Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:OGEAC:2025:356

Vrijspraak mensensmokkel. Het bootje met mensen die vanuit Venezuela op weg waren naar Curaçao, heeft schipbreuk geleden. Een aantal mensen is gered in internationale wateren en naar Curaçao vervoerd. De verdachte heeft het bootje in Curaçao staan opwachten, en heeft op enig moment zelf de Kustwacht gealarmeerd. Het is de vraag of de verdachte daarmee het zich verschaffen van de illegale toegan...

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 31 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:OGEAC:2025:356 text/xml public 2026-07-31T10:44:19 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 2025-07-07 500.00220/25 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:356 text/html public 2026-07-31T10:43:33 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGEAC:2025:356 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 07-07-2025 / 500.00220/25
Vrijspraak mensensmokkel. Het bootje met mensen die vanuit Venezuela op weg waren naar Curaçao, heeft schipbreuk geleden. Een aantal mensen is gered in internationale wateren en naar Curaçao vervoerd. De verdachte heeft het bootje in Curaçao staan opwachten, en heeft op enig moment zelf de Kustwacht gealarmeerd. Het is de vraag of de verdachte daarmee het zich verschaffen van de illegale toegang door de opvarenden zou hebben bevorderd of vergemakkelijkt. Uit niets volgt dat de verdachte een rol heeft gehad bij het organiseren van het transport vooraf. Ook is niet gebleken dat hij de opvarenden in Curaçao verder zou vervoeren, van (valse) papieren zou voorzien of anderszins zou helpen. Het Gerecht laat deze vraag echter onbeantwoord. Uit het dossier blijkt dat Curaçao (het grondgebied van Curaçao, met inbegrip van de territoriale zee) niet is bereikt. Van het zich verschaffen van toegang tot Curaçao, of een staat die is toegetreden tot het protocol, is dus geen sprake geweest.

Verdachte wordt wel veroordeeld voor het medeplegen van de uitvoer van cocaïne door een bolletjesslikker die naar Brussel is gevlogen. Daarnaast het verbouwen en aanwezig hebben van hennep.

Parketnummer: 500.00220/25

Uitspraak: 7 juli 2026 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats],

thans gedetineerd te Curaçao.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft in eerste instantie plaatsgevonden op 23 januari 2026. Op 13 februari 2026 heeft het Gerecht een tussenvonnis gewezen en het onderzoek heropend, waarna het onderzoek ter terechtzitting is voortgezet op de zittingen van 13 maart 2026 en 17 juni 2026.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. K. Hara, en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.M. Tromp, advocaat op Curaçao, naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:

Feit 1 primair

dat hij, verdachte, (al dan niet als opdrachtgever en/ of tussenpersoon) op of omstreeks 29 maart 2025, althans in de maand maart 2025 te Curaçao, tezamen en in verenging met medeverdachte [medeverdachte] en/of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben uitgevoerd, dan wel laten uitvoeren, al dan niet opzettelijk heeft/hebben uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening, in elk geval in haar/hun bezit heeft/hebben gehad en/of aanwezig heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben aangewend, ongeveer 485 gram cocaïne (en/of 33 bolletjes inhoudende cocaïne), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne, (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 van de Opiumlandsverordening;

Feit 1 subsidiair

dat hij, verdachte, op of omstreeks 29 maart 2025, althans in de maand maart 2025 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een feit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel A, B of D van de Opiumlandsverordening 2024, te weten,

het opzettelijk in, uit of doorvoeren en/of

het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten(en) heeft getracht te verschaffen, en/of (een) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, waarvan hij ,verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat het/zij bestemd was/ waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en aldaar ter voorbereiding en/of bevordering van de uitvoer en/of aflevering en/of vervoer van hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans van enig bereiding van cocaïne, zijnde (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 van de Opiumlandsverordening 2024, onder meer,

- telefoongesprekken en/of Whatsapp berichten gevoerd met medeverdachte [medeverdachte] en/of een of meer (onbekende gebleven) perso(o)n(en) (over het transport en/of organisatie van de smokkel), en/of

- in opdracht van hem, verdachte, en/of in overleg met die [medeverdachte], berichten en/of instructies doorgegeven aan een/of meer anderen/koeriers, en/of

