Wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Het verzoek is gedaan terwijl de rechter was begonnen met het doen van uitspraak.
Rechtbank Amsterdam 8 April 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3049
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-03-2026
Datum publicatie
08-04-2026
Zaaknummer
C/13/785114 / HA RK 26-92
Rechtsgebied
Strafrecht; Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
ECLI:NL:RBAMS:2026:3049text/xmlpublic2026-04-08T15:05:352026-03-25Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Amsterdam2026-03-24C/13/785114 / HA RK 26-92UitspraakEerste en enige aanlegWrakingNLAmsterdamStrafrecht; StrafprocesrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3049text/htmlpublic2026-04-08T15:03:412026-04-08Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBAMS:2026:3049 Rechtbank Amsterdam , 24-03-2026 / C/13/785114 / HA RK 26-92 Wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Het verzoek is gedaan terwijl de rechter was begonnen met het doen van uitspraak.
RECHTBANK AMSTERDAM Beslissing van 24 maart 2026 op het op 5 maart 2026 gedane, op 19 maart 2026 bij de Wrakingskamer ingekomen en onder zaaknummer C/13/785114 / HA RK 26-92 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker]
, wonende te [woonplaats] ,
verzoeker, welk verzoek strekt tot wraking van mr. M.A.E. Somsen, rechter te Amsterdam, hierna: de rechter. 1
1. Verloop van de procedure De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de terechtzitting op 5 maart 2026. Aan de orde was de behandeling door de rechter van een door verzoeker als klager ingediend klaagschrift in de zaak met parketnummer 13/225256-24 . In het proces-verbaal is onder meer opgenomen dat verzoeker de rechter heeft gewraakt.
De rechter berust niet in de wraking. 2De ontvankelijkheid van het verzoek2.1. Het wrakingsverzoek is blijkens het proces-verbaal gedaan nadat het onderzoek ter terechtzitting was gesloten en de rechter was aangevangen met het doen van uitspraak. Een verzoek tot wraking moet worden gedaan voordat in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van de einduitspraak (artikel 1, vijfde lid van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Amsterdam). Verzoeker dient dan ook niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek te worden verklaard. Als verzoeker het niet eens is met de uitspraak van de rechter of de wijze waarop deze de zaak behandeld heeft, zal hij daartegen een rechtsmiddel moeten aanwenden. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan dan ook achterwege blijven. 2.2. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING De rechtbank: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2026. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.