Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:OGEAC:2026:116

Vrijspraak overval, gerecht gaat terughoudend om met de aangiftes, er heeft geen technisch onderzoek plaatsgevonden.

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 27 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:OGEAC:2026:116 text/xml public 2026-07-27T16:36:21 2026-07-27 Raad voor de Rechtspraak nl Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 2026-03-13 500.00293/25 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:116 text/html public 2026-07-27T16:34:45 2026-07-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGEAC:2026:116 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 13-03-2026 / 500.00293/25
Vrijspraak overval, gerecht gaat terughoudend om met de aangiftes, er heeft geen technisch onderzoek plaatsgevonden.
Parketnummer: 500.00293/25
Uitspraak : 13 maart 2026 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats],

wonende in Curaçao, [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 13 maart 2026. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.B.S. Loth, advocaat in Curaçao.

De benadeelde partij [naam vertegenwoordiger slachtoffer 3] (in diens hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige [naam slachtoffer 3]) heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. T. Keller, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft zij gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij geheel wordt toegewezen en dat voor hetzelfde bedrag de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Voorts heeft de raadsman verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 december 2025, althans in of omstreeks de maand december 2025 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:

een of meer (gouden) (hals)kettingen en/of

een of meer (schouder)tassen en/of

een of meer mobiele telefoons van het merk iPhone en/of

een of meer portemonnees, identiteitskaarten, bankpassen, (fortuna)kaarten en/of

een [bijnaam verdachte 1]et en/of kledingstukken en/of

horloges en/of

huissleutels en/of

opladers

in elk geval enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit:

gewapend met een of meer (kap)messen en met geheel of gedeeltelijk bedekte gezichten benaderen en verassen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], terwijl zij zich in en/of nabij een auto begaven en/of

(vervolgens) het houden en/of drukken van een mes, althans een scherp voorwerp, tegen de nek/hals/keel van die [slachtoffer 1], en daarbij dreigend tegen hem te zeggen: “kita e kadena kubo tin ey”, althans woorden van gelijke driegende aard of strekking en/of

(vervolgens) die [slachtoffer 1] te slaan door hem een klap/mep in zijn gezicht toe te dienen en/of

het houden en/of drukken van een mes, althans een scherp voorwerp, tegen de heup/zij, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] en/of

met dreigende toon tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te zeggen: “nami tur e kosnan kubo tin ey”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of hen te dwingen al hun goederen af te geven en/of

het wegrukken van de (hals)ketting van die [slachtoffer 3]
En/of
hij op of omstreeks 14 december 2025, althans in of omstreeks de maand december 2025 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], heeft gedwongen tot de afgifte van:

een of meer (gouden)(hals)kettingen en/of

een of meer (schouder)tassen en/of

een of meer mobiele telefoons van het merk iPhone en/of

een of meer portemonnees, identiteitskaarten, bankpassen, (fortuna)kaarten en/of

een [bijnaam verdachte 1]et en/of kledingstukken en/of

horloges en/of

huissleutels en/of

opladers

in elk geval van enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit

gewapend met een of meer (kap)messen en met geheel of gedeeltelijk bedekte gezichten benaderen en verassen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], terwijl zij zich in en/of nabij een auto begaven en/of

(vervolgens) het houden en/of drukken van een mes, althans een scherp voorwerp, tegen de nek/hals/keel van die [slachtoffer 1], en daarbij dreigend tegen hem te zeggen: “kita e kadena kubo tin ey”, althans woorden van gelijke driegende aard of strekking en/of

(vervolgens) die [slachtoffer 1] te slaan door hem een klap/mep in zijn gezicht toe te dienen en/of

het houden en/of drukken van een mes, althans een scherp voorwerp, tegen de heup/zij, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] en/of

met dreigende toon tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te zeggen: “nami tur e kosnan kubo tin ey”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of hen te dwingen al hun goederen af te geven en/of

het wegrukken van de (hals)ketting van die [slachtoffer 3]
(artikel 2:291 lid 1/2/3 jo 2:294 lid 1/3 Wetboek van Strafrecht)
Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