- contact onderhouden met een ander of anderen/koeriers in verband met de voorgenomen smokkel, en/of

- gegevens verstrekt en/of beschikbaar gesteld die gebruikt zijn voor het boeken van vliegtickets ten behoeve van een ander of anderen/koeriers, en/of

- aanwijzingen en/of inlichtingen geven aan een ander of anderen/koeriers ten behoeve van bovengenoemde transporten van verdovende middelen;

Feit 1 meer subsidiair

dat [medeverdachte] (al dan niet als opdrachtgever en/of tussenpersoon) en/of een of meer anderen, op of omstreeks 29 maart 2025 te, althans in de maand 2025 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 2024 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in haar/hun bezit heeft/hebben gehad en/of aanwezig heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben aangewend, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 2024;

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 29 maart 2025, althans in de maand maart 2025, opzettelijk behulpzaam is geweest, hebbende hij, verdachte, toen en aldaar, onder meer

telefoongesprekken en/of Whatsapp berichten gevoerd met medeverdachte [medeverdachte] en/of een ander of anderen (over het transport en/of organisatie van de smokkel), en/of

in opdracht van hem, verdachte, en/of in overleg met die [medeverdachte] berichten en/of instructies doorgegeven aan een of meer anderen/koeriers, en/of

contact onderhouden met een ander of anderen/koeriers in verband met de voorgenomen smokkel, en/of

gegevens verstrekt en/ of beschikbaar gesteld die gebruikt zijn voor het boeken van vliegtickets ten behoeve van een ander of anderen/koeriers, en/of

aanwijzingen en/of inlichtingen geven aan een ander of anderen/koeriers ten behoeve van bovengenoemde transporten van verdovende middelen;

Feit 2 primair

hij op of omstreeks 19 september 2025, althans in of omstreeks de maand september 2025 te Curaçao, in een perceel (gelegen te [adres]) tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] en/of een of meer anderen, althans alleen, (telkens) al dan niet opzettelijk heeft verbouwd, ongeveer honderdzeventien (117), althans een (grote) hoeveelheid planten van het geslacht Cannabis;

Feit 2 subsidiair

hij op of omstreeks 19 september 2025, althans in of omstreeks de maand september 2025 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in haar/hun bezit en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid hennep, in de vorm van honderdzeventien (117) (hennep)planten (met en/of zonder bloeiende toppen), althans (een) hoeveelheid/-heden (van een materiaal bevattende) hennep, althans van enige bereiding, waaraan de hars, die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, zijnde hennep een middel als bedoeld in artikel 1 van de Opiumlandsverordening;

Feit 3

hij op of omstreeks 19 september 2025, althans in of omstreeks de maand september 2025 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk in haar bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 60 gram, in elk geval en hoeveelheid, hennep, althans hars die uit hennep wordt getrokken, althans een gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt (zoals hashish), zijnde hennep een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening.

Feit 4

dat hij op of omstreeks 4 maart 2025, althans in de maanden februari en maart 2025, in Curaçao en/of Venezuela, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een en/of meer (minderjarige) perso(o)n(en), te weten:

[persoon 1], en/of

[persoon 2], en/of

[persoon 3], en/of

[persoon 4], en/of

[persoon 5], en/of

[persoon 6], en/of

[persoon 7], en/of

[persoon 8], en/of

[persoon 9], en/of

[persoon 10], en/ of

[persoon 11], en/of

[persoon 12], en/of

[persoon 13], en/of

[persoon 14], en/of

[persoon 15], en/of

[persoon 16], en/of

[persoon 17], en/of

[persoon 18], en/of

[persoon 19], en/of

[persoon 20], en/of

[persoon 21], en/of

[persoon 22],

behulpzaam is/zijn geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Curaçao en/of een staat die is Curaçao en/of een staat die is toegetreden tot op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/ of die ander (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist (en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededaders, althans hij, verdachte (tegen betaling):

met een ander of anderen (te Curaçao) (telefonische) contact onderhouden, teneinde die person(en) op te (laten) halen bij aankomst (aan land) te Curaçao, en/of

