] verschenen. [Medewerker voogdijraad 2] was namens de Voogdijraad aanwezig. 1.5. Na de mondelinge behandeling heeft de rechter direct uitspraak gedaan. 2De feiten2.1. De moeder heeft eenhoofdig gezag over [de minderjarige]. De vader en de moeder wonen niet samen. 2.2. Op 27 april 2025 is [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van ZJCN. Op 25 juli 2025 is [de minderjarige] definitief onder toezicht gesteld van ZJCN voor de duur van een jaar. 2.3. Sinds 22 april 2026 woont [de minderjarige] volledig bij zijn moeder. 3Het verzoek en de beoordeling. Het verzoek 3.1. ZJCN heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] met een jaar te verlengen. Aan het verzoek heeft ZJCN ten grondslag gelegd dat is gebleken dat er nog steeds grote zorgen zijn en dat de moeder onvoldoende in staat is gebleken om de ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] zelfstandig en duurzaam af te wenden. Daarnaast is er nog veel aandacht nodig voor het vergroten van de veiligheid, stabiliteit en ontwikkelingsmogelijkheden voor [de minderjarige]. De situatie blijft kwetsbaar en is sterk afhankelijk van de begeleiding. De beoordeling 3.2. Het verzoek wordt als volgt beoordeeld. Op grond van artikel 1:254 BW BES juncto artikel 1:258 lid 1 BW BES kan de rechter in eerste aanleg een minderjarige onder toezicht stellen als die zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. De termijn van de ondertoezichtstelling beslaat hoogstens een jaar en kan telkens door de rechter in eerste aanleg verlengd worden met een jaar. 3.3. Uit het verzoekschrift van ZJCN komt naar voren dat er in de afgelopen periode positieve ontwikkelingen aan de zijde van moeder zichtbaar zijn, zoals verantwoordelijkheid nemen voor de medicatie voor [de minderjarige] en contact onderhouden met de kinderarts, alsmede het goed uitvoeren van de nachtroutine. Op school wordt gezien dat [de minderjarige] goed functioneert binnen kleine en overzichtelijke groepen en dat hij rustiger en respectvoller gedrag laat zien. Ook zijn er positieve ontwikkelingen zichtbaar in zijn emotieregulatie. De omgang met de vader blijft zorgelijk. Vader toont beperkt inzicht in de behoeften van [de minderjarige], houdt zich onvoldoende aan de afspraken en werkt beperkt samen met de hulpverlening. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de moeder de verlenging met een jaar te lang vindt en voornemens is met [de minderjarige] naar Curaçao te verhuizen. Daar heeft [de minderjarige] nog twee halfbroers wonen. De moeder wil de kinderen met elkaar herenigen op Curaçao. Ook is gebleken dat de moeder gemotiveerd is om de volledige opvoeding van [de minderjarige] op zich te nemen. De rol van [pleegouder] als zzp’er blijkt zeer belangrijk. [de minderjarige] heeft een goede band met hem. De moeder heeft ter zitting verteld dat [pleegouder] van grote waarde is voor haar en [de minderjarige]. ZJCN heeft tijdens de mondelinge behandeling het verzoek toegelicht. ZJCN wil de komende periode gebruiken om de intensieve begeleiding stapsgewijs af te bouwen en daarvoor is tijd nodig. Het gerecht overweegt dat [de minderjarige] zich nog in een kwetsbare positie bevindt en dat ondersteuning vanuit jeugdzorg voorlopig noodzakelijk blijft. Alhoewel de situatie een stuk beter is dan een jaar geleden, zijn de doelstellingen om de ontwikkelingsdreiging af te wenden nog niet volledig behaald en is tijd nodig om de moeder de volledige verantwoordelijkheid te geven over de opvoeding van [de minderjarige]. 3.4. Op grond van het voorgaande is het gerecht van oordeel dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog onverminderd aanwezig zijn. De gestelde doelen binnen het hulpverleningstraject van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald en kunnen vooralsnog niet anders dan in een gedwongen kader worden bereikt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Het gerecht begrijpt dat de moeder een verlenging van de ondertoezichtstelling met een jaar lang vindt, maar acht deze termijn noodzakelijk om rust en stabiliteit voor [de minderjarige] te bereiken. 4
4. De beslissing Het gerecht: 4.1. verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] voor de duur van een jaar, dat wil zeggen tot 25 juli 2027, en bepaalt dat ZJCN belast blijft met het toezicht; 4.2. verstaat dat de griffier de beslissing onder 4.1 aantekent in het gezagsregister; 4.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, mondeling uitgesproken op 22 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op schrift gesteld op 24 juli 2026.