Deze zaak gaat over een gewapende beroving van drie minderjarige jongens, die in de vroege ochtend van 14 december 2025 in een auto aan het chillen c.q. slapen waren. Alle drie de aangevers hebben verklaard dat de twee daders geheel in donkere kleding gekleed waren en hun gezichten grotendeels bedekt hadden met een balaclava. Zij hebben ook alle drie verklaard dat zij een van de daders van de beroving hebben herkend als ‘[bijnaam verdachte 1]’ of ‘[bijnaam verdachte 2]’, te weten de verdachte. Zij kennen deze [bijnaam verdachte 1]/ [bijnaam verdachte 2] als iemand met wie ze vroeger bevriend waren, maar die het verkeerde pad op is gegaan. Na de beroving zijn aangevers de daders gaan achtervolgen, waarbij zij zeggen een scooter te hebben herkend. Uiteindelijk zijn de aangevers met nog een paar anderen naar de woning van verdachte toegegaan, waar een vechtpartij is ontstaan. Kort hierop is de verdachte aangehouden.

De verdachte heeft de betrokkenheid bij de overval steeds ontkend. Hij heeft verklaard dat hij zich ten tijde van het incident elders bevond. De betrokkenheid van de verdachte bij deze overval vormt dus het centrale geschilpunt.

Het Gerecht stelt vast dat op zich sprake is van wettig bewijs dat de verdachte een van de daders van de beroving was. Er liggen immers drie verklaringen die hem aanwijzen. Het betreft echter drie verklaringen van (minderjarige) jongens die met elkaar bevriend zijn, en die vroeger ook bevriend waren met de verdachte, maar nu niet meer. Een van hen verklaart dat hij al eerder door de verdachte is beroofd. Dit alles maakt, samen met het feit dat de daders bedekkende kleding en gezichtsbedekking droegen, dat het Gerecht enigszins terughoudend met de aangiftes omgaat.

Enig ander mogelijk bewijs is er echter niet. Er heeft geen technisch onderzoek plaatsgevonden dat de betrokkenheid van de verdachte bij de overval bevestigt. Er zijn bijvoorbeeld geen telecomgegevens beschikbaar. Hoewel de verdachte kort na de beroving is aangehouden, is geen van de weggenomen goederen bij hem aangetroffen. Evenmin is gebleken dat in zijn woning weggenomen goederen lagen. De omstandigheid dat de verdachte een balaclava in zijn bezit had, is onvoldoende ondersteunend, nu een dergelijk voorwerp op zichzelf geen verband legt met het ten laste gelegde feit. Ook de door de aangevers uitgevoerde fotoconfrontaties leveren in dit verband geen zelfstandige bewijswaarde. Vaststaat immers dat alle drie aangevers de verdachte al vóór het incident kenden. Hetzelfde geldt voor de herkenning van de scooter.

Dat de verdachte de identiteit van de persoon bij wie hij naar eigen zeggen op het bewuste moment was niet bekend wil maken, kan niet in zijn nadeel worden uitgelegd. Het is immers niet aan de verdachte om zijn onschuld aannemelijk te maken.

Alles afwegende resteert een situatie waarin de betrokkenheid van de verdachte uitsluitend is gebaseerd op de verklaringen van drie met elkaar bevriende aangevers, terwijl objectief steunbewijs ontbreekt. Dat wil niet zeggen dat de aangevers niet de waarheid spreken, of dat de verdachte niet de dader kan zijn geweest. Maar het Gerecht is van oordeel dat niet met de voor de bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte één van de daders is geweest.

Het Gerecht vindt daarom niet overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en zal hem daarvan vrijspreken.

Schadevergoeding

De benadeelde partij [naam vertegenwoordiger slachtoffer 3] (in diens hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige [naam slachtoffer 3]) heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt Cg 3.639,76.

De verdediging heeft de vordering betwist.

Nu het Gerecht de verdachte zal vrijspreken kan de benadeelde partij niet in zijn vordering worden ontvangen. Het Gerecht zal de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren.
BESLISSING
Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito, (zittingsgriffier), en op 13 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

Artikel delen