(telkens) (in Venezuela) (telefonisch) contact onderhouden met zijn mededader en/of familieleden van die personen en/of een ander of anderen over de voorbereiding en/of uitvoering van de illegale overtocht van die perso(o)n(en), en/of

aan die perso(o)n(en) (gedurende de illegale overtocht) instructies en/of aanwijzingen gegeven, en/of

(aldus) de reis en/of het transport naar/in en/of de toegang tot en/of het verblijf in Curaçao van die perso(o)n(en) heeft/hebben georganiseerd en/of gefaciliteerd en/of gecoördineerd, althans mogelijk gemaakt, als zijnde organisator van de illegale overtocht en/of (mede)bestuurder van dat vaartuig, die personen vervoerd,

terwijl als gevolg hiervan levensgevaar voor een of meer van die perso(o)n(en) te duchten was, althans de veiligheid van die perso(o)n(en), in gevaar is gebracht, omdat

de smokkel plaatsvond op een yola boot met daarop meerdere personen, waarvan algemeen bekend is dat dit gevaarlijk is, en/of

al dan niet door een sterke stroming, met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen tot gevolg, althans een hoog risico daarop, aangezien geen van die perso(nen) een reddingsvest aan had en/of er geen reddingsvesten aan boord waren voor die perso(o)n(en), en/of

welk feit de dood van een of meer van die perso(o)n(en) ten gevolge heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het Gerecht deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
Vrijspraak voor feit 4
Inleiding – feiten en omstandigheden

Uit het dossier blijkt het volgende. De Kustwacht kreeg in de vroege ochtend van

4 maart 2025 een melding binnen over een vaartuig met 18 personen dat onderweg was van Venezuela naar Curaçao, maar vermist was geraakt. Deze melding werd gedaan door ‘[bijnaam verdachte]’. De Kustwacht is gaan zoeken en trof iets na het middaguur op ongeveer 13 zeemijl vanuit Santa Martha een half ondergelopen Yola aan met registratienummer [registratienummer]. Het bootje bevond zich op dat moment, blijkens het aanvullend proces-verbaal van de Kustwacht, in internationale wateren.

Een reddingsoperatie werd uitgevoerd, door de Metal Shark en een helikopter. De Kustwacht helikopter heeft zes personen van die boot aan land gebracht. Het ging om vijf vrouwen, van wie er een geen teken van leven meer gaf, en een man. Vier personen die nog in het bootje zaten, zijn met de Metal Shark naar de Marinebasis Parera gebracht. Deze mannen waren in zwakke fysieke staat en vertoonden zichtbare tekenen van uitdroging en zonnebrand.

De negen overlevenden zijn door de politie gehoord. Zij hebben ieder voor zich verklaard over de reden waarom en de wijze waarop zij van Venezuela naar Curaçao zijn gereisd, wat zij voor de reis hebben betaald en wat zij onderweg hebben meegemaakt. Uit hun verklaringen gevoegd bij de familieleden van vermisten die zich bij het CMC hebben gemeld, is gebleken dat veertien personen onderweg op zee vermist zijn geraakt. Zij zijn niet meer teruggevonden.

Onder de overlevenden waren [betrokkene 1] (bijgenaamd [bijnaam betrokkene 1]) en [betrokkene 2]. Zij zijn op 23 december 2025 door het Gerecht in eerste aanleg (inmiddels onherroepelijk) veroordeeld voor hun aandeel in deze overtocht als kapitein/organisator respectievelijk medeorganisator.

Uit onderzoek is gebleken dat de melder ‘[bijnaam verdachte]’, de verdachte is. Hij heeft op

4 maart 2025 meermalen contact gehad met de Kustwacht, en in die gesprekken aangegeven dat een vaartuig uit San Jose de la Costa was vertrokken met achttien mensen aan boord. Ze waren vertrokken zonder satelliettelefoon, en later had hij begrepen dat de motor defect was geraakt. Nu is hij gestuurd om de Kustwacht te alarmeren.

Standpunten

De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van feit 4.

In de visie van het openbaar ministerie had de verdachte niet alleen wetenschap van de illegale overtocht, maar had hij ook het telefoonnummer van de organisatie uit Venezuela, was hij op de hoogte van vertrek en aankomst van de boot en had hij de concrete opdracht gekregen om de gesmokkelde personen op Curaçao op te wachten en verder te begeleiden. Door als contactpersoon op te treden is de verdachte behulpzaam geweest aan de georganiseerde mensensmokkel, naar het oordeel van het openbaar ministerie.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van feit 4.

De verdachte heeft op de terechtzitting van 23 januari 2026 verklaard dat hij inderdaad op 4 maart 2025 contact heeft opgenomen met de Kustwacht, dat hij wist dat er een boot uit Venezuela aan zou komen en dat die boot kwijt was. Hij moest een persoon laten zien hoe ze naar de straat moesten lopen. Hij ging ze niet ophalen. Hij was zelf met de bus naar de locatie gegaan.

Op de terechtzitting van 17 juni 2026 heeft de verdachte verklaard dat hij contact heeft gehad met de kapitein voordat de boot uit Venezuela is vertrokken. Hij is in de nacht van 2 maart 2005 naar de locatie gegaan waar de boot zou aankomen, maar de boot is niet aangekomen. Hij is de dag erna opnieuw gaan kijken. Op 4 maart 2025 heeft een Venezolaanse man hem gebeld met de vraag of hij de Kustwacht wilde bellen. Een meisje belde hem die dag met dezelfde vraag. Alle informatie die hij vervolgens aan de Kustwacht heeft gegeven, en die in de melding van de Kustwacht is weergegeven, heeft hij van die personen gekregen.

Oordeel van het Gerecht

Het Gerecht spreekt de verdachte vrij van het onder 4 tenlastegelegde en overweegt daartoe als volgt.

Mensensmokkel is een ernstig delict, waarbij de daders vaak misbruik maken van de moeilijke omstandigheden en wanhoop van anderen om er zelf beter van te worden. De omstandigheden waaronder mensen proberen illegaal een grens over te gaan zijn bovendien vaak mensonterend en bijzonder gevaarlijk, zoals in deze zaak ook weer is gebleken. Van de achttien opvarenden hebben uiteindelijk slechts negen mensen Curaçao levend bereikt, en dat nog alleen omdat de Kustwacht hen uiteindelijk heeft weten te redden. De verklaringen van de opvarenden over de situatie aan boord en het voor hun ogen verdrinken van kinderen en geliefden zijn aangrijpend om te lezen.

Over de rol die de verdachte bij dit transport al dan niet heeft gespeeld, kan veel worden gezegd. Het is te prijzen dat hij de Kustwacht heeft gebeld, en zo het verlies van meer levens heeft weten te voorkomen. Daar staat tegenover dat hij op de hoogte was van het feit dat de boot zou vertrekken en de boot ook heeft staan opwachten, wat duidt op in elk geval een zekere betrokkenheid bij deze levensgevaarlijke onderneming.

Het Gerecht heeft zich allereerst afgevraagd of de rol van de verdachte zodanig is geweest, dat deze kan worden gekwalificeerd als ‘behulpzaam zijn bij’ in de zin van artikel 2:154 Sr. Uit de jurisprudentie blijkt dat het bij het bestanddeel ‘behulpzaamheid’ erom gaat of de betrokkene het verschaffen van de toegang in enigerlei opzicht heeft bevorderd of makkelijk heeft gemaakt. Over de rol van de verdachte is erg weinig bekend. Uit het dossier volgt eigenlijk niet meer dan dat de verdachte (na een telefoontje) wist wanneer de boot zou vertrekken en zodoende wanneer deze in Curaçao zou aankomen, en dat hij de opvarenden, nadat zij zich al de toegang tot Curaçao hadden verschaft, zou opwachten aan de kust.

Het is maar de vraag of de verdachte daarmee het zich verschaffen van de illegale toegang door de opvarenden zou hebben bevorderd of vergemakkelijkt.

Het dossier bevat geen aanwijzingen dat de rol van de verdachte groter was dan hij zelf heeft verklaard. Uit niets volgt dat de verdachte een rol heeft gehad bij het organiseren van het transport vooraf. Ook is niet gebleken dat hij de opvarenden in Curaçao verder zou vervoeren, van (valse) papieren zou voorzien of anderszins zou helpen. Geen van de opvarenden heeft over de verdachte verklaard of over het belang van zijn rol na hun aankomst in Curaçao. Sterker nog: meerdere opvarenden hebben in hun verhoren bij de politie aangegeven dat zij al op Curaçao hadden gewoond en/of familie of vrienden hadden op Curaçao die hen verder zouden helpen.

