Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBAMS:2026:6106

vovo mondelinge uitspraak; evenementenvergunning voor festival ingetrokken op de ochtend van het festival; negatief advies omgevingsdienst wegens veiligheidsrisico tentconstructie; anders dan verzoekster meent blijkt niet dat de burgemeester onvolledig is ingelicht en daardoor niet op de hoogte was dat er beheersmaatregelen zijn getroffen en dat risico’s hierdoor op punten beheersbaar en klein ...

Rechtbank Amsterdam 3 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2026:6106 text/xml public 2026-08-03T07:16:44 2026-06-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-05-09 AMS 26/2723 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6106 text/html public 2026-07-31T09:43:51 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:6106 Rechtbank Amsterdam , 09-05-2026 / AMS 26/2723
vovo mondelinge uitspraak; evenementenvergunning voor festival ingetrokken op de ochtend van het festival; negatief advies omgevingsdienst wegens veiligheidsrisico tentconstructie; anders dan verzoekster meent blijkt niet dat de burgemeester onvolledig is ingelicht en daardoor niet op de hoogte was dat er beheersmaatregelen zijn getroffen en dat risico’s hierdoor op punten beheersbaar en klein of zeer klein worden geacht; het risico voor de veiligheid van de constructie kan door de beheersmaatregelen echter niet worden weggenomen; anders dan verzoekster stelt heeft de omgevingsdienst niet geadviseerd dat het festival alsnog veilig doorgang kan vinden met de getroffen beheersmaatregelen; de burgemeester mocht de openbare orde, de gezondheid, de veiligheid en het voorkomen van wanordelijkheden in redelijkheid zwaarder laten wegen dan het belang van verzoekster bij doorgang van het festival, omdat niet geconstateerd kan worden dat de tent voldoet aan de vereiste constructieve veiligheidsnormen; de politie heeft de openbare orde en veiligheidsaspecten beheersbaar geacht bij het last-minute afgelasten van het festival; verzoek afgewezen.

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

Zaaknummer: AMS 26/2723
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 mei 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
<?linebreak?>Bassline B.V., verzoekster
(gemachtigde: mr. L.W. Tellegen),

en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder, hierna: de burgemeester

(gemachtigden: mr. R. Nomden en mr. S. Roelofsen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de intrekking van haar evenementenvergunning.
1.1.
Met het besluit van 16 maart 2026 heeft de burgemeester aan verzoekster een evenementenvergunning afgegeven voor het houden van het [festival] op [evenementenvergunning] (hierna: de evenementenvergunning).
1.2.
Met het besluit van 9 mei 2026 (hierna: het bestreden besluit) heeft de burgemeester de evenementenvergunning ingetrokken. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en bij de voorzieningenrechter een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, ertoe strekkende dat het bestreden besluit wordt geschorst.
1.3.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 mei 2026 om 14:00 uur met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben de volgende personen deelgenomen:

Namens verzoekster:

 De gemachtigde van verzoekster

 [de persoon 1] ([functie 1] van [bedrijf]

 [de persoon 2], ([functie 2]

 [de persoon 3], ([functie 3] [bedrijf]

 [de persoon 4], ([functie 4]

 [de persoon 5], ([functie 5] voor stadsdeel [bedrijf]

 [de persoon 6], ([functie 6]

Namens de burgemeester:

 De gemachtigden van de burgemeester

 [de persoon 7] (evenementenbureau gemeente Amsterdam)

Namens de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (hierna: de omgevingsdienst):

 [de persoon 8] ([functie 7]),

 [de persoon 9] ([functie 8])

 [de persoon 10] ([functie 9])

 [de persoon 11] ([functie 9])
1.5.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing 1.6.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Overwegingen
Standpunten en belangen van partijen

2. Verzoekster heeft er belang bij het [festival] (hierna: het festival) door te laten gaan. Volgens verzoekster heeft de burgemeester op basis van onvolledige informatie de evenementenvergunning ingetrokken. Het advies van de omgevingsdienst is weliswaar negatief, maar daarin is niet opgenomen dat er in overleg met de omgevingsdienst beheersmaatregelen zijn getroffen die de constructieve veiligheid afdoende waarborgen. Annuleren van het festival leidt tot aanzienlijke schade.

3. De burgemeester heeft er belang bij het festival afgelast te houden. Zij is belast met het toezicht op de veiligheid van dit soort evenementen. Zij wenst geen risico te nemen ten aanzien van de veiligheid van de bezoekers van dit festival.

Oordeel van de voorzieningenrechter

4. De vraag die voorligt is of het besluit van de burgemeester kan worden geschorst, wat betekent dat het festival [datum] alsnog doorgang kan vinden. Dit kan niet. De voorzieningenrechter zal hierna uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt.

