Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBAMS:2025:6761

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een exploitatievergunning die verweerder heeft verleend aan een horecaexploitant. Verweerder kan de exploitatievergunning alleen weigeren als aangenomen moet worden dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. Daarbij moet rekenin...

Rechtbank Amsterdam 3 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:6761 text/xml public 2026-08-03T13:14:13 2025-09-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-09-08 25/1089 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:6761 text/html public 2026-07-31T14:33:41 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:6761 Rechtbank Amsterdam , 08-09-2025 / 25/1089
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een exploitatievergunning die verweerder heeft verleend aan een horecaexploitant. Verweerder kan de exploitatievergunning alleen weigeren als aangenomen moet worden dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. Daarbij moet rekening worden gehouden met het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse al blootstaat of zal komen te staan door de exploitatie, de wijze van bedrijfsvoering en levensgedrag van de exploitant. Het weigeren van een exploitatievergunning is een discretionaire bevoegdheid van verweerder, dus de rechtbank dient dit terughoudend te toetsen De rechtbank is van oordeel dat verweerder de exploitatievergunning in redelijkheid heeft mogen verlenen. Het beroep is ongegrond.

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/1089
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 september 2025 in de zaak tussen
<?linebreak?> [eiser], uit [woonplaats], eiser,
en
de burgemeester van Amsterdam, verweerder
(gemachtigden: [gemachtigde] en mr. M. Mulder).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [horecaexploitant], uit Amsterdam, vergunninghouder en exploitant van [bedrijf 1] (hierna: de horecaexploitant).
Inleiding 1.1
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de door verweerder aan de horecaexploitant verleende exploitatievergunning voor de [bedrijf 1] (het horecabedrijf).
1.2
Met een besluit van 13 februari 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder een exploitatievergunning verleend aan de horecaexploitant. Met een besluit van 7 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de exploitatievergunning ongegrond verklaard en de verleende vergunning in stand gelaten.
1.3
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2025 op zitting behandeld. Het beroep is gezamenlijk, maar niet gevoegd, behandeld met het beroep in de zaak 25/1145 ([de persoon 1]). Aan de zitting hebben deelgenomen: eiser, [de persoon 2], [de persoon 3], [de persoon 4], [de persoon 5], de gemachtigden van verweerder, de horecaexploitant, [de persoon 6] en [de persoon 7].
Totstandkoming van het bestreden besluit
2. Op 11 maart 2023 heeft de horecaexploitant namens [bedrijf 2] een administratieve wijziging aangevraagd van de exploitatievergunning voor het [bedrijf 1] (voorheen [naam]) gevestigd aan de [adres 1], in verband met een wisseling van het bestuur van de BV. Eiser woont op het adres [adres 2]. Hij heeft een zienswijze ingediend tegen de aanvraag. Met het primaire besluit heeft verweerder de administratieve wijziging geaccepteerd en de exploitatievergunning aan de horecaexploitant verleend tot

1 oktober 2026. Het horecabedrijf wordt geëxploiteerd als een nachtzaak met terras. De toegestane openingstijden zijn van zondag tot en met donderdag van 09.00 tot 04.00 uur in de nacht en vrijdag en zaterdag van 09.00 tot 05.00 uur in de nacht. Het terras mag van zondag tot en met donderdag tot 01.00 uur en op vrijdag en zaterdag tot 02.00 uur geopend zijn.

3. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten. Volgens verweerder heeft het horecabedrijf geen ontoelaatbare nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat, de openbare orde of de veiligheid. Gelet op maatregelen die de horecaexploitant treft om overlast te beperken, het geringe aantal overlastmeldingen en de overige maatregelen in de [locatie 1] om overlast van uitgaanspubliek te beperken, is er geen aanleiding om de gevraagde exploitatievergunning te weigeren dan wel de openingstijden te beperken. Er zijn diverse voorschriften aan de exploitatievergunning verbonden om het horecabedrijf zodanig te exploiteren dat eventuele overlast naar de omgeving tot een minimum wordt beperkt.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank beoordeelt of verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten de exploitatievergunning aan de horecaexploitant te verlenen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

5. De rechtbank stelt voorop dat het duidelijk is dat eiser overlast ervaart van het horecabedrijf. Dat blijkt uit de meldingen die eiser heeft gedaan, wat hij tijdens de zitting heeft aangevoerd en de door eiser overgelegde verklaringen van buurtbewoners. De vraag in deze procedure is echter of deze mate van overlast dusdanig is dat deze het aanvaardbare op de betreffende locatie, een drukke straat aan de rand van een uitgaansgebied, overstijgt en dat verweerder om die reden de vergunning niet in redelijkheid heeft kunnen verlenen.

6. Verweerder kan de exploitatievergunning alleen weigeren als aangenomen moet worden dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. Daarbij moet rekening worden gehouden met het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse al blootstaat of zal komen te staan door de exploitatie, de wijze van bedrijfsvoering en levensgedrag van de exploitant. De rechtbank zal daarom deze aspecten beoordelen. Daarbij is in zijn algemeenheid van belang dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat verweerder de eventueel door bezoekers veroorzaakte geluidsoverlast moet betrekken bij de beoordeling van de vraag of het woon- en leefklimaat door de verlening van de vergunning niet te zeer zal worden aangetast. Daarbij geldt wel dat enige mate van geluidsoverlast, zeker wanneer deze het gevolg is van stemgeluid, in de binnenstad moet worden geaccepteerd.

