EPGV-verzoek. Verweerder is gevestigd in Quatar. Het verzoek valt daarmee buiten het toepassingsbereik van de EPGV-Verordening. Verzoeker mag reageren.
Rechtbank Amsterdam 9 April 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3184
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-03-2026
Datum publicatie
09-04-2026
Zaaknummer
12117675 CV FORM 26-2804
Rechtsgebied
Civiel recht; Europees civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBAMS:2026:3184text/xmlpublic2026-04-09T13:30:492026-03-30Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Amsterdam2026-03-1312117675 CV FORM 26-2804UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigTussenbeschikkingNLAmsterdamCiviel recht; Europees civiel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3184text/htmlpublic2026-04-03T12:02:242026-04-09Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBAMS:2026:3184 Rechtbank Amsterdam , 13-03-2026 / 12117675 CV FORM 26-2804 EPGV-verzoek. Verweerder is gevestigd in Quatar. Het verzoek valt daarmee buiten het toepassingsbereik van de EPGV-Verordening. Verzoeker mag reageren.
RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht
Kantonrechter Zaaknummer / rekestnummer: 12117675 CV FORM 26-2804 Beschikking van 13 maart 2026 in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon, tegen QUATAR AIRWAYS GROUP Q.C.S.C.,
gevestigd te N/A Doha (Qatar),
verwerende partij,
hierna te noemen: Quatar Airways. 1De procedure1.1. In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) heeft [verzoeker] een vordering ingesteld, ontvangen op 11 februari 2026. 2De feiten2.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 2.2. Artikel 4 lid 1 van de EPGV-Verordening bepaalt dat de Europese procedure voor geringe vorderingen wordt ingeleid doordat de eiser het standaardvorderingsformulier A van bijlage I bij deze verordening invult en indient bij het bevoegde gerecht. 2.3. De EPGV-Verordening is alleen van toepassing op zaken die “grensoverschrijdend” zijn. In artikel 3 lid 1 EPGV-Verordening is bepaald dat onder grensoverschrijdende zaak wordt verstaan, een zaak waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats of haar
gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat van het aangezochte gerecht. 2.4. Quatar Airways is gevestigd in Quatar. Dat land is geen lid van de Europese Unie. De EPGV-Verordening is bedoeld om de goede werking van de interne markt van de Europese Unie te bevorderen. Als een partij niet woont of gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie kan geen beroep worden gedaan op de EPGV-Verordening. 2.5. Omdat Quatar Airways niet is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, wordt vooralsnog geoordeeld dat geen sprake is van een grensoverschrijdende zaak als bedoeld in artikel 3 lid 1 EPGV-Verordening. Het verzoek valt daarmee buiten het toepassingsbereik van de EPGV-Verordening. 2.6. Artikel 4 lid 3 van de EPGV-Verordening schrijft dan voor dat het gerecht de eiser ervan op de hoogte stelt dat de vordering buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt en dat deze procedure dan, tenzij eiser de vordering intrekt, door het gerecht zal worden behandeld overeenkomstig het procesrecht dat geldt in de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd. 2.7. Gelet op het voorgaande wordt [verzoeker] in de gelegenheid gesteld te reageren: 2.7.1. op de omstandigheid dat Quatar Airways is gevestigd in Quatar, terwijl een vordering op grond van de EPGV-Verordening alleen mogelijk is als beide partijen wonen of gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie, 2.7.2. of [verzoeker] hierin aanleiding ziet de vordering in te trekken dan wel wenst dat de procedure wordt omgezet in een zogenoemde Nederlandse dagvaardingsprocedure. [verzoeker] zal dan contact moeten opnemen met een Nederlandse gerechtsdeurwaarder om de dagvaarding (de oproep) aan Quatar Airways te laten betekenen. 2.8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter 3.1. stelt [verzoeker] in de gelegenheid binnen 30 dagen na ontvangst van deze beschikking te reageren op hetgeen onder 2.7. is overwogen, 3.2. houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026. 33806