5. De evenementenvergunning is aan verzoekster verleend voor gebruik van het tenttype ‘[naam 1]’. Op 31 maart 2026 heeft verzoekster een wijziging gevraagd van de vergunning omdat zij gebruik wil maken van een ander tenttype, namelijk de ‘[naam 2]’.

6. Bij de fabrikant van de ‘[naam 2]’ is bekend dat er een probleem is met de controleerbaarheid van de constructie door de omgevingsdienst op basis van het bouwboek. Dit zou sinds 10 februari 2026 in ieder geval bij de fabrikant van de tent bekend zijn geweest. Tussen partijen is niet in geschil dat dit een veiligheidsrisico met zich brengt.

7. In de week voor het festival hebben partijen geprobeerd tot een oplossing te komen. Daartoe zijn meerdere gezamenlijke overleggen geweest tussen partijen en de omgevingsdienst. Naar aanleiding van deze overleggen zijn beheersmaatregelen voorgesteld die verzoekster ook heeft opgevolgd. Dat wordt ook niet betwist door verweerder. Echter, de beheersmaatregelen nemen niet weg dat volgens de omgevingsdienst onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de risico’s ten aanzien van de constructieve veiligheid afdoende beheerst zijn. Zij blijven dus ondanks de genomen maatregelen bij het negatieve advies van 8 mei 2026.

8. Onder meer op basis van dit negatieve advies heeft de burgemeester de vergunning van verzoekster ingetrokken. Zij wenst geen risico te nemen ten aanzien van de veiligheid van de bezoekers en laat dit zwaarder wegen dan de doorgang van het evenement.

9. De voorzieningenrechter acht van belang dat, anders dan verzoekster meent, niet blijkt dat de burgemeester onvolledig is ingelicht en daardoor niet op de hoogte was dat er beheersmaatregelen zijn getroffen en dat risico’s hierdoor op punten beheersbaar en klein of zeer klein worden geacht. Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie tussen de burgemeester, de omgevingsdienst en het evenementenbureau van de gemeente blijkt dat zij hiervan op de hoogte was en dit heeft meegewogen. Het risico voor de veiligheid van de constructie kan door de beheersmaatregelen echter niet worden weggenomen.

10. De voorzieningenrechter acht verder nog van belang dat, anders dan verzoekster stelt, de omgevingsdienst niet heeft geadviseerd dat het festival alsnog veilig doorgang kan vinden met de getroffen beheersmaatregelen. Uit diezelfde e-mailcorrespondentie en het advies van 8 mei 2026 blijkt het tegendeel en ook op de zitting is dit niet gebleken. De omgevingsdienst is van oordeel dat het veiligheidsrisico ten aanzien van de constructie overeind blijft omdat daar door het gebrek in het bouwboek niet over kan worden geadviseerd.

11. De voorzieningenrechter begrijpt dat dit een ontzettend vervelende gang van zaken is voor iedereen, met name voor verzoekster en de bezoekers van het festival. Verzoekster moet nu op het laatste moment een groot festival annuleren terwijl zij tot op heden altijd een betrouwbare festivalorganisator is geweest. Daar staat echter tegenover dat het gebrek in het bouwboek al bekend was bij de fabrikant en ook niet wordt ontkend door de organisatie.

12. De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester op grond van artikel 1.7, onder b en artikel 2.43 onder a van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (APV) discretionaire bevoegdheid heeft om de vergunning in te trekken indien het evenement een potentieel gevaar oplevert voor de openbare orde, de gezondheid, de veiligheid en voor het ontstaan van wanordelijkheden. De burgemeester komt hier beleidsruimte toe, wat betekent dat zij de keuze heeft om deze bevoegdheid te gebruiken als aan de toepassingsvereisten is voldaan. De burgemeester heeft de belangen geïnventariseerd en afgewogen. Op grond van al het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot het voorlopig oordeel dat de burgemeester de openbare orde, de gezondheid, de veiligheid en het voorkomen van wanordelijkheden in redelijkheid zwaarder heeft mogen laten wegen dan het belang van verzoekster bij doorgang van het festival, omdat niet geconstateerd kan worden dat de ‘[naam 2]’ voldoet aan de vereiste constructieve veiligheidsnormen en daarmee de veiligheid van bezoekers niet kan worden gegarandeerd. De voorzieningenrechter acht bij dit oordeel ten slotte van belang dat de burgemeester mee heeft gewogen dat de politie de openbare orde en veiligheidsaspecten beheersbaar heeft geacht bij het last-minute afgelasten van het festival.

13. Voorgaande betreft een voorlopig oordeel in een spoedprocedure. Hoe het precies heeft kunnen gebeuren dat de evenementenvergunning op de ochtend van het festival is ingetrokken zal verder moeten worden uitgezocht en besproken in de bezwaarprocedure. Het oordeel van de voorzieningenrechter bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de evenementenvergunning ingetrokken blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

11. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2026 door mr. M.H.W. Franssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Hollander, griffier.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel delen