7. Het weigeren van een exploitatievergunning is een discretionaire bevoegdheid, waarbij aan verweerder beoordelingsruimte toekomt. De rechtbank dient het gebruik van deze bevoegdheid daarom terughoudend te toetsen waarbij wordt beoordeeld of verweerder al dan niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.
Karakter van het gebied
8. Eiser voert aan dat een nachtzaak niet past op deze locatie gelet op het karakter van de straat. [adres 3] is geen dwarsstraat van het [locatie 2] en het horecabedrijf zit precies op de grens waar het uitgaansgebied overgaat in bewoning.

9. De rechtbank overweegt dat [adres 3] in het verleden weliswaar een meer gemengde woon- en werkfunctie had, maar dat er tegenwoordig sprake is van een omgeving waar bedrijvigheid steeds meer de boventoon voert. Dit volgt uit de Uitvoeringsnotitie waarin wordt gesproken over het uitgaansgebied van het [locatie 2] en omgeving. Daarin staat ook dat de dwarsstraten rond het [locatie 2] de laatste decennia zijn veranderd door de vestiging van een groot aantal restaurants, cafés en uitgaansgelegenheden. Daarbij is van belang dat het uitgaansgebied van het [locatie 2] dus niet beperkt is tot het [locatie 2] zelf, maar zich de afgelopen jaren heeft uitgebreid naar de omliggende omgeving. Mede hierdoor straalt het levendige karakter van het [locatie 2] af op de straten rondom het [locatie 2].

Aard van het horecabedrijf

10. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de aard van dit horecabedrijf niet verschilt ten opzichte van het vorige concept. De ene nachtzaak is de andere niet. Op het huidige horecabedrijf komen studenten af die met shotjes en gratis drank worden aangezet tot overmatige alcoholconsumptie. Dit type publiek veroorzaakt veel overlast. Op de nachtzaak [naam], die eerder op deze locatie was gevestigd, kwam ander publiek af, waardoor er in de buurt minder overlast werd ervaren. Verweerder heeft volgens eiser gebrekkig gemotiveerd waarom de aard van dit horecabedrijf past in de straat van eiser en zou passen bij de algemene overlast van het drukke uitgaansgebied. De overlast van dit horecabedrijf veroorzaakt juist de piek van de overlast waar de algemene overlast in de straat in verdwijnt.

11. Voor zover eiser aanvoert dat de aard van de bedrijfsvoering is veranderd, overweegt de rechtbank dat er getoetst moet worden of de aard van dit horecabedrijf op de locatie past. In dit geval gaat het voor wat betreft de aard van het horecabedrijf om een voortzetting van een nachtzaak. Voor de [adres 1] bepaalt het – gelet op het Omgevingsplan – nog van toepassing zijnde bestemmingsplan ‘[bestemmingsplan]’ (onder meer) dat horeca 2 op deze locatie is toegestaan. Onder horeca 2 vallen horecabedrijven die tot hoofddoel hebben het voor consumptie ter plaatse verstrekken van dranken, waarbij het gelegenheid bieden tot dansen op en tot het beluisteren van overwegend mechanische muziek een wezenlijk onderdeel vormt. Horeca 2 bedrijven zijn volgens het bestemmingsplan in elk geval discotheken en sociëteiten. Tijdens de zitting heeft verweerder uitgelegd dat horeca 2 de zwaarste categorie horeca is. Het horecabedrijf valt onder categorie 2 en is volgens het bestemmingsplan dus toegestaan op de locatie, inclusief het type bezoekers dat het aantrekt. Dat het horecabedrijf gevestigd is aan de rand van een woongebied, is een ongelukkige omstandigheid, maar maakt de mogelijkheden binnen het bestemmingsplan niet anders. Dat volgens het bestemmingsplan de zwaarste categorie is toegestaan, maakt juist dat de lat hoog ligt om aan te nemen dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aard van het horecabedrijf.

Bestaande spanning woon- en leefklimaat ter plaatse

12. Eiser voert aan dat uit een zelf gehouden buurtonderzoek blijkt dat bewoners structureel ernstige overlast ervaren van het horecabedrijf, met name in de nacht. Dit leidt tot chronisch slaaptekort en rusteloosheid, waardoor zij niet goed kunnen functioneren op hun werk. Bewoners hebben het idee dat hun meldingen van overlast bij verweerder geen effect hebben en dat er niet (voldoende) wordt gehandhaafd. Eiser stelt daarbij dat met het huidige meldingssysteem, personeelstekort op de betreffende afdelingen en een cao waardoor bijvoorbeeld handhavers niet tussen 02.00 en 05.00 uur ’s nachts mogen werken, het voor verweerder niet mogelijk is om zich een goed beeld van de werkelijke situatie te vormen.

13. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Naast het horecabedrijf was er in [adres 3] eerder nog een nachtzaak gevestigd. [bedrijf 3] was gevestigd aan de [adres 4], maar is inmiddels gesloten. Het horecabedrijf is hierdoor nu het enige horeca 2 bedrijf in dit gedeelte van de straat. Verder heeft verweerder onderzoek gedaan naar de overlast die het horecabedrijf veroorzaakt in de buurt. Uit het besluit van

11 maart 2024 op het WOO-verzoek van eiser blijkt dat er in één jaar tijd zestien overlastmeldingen zijn gedaan. De rechtbank kan verweerder volgen dat dit aantal meldingen, in één jaar tijd voor een horecabedrijf dat zeven dagen per week geopend is, niet kan worden aangemerkt als een groot aantal overlastmeldingen. Daarbij komt dat uit de verklaringen van de hosts die in de omgeving van het [locatie 2] worden ingezet en de

e-mail van de wijkagent van 4 juli 2024 blijkt dat de overlast de afgelopen periode juist verminderd is. Volgens de wijkagent was er in het verleden, ten tijde van de vorige ondernemer, vaak sprake van luidruchtig publiek voor de deur van het horecabedrijf, maar is dit met het huidige horecabedrijf een stuk minder. Daarnaast heeft verweerder tijdens de zitting aangegeven dat handhavers meerdere keren onaangekondigd langs zijn gegaan bij het horecabedrijf (ook in de nachtelijke uren) en dat daarbij geen onregelmatigheden zijn geconstateerd.

Bedrijfsvoering en veiligheidsplan

14. Eiser voert aan dat de overlast vooral veroorzaakt wordt door het terras. Daar staan bezoekers ’s nachts te roken of te wachten om naar binnen te kunnen, ook na de sluitingstijden van het terras. Door de hekken die voor het horecabedrijf zijn geplaatst, ervaren bezoekers de buitenruimte als een verlengstuk van het horecabedrijf, waardoor zij zich nog in de kroeg wanen en daar blijven hangen. Volgens eiser zou de overlast verminderd kunnen worden door de hekken te verwijderen en bezoekers die buiten voor het horecabedrijf staan te roken, richting het [locatie 2] te sturen.

15. De rechtbank overweegt als volgt. Onderdeel van de vergunning is een veiligheidsplan met daarin maatregelen om de veiligheid te waarborgen en overlast te voorkomen. Uit het veiligheidsplan blijkt dat er op alle avonden in ieder geval één portier voor de deur staat. Op vrijdag en zaterdag komt daar vanaf 24.00 uur nog één portier extra bij. De horecaexploitant heeft tijdens de zitting uitgelegd dat de portiers actief luidruchtige bezoekers aanspreken en hen ook erop wijzen dat zij rekening moeten houden met de buurtbewoners. Verder blijkt uit het veiligheidsplan dat er van zondag tot donderdag tussen 22.00 en 04.00 uur en op vrijdag en zaterdag tussen 22.00 en 05.00 uur flexibele hekken buiten worden gezet om de in- en uitgaande bezoekersstroom te reguleren en daarmee de veiligheid te waarborgen. De rechtbank is van oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aanwezigheid van de hekken de overlast veroorzaakt. Ook zonder hekken is het niet te voorkomen dat bezoekers voor het pand staan, omdat ze naar binnen willen, of omdat ze willen roken of een luchtje scheppen. Een voorschrift dat bezoekers niet buiten voor het pand mogen staan zou ook niet te handhaven zijn. Daarbij volgt de rechtbank ook het standpunt van de horecaexploitant dat juist zonder de hekken de bezoekers zich verspreiden op straat waardoor het geluid zich gaat verplaatsen en het lastiger is om bezoekers aan te spreken en eventuele overlast te voorkomen.

Levensgedrag

16. Eiser voert aan dat verweerder een te beperkte toets van het levensgedrag van de horecaexploitant heeft uitgevoerd.

17. De rechtbank overweegt als volgt. Verweerder heeft uitgelegd dat diverse gegevens in samenhang worden gewogen om het levensgedrag van de horecaexploitant te toetsen. Hiervoor worden de politie, het Justitieel Documentatiesysteem en eigen handhavingsgegevens geraadpleegd. Het advies is ook nog voorgelegd aan de politie. Hieruit kwamen geen feiten naar voren die aanleiding gaven om aan te nemen dat er sprake is van een slecht levensgedrag van de aanvrager. De rechtbank kan dit volgen.
Conclusie en gevolgen
18. De rechtbank concludeert op basis van bovenstaande dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de overlast die het horecabedrijf veroorzaakt niet dusdanig is dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Verweerder heeft daarom in redelijkheid kunnen besluiten de exploitatievergunning te verlenen.

19. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat bij deze uitkomst geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. van Haeften, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.C. Hummel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 8 september 2025.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel 3.11, tweede lid, van de APV (Algemene Plaatselijke Verordening).

Artikel 3.11, derde lid, van de APV.

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 19 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP1333.

Zie de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2594, rechtsoverweging 4.4.

Uitvoeringsnotitie Horeca 2014.

Wet open overheid.

Artikel delen