Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBAMS:2026:6693

Kinderbijslag. Moeder van de kinderen is aanvrager van de kinderbijslag. Volgens de beleidsregels van de Svb wijzigt aanvragerschap niet, tenzij beide ouders hiermee instemmen of sprake is van een uitzonderingssituatie. Niet aannemelijk is geworden dat hiervan sprake is. Svb heeft terecht beslist dat het aanvragerschap niet wijzigt. Beroep ongegrond.

Rechtbank Amsterdam 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2026:6693 text/xml public 2026-08-04T10:29:10 2026-07-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-07-01 AMS 25/4143 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6693 text/html public 2026-08-04T10:28:54 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:6693 Rechtbank Amsterdam , 01-07-2026 / AMS 25/4143
Kinderbijslag. Moeder van de kinderen is aanvrager van de kinderbijslag. Volgens de beleidsregels van de Svb wijzigt aanvragerschap niet, tenzij beide ouders hiermee instemmen of sprake is van een uitzonderingssituatie. Niet aannemelijk is geworden dat hiervan sprake is. Svb heeft terecht beslist dat het aanvragerschap niet wijzigt. Beroep ongegrond.
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/4143
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, de Svb
(gemachtigde: mr. C.A. van der Vlist).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [persoon] uit [plaats] (de moeder).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de Svb terecht heeft beslist dat de moeder van de kinderen aanvrager blijft van de kinderbijslag. Eiser, vader van de kinderen, is het daar niet mee eens en vindt dat hij vanaf het eerste kwartaal 2025 als aanvrager moet worden aangemerkt. Aan de hand van de beroepsgronden van eiser beoordeelt de rechtbank het beroep.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Svb terecht heeft besloten dat de moeder de aanvrager blijft van de kinderbijslag. Het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3. Met een besluit van 14 februari 2025 heeft de Svb beslist dat eiser en de moeder vanaf het eerste kwartaal van 2025 ieder de helft van de kinderbijslag voor de kinderen ontvangen omdat er sprake is van een co-ouderschap. Eiser kan niet als aanvrager van de kinderbijslag worden aangemerkt. De moeder blijft de aanvrager van de kinderbijslag. Met het besluit op bezwaar van 29 mei 2025 is de Svb bij dat besluit gebleven.
3.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Svb heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3.2.
De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van de Svb en de moeder.
3.3.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen.
Wat aan de procedure voorafging
4. Eiser en de moeder zijn gehuwd op 11 juni 2015 te Amerongen. Hun huwelijk is op 17 juni 2024 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 15 maart 2024 in de registers van de burgerlijke stand.

5. Uit het huwelijk zijn geboren:

- [minderjarige 1] , geboren te Amsterdam op [geboortedag 1] 2016;

- [minderjarige 2] geboren te Blaricum op [geboortedag 2] 2018.

6. De ouders hebben het gezamenlijk gezag over de kinderen.

7. Op 13 december 2024 heeft de rechtbank Amsterdam een beschikking gewezen waarin onder meer is bepaald dat de minderjarige kinderen hun hoofdverblijfplaats bij eiser hebben.

8. Met de beschikking van 20 november 2025 heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat het niet aan de rechtbank is om te bepalen aan wie de Svb de kinderbijslag uitkeert. Indien eiser alsnog wil realiseren dat hij de volledige kinderbijslag gaat ontvangen, omdat hij dan pas in aanmerking zal komen voor het gehele kindgebonden budget, waarmee rekening is gehouden bij de berekening van de kinderalimentatie, dan zal hij hierover opnieuw in contact met de Svb moeten treden.
Beoordeling door de rechtbank
9. De rechtbank beoordeelt of de Svb terecht