Het Gerecht laat deze vraag echter onbeantwoord, omdat het Gerecht zich ook heeft afgevraagd of hier wel sprake is geweest van een voltooid delict. En die vraag kan alleen maar met ‘nee’ worden beantwoord. De boot is immers nooit in Curaçao aangekomen.

Mensensmokkel gaat om de hulp bij de illegale toegang of doorgang. Het belang van de strafbaarstelling is daarin gelegen dat op het grondgebied van een land alleen mensen verblijven die daartoe gerechtigd zijn. Het gaat hier altijd om grensoverschrijdende criminaliteit. Uit het dossier, in het bijzonder het aanvullende proces-verbaal van de Kustwacht, blijkt echter dat Curaçao (het grondgebied van Curaçao, met inbegrip van de territoriale zee) niet is bereikt. Het redden van de mensen op en om het bootje vond plaats in internationaal water.

Van het zich verschaffen van toegang tot Curaçao, of een staat die is toegetreden tot het protocol, is dus geen sprake geweest. Van een eventuele behulpzaamheid daarbij, evenmin. Er was geen toegang, geen doorreis en geen wederrechtelijk verblijf. Daarmee kan het onder feit 4 tenlastegelegde niet worden bewezen.

Het Gerecht spreekt de verdachte vrij van feit 4.
Bewijsoverweging met betrekking tot feit 1
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 tenlastegelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het technisch bewijs ontbreekt dat de verdachte degene was die de vliegtickets heeft aangeschaft. Ook andere betrokkenheid bij de naar Brussel gesmokkelde drugs ontbreekt. Zo heeft [betrokkene 3] niet verklaard dat de aangetroffen bolletjes van de verdachte afkomstig waren en er is tijdens de huiszoeking bij de verdachte geen cocaïne aangetroffen.

Het Gerecht overweegt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de koerier [betrokkene 3] met 33 bolletjes cocaïne in zijn maag van Curaçao naar Brussel is gevlogen, in opdracht van de verdachte. De verdachte heeft het ticket geboekt, en zou ook zijn verblijf betalen. De koerier heeft de bolletjes ingenomen in de woning van de verdachte en onder diens toezicht. De verdachte heeft ook vervoer naar de airport geregeld en gezorgd voor iemand die de koerier in Brussel zou opwachten. Daaruit blijkt zonder meer dat de verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking in de zin van medeplegen, met de koerier de 33 bolletjes cocaïne heeft uitgevoerd.
Bewezenverklaring
Het Gerecht vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1 primair
hij op 29 maart 2025 te Curaçao tezamen en in verenging met een ander opzettelijk heeft uitgevoerd ongeveer 485 gram cocaïne (33 bolletjes cocaïne);

Feit 2 primair

hij op 19 september 2025 te Curaçao, in een perceel gelegen te [adres] opzettelijk heeft verbouwd 117 planten van het geslacht Cannabis;

Feit 3

hij op 19 september 2025 te Curaçao tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 60 gram hennep.

Het Gerecht vindt niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat.
Bewijsmiddelen
Ten aanzien van feit 1

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 23 januari 2026, inhoudende:

Ik word [bijnaam verdachte] genoemd. Ik ken [betrokkene 3]. Het klopt dat bij TUI tickets zijn geboekt voor [betrokkene 4] en [betrokkene 3].

2. Een proces-verbaal van bevindingen rechtshulpverzoek, dossier aanhouding [betrokkene 3] (14 september 2025), in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisantnummer 1] (pagina 302 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Op 29 maart 2025 is [betrokkene 3] van Curaçao naar Brussel gereisd met 'TUI fly'. Op 30 maart 2025 is [betrokkene 3] op de luchthaven van Brussel aangehouden.

De autoriteiten van Brussel hebben de processen-verbaal aan het onderzoeksteam verstrekt, onder andere een deskundigenrapport en een verhoor.

Uit die processen-verbaal blijkt dat [betrokkene 3] op 30 maart 2025 op Brussels airport is aangehouden, nadat er bij een controle werd geconstateerd dat hij een hoeveelheid drugs in zijn lichaam had. De bolletjes afkomstig uit het lichaam van [betrokkene 3] werden in beslag genomen. Van de in totaal 33 bolletjes met een gezamenlijk brutogewicht van 485 gram samengeperst wit poeder, werden 4 bolletjes door het NICC geanalyseerd. In elk van de 4 geanalyseerde bolletjes werd cocaïne aangetroffen.

[betrokkene 3] is op 31 maart 2025 door de onderzoeksrechter gehoord.

3. Een geschrift, zijnde een deskundigenrapport van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel, d.d. 6 mei 2025, als bijlage gevoegd bij het onder 2. genoemde proces-verbaal, voor zover inhoudende:

Het overtuigingstuk betreft een keepsafe met opschrift “[opschrift]” met in totaal 33 boleta’s met een samengeperst wit poeder. Brutogewicht 485 gr. Volgende substantie werd teruggevonden in de 4 geanalyseerde overtuigingsstukken: cocaïne.

4. Een geschrift, zijnde een verhoor van inverzekeringgestelde door de onderzoeksrechter te Brussel op 31 maart 2025, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [betrokkene 3]:

Ik transporteerde 33 bolettas cocaïne. De organisatie heeft mijn reis en verblijf betaald.

5. Een proces-verbaal van 7 oktober 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisantnummer 1] en [verbalisantnummer 2] (pagina 374 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 oktober 2025 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 4]:

Een man bijgenaamd "[bijnaam verdachte]" had een ticket voor mij gekocht om met TUI naar Nederland te gaan reizen.

Hij zei dat ik drugs voor hem naar Nederland moest brengen. Ik zou samen met een man reizen. Op de dag van de vlucht, 29 maart 2025, ben ik naar de woning van [verdachte] gegaan. Ik heb die man gezien in de woning van [verdachte].

Op de dag dat we moesten reizen. Die man moest ook drugs transporteren. Die man is wel gegaan. Hij heeft bolletjes geslikt in de woning van [verdachte]. [verdachte] had het meest met de andere man gehandeld. Ik heb van [verdachte] begrepen dat een auto buiten op ons stond te wachten. De man ging naar buiten met zijn koffer, om afgezet te worden bij de airport. [verdachte] had tegen mij gezegd, dat iemand daar bij de airport op ons zou wachten om ons op te vangen.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 23 januari 2026, inhoudende:

Het klopt dat er 100 plantjes (het Gerecht begrijpt: hennepplanten) bij mij thuis stonden. Ik verzorgde de planten zelf. Ze stonden onder speciale lampen.

2. Een proces-verbaal van bevindingen overdracht verdovende middelen van 19 september 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisantnummer 3] (pagina 523 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Op 19 september 2025 waren we bezig met een huiszoeking op het terrein achter de woning op het adres [adres]. Ik zag dat achter de woning hennepplanten stonden:

46 hennepplanten in potten in de achtertuin onder lampen;

6 kleine stekjes hennep in een rode bak onder lampen;

15 hennepplanten in de grond naast de woning;

30 hennepplanten in potten in de achtertuin zonder lampen;

3 hennepplanten los op de airco buiten. In totaal waren er 100 hennepplanten.

In de woning in de grote slaapkamer werden 17 hennepplanten aangetroffen:

11 planten hennep (drogen aan de muur);

6 stekjes hennep op de kleding kast in waterbakjes;

In de grote slaapkamer lag ook een witte zak met hennep.

In de woonkamer lag een zakje hennep.

3. Een proces-verbaal van overname, weging, testen en opsturen van monsters naar het laboratorium (pagina 525 e.v.) van 19 september 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] (pagina 523 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Op 19 september 2025, heb ik een blauwe kunststoffen ton met 117 hennepplanten en twee doorzichtige plastic zakjes, elk inhoudende een hoeveelheid op hennep gelijkend kruid, die tijdens een huiszoeking te [adres] zijn aangetroffen en in beslag genomen, ontvangen.

Ik testte vervolgens vanuit 2 stukken hennep bloeiende toppen met de daartoe bestemde Narcotest. Ik zag dat er een positieve kleurreactie optrad, zodat aangenomen mocht worden dat het geteste stukken bloeiende toppen vermoedelijk hennep bevatten.

Bij weging van de twee doorzichtig plastic zakjes elk inhoudende een geringe hoeveelheid op hennep gelijkend kruid, bleken deze een gezamenlijk brutogewicht van 60 gram te hebben.

Ik testte vervolgens vanuit een van de doorzichtige plastic zakjes een geringe hoeveelheid met de daartoe bestemde Narcotest. Ik zag dat er een positieve kleurreactie optrad, zodat aangenomen mocht worden dat het geteste hoeveelheid op hennep gelijkend kruid vermoedelijk hennep bevatte.

Nadien heb ik uit een van de doorzichtig plastic zakjes een stukje bloeiende top als monster genomen en een geringere hoeveelheid op hennep gelijkend kruid en deze in twee afzonderlijke plastic potjes met dopje voorzien van het opschrift nummer 65/2025 code I-D-1 en I-D-2 gedaan.

4. Een rapport van het Analytisch Diagnostisch Centrum van 12 december 2025 opgemaakt door [medewerker Analytisch Diagnostisch Centrum] (ongenummerd). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Onderwerp: 65/2025 code I-D-1 en I-D-2.

Het materiaal bestond uit plastic potjes met dopje, waarvan een inhoudende een stukje bloeiende top en de ander een geringe hoeveelheid op hennep gelijkend kruid.

Uit de verkregen resultaten moet de conclusie worden getrokken dat het materiaal hennep bevat in de zin van de opiumlandsverordening 2024.

5. Een proces-verbaal van verdachte verhoor van 19 september 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 2] en [opsporingsambtenaar 3] (pagina 179 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van [medeverdachte]:

Ik woon aan de [adres], met mijn partner en kinderen.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

Het bewezenverklaarde ten aanzien van feit 1 levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumlandsverordening 2024.

Het bewezenverklaarde ten aanzien van feit 2 levert op:

handelen in strijd met een verbod gesteld in artikel 2a van de Opiumlandsverordening 2024.

Het bewezenverklaarde ten aanzien van feit 3 levert op:

medeplegen van handelen in strijd met een verbod gesteld in artikel 4, eerste lid, onder B van de Opiumlandsverordening 2024.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar.

Het Gerecht heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

Het Gerecht heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan de uitvoer van 33 bolletjes cocaïne (met een brutogewicht van 485 gram). Het is een feit van algemene bekendheid dat deze verdovende middelen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. De verdachte heeft bijgedragen aan de verslaving van veel drugsgebruikers en de daarmee samenhangende criminaliteit.

De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het verbouwen en aanwezig hebben van hennep. Het gaat om een forse hoeveelheid hennep(planten), kennelijk bestemd voor de (ontoelaatbare) handel daarin. Die handel pleegt veelal met diverse vormen van criminaliteit gepaard te gaan.

Het Gerecht heeft acht geslagen op de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin is voor de in-en uitvoer van een hoeveelheid van 251 tot en met 500 gram cocaïne als indicatie een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren gegeven. Het Gerecht constateert dat de oriëntatiepunten weinig houvast bieden met betrekking tot de tenlastegelegde hennepplanten, nu in de oriëntatiepunten wordt gekeken naar het gewicht van de betreffende verdovende middelen. Voor het aanwezig hebben van 60 gram hennep wordt als indicatie een gevangenisstraf van drie maanden waarvan anderhalve maand voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar genoemd.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 september 2025 is de verdachte al vaker veroordeeld, ook voor soortgelijke feiten (al is dat lang geleden).

Het Gerecht vindt alles afwegende passend en geboden de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:123 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2a, 4 en 11 van de Opiumlandsverordening 2024.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten 1, 2 en 3 zoals hierboven omschreven heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 18 (achttien) maanden;

bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

een blauwe telefoon, merk Samsung;

een geldbedrag van Cg 900.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal, bijgestaan door

mr. J. Mulder, griffier, en op 7 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier via een videverbinding uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

Artikel delen