Beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaarschriften van eiseres tegen een aan vergunninghouder verleende bouwvergunning.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 29 July 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2015:45
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
29-07-2026
Datum publicatie
29-07-2026
Zaaknummer
Lar: 2014/70035
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
ECLI:NL:OGEAC:2015:45text/xmlpublic2026-07-29T12:58:052026-07-29Raad voor de RechtspraaknlGerecht in eerste aanleg van Curaçao2015-05-26Lar: 2014/70035UitspraakBodemzaakEerste aanleg - enkelvoudigNLBestuursrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2015:45text/htmlpublic2026-07-29T12:56:492026-07-29Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:OGEAC:2015:45 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 26-05-2015 / Lar: 2014/70035 Beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaarschriften van eiseres tegen een aan vergunninghouder verleende bouwvergunning.
Landsverordening administratieve rechtspraak Uitspraak: 26 mei 2015
Zaaknr. Lar: 2014/70035 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Uitspraak op het beroepschrift van: [naam eiseres]
eiseres,
gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk, in het geschil tussen eiseres en: DE MINISTER VAN VERKEER, VERVOER EN RUIMTELIJKE PLANNING
verweerder,
gemachtigde: mr. L.M. Virginia. 1Loop van het geding1.1 Bij beschikkingen van 17 december 2010, 7 maart 2013 en 5 juli 2013 heeft
verweerder bouwvergunningen verleend aan de eigenaar van het perceel dat aan het perceel van eiseres grenst. 1.2 Tegen voormelde bouwvergunningen heeft eiseres bezwaarschriften ingediend bij verweerder op 24 september 2013 en 2 april 2014. 1.3 Eiseres heeft tegen de weigering om op deze bezwaarschriften te beslissen op 11 september 2014 een beroepschrift ingediend ter griffie van het Gerecht. 1.4 Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. 2Beoordeling2.1 Artikel 3, tweede lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) bepaalt dat met een beschikking wordt gelijkgesteld een weigering om een beschikking te geven. Het derde lid van artikel 3 bepaalt dat de beschikking geldt als geweigerd indien de wettelijk gestelde termijn voor het geven daarvan is verstreken zonder dat een beschikking is gegeven of -bij het ontbreken van zulk een termijn- wanneer niet binnen redelijke tijd een beschikking is gegeven. 2.2 Artikel 16, eerste lid, van de Lar bepaalt dat het beroepschrift wordt ingediend binnen zes weken na de dag waarop de beschikking is gegeven, of geldt als geweigerd. 2.3 Artikel 69, eerste lid, van de Lar bepaalt dat het bestuursorgaan uiterlijk vier maanden na de datum van indiening van het bezwaarschrift daarop een beslissing neemt. Deze termijn kan, onder kennisgeving aan de bezwaarde en de andere partijen, eenmaal met ten hoogste dertig dagen worden verlengd. 2.4 Het onderhavige beroep is gericht tegen het uitblijven van een beslissing op de bezwaarschriften die eiseres op respectievelijk 24 september 2013 en 2 april 2014 bij verweerder heeft ingediend. Gelet op het bepaalde in artikel 69, eerste lid, van de Lar had verweeder binnen vier maanden na de indieningsdatum van de bezwaarschriften daarop dienen te beslissen. Tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar kon eiseres ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Lar binnen zes weken beroep instellen bij het Gerecht. 2.5 Eiseres heeft het onderhavige beroep op 11 september 2014 ingesteld, derhalve na het verlopen van de beroepstermijn die voor de weigering om te beslissen op het bezwaar van 24 september 2013 gold. Gelet daarop zal het Gerecht het beroep, voor zover gericht tegen die weigering, niet-ontvankelijk verklaren. 2.6 Verweerder heeft nagelaten om binnen vier maanden te beslissen op het bezwaarschrift van 2 april 2014. Evenmin is gebleken dat eiseres in kennis is gesteld van een verlenging van de beslistermijn. Tegen het uitblijven van een beslissing op dat bezwaar heeft eiseres binnen de daarvoor geldende beroepstermijn beroep ingesteld. Om die reden zal het Gerecht het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op dat bezwaar gegrond verklaren en verweerder opdragen om binnen twee maanden na het doen van deze uitspraak alsnog op dat bezwaar te beslissen. 2.7 Er is aanleiding het Land Curaçao te veroordelen tot betaling van een bedrag van NAf 175,= ter vergoeding van de proceskosten (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, waarde per punt NAf 700,=, wegingsfactor 0,25 in verband met de relatieve eenvoud van de zaak). Voorts zal het Gerecht bepalen dat het Land Curaçao het griffierecht ter hoogte van NAf 150,= dient te vergoeden. 3Beslissing Het Gerecht:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover dat gericht is tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift van 24 september 2013;
- verklaart het beroep voor het overige gegrond;
- vernietigt de weigering te beschikken op het bezwaarschrift van 2 april 2014;
- bepaalt dat verweerder binnen twee maanden na dagtekening van deze uitspraak alsnog op dat bezwaarschrift zal beslissen;
- bepaalt dat het Land Curaçao de proceskosten dient te vergoeden ten bedrage van NAf 175,= (honderdvijfenzeventig Nederlands-Antilliaanse guldens);
- bepaalt dat het Land Curaçao het griffierecht dient te vergoeden ten bedrage van NAf 150,= (honderdvijftig Nederlands-Antilliaanse guldens). Aldus vastgesteld door mr. N.M. Martinez en bekend gemaakt te Curaçao op 26 mei 2015 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat verzet open binnen twee weken na de dag van bekendmaking van de uitspraak. Zie artikel 80 van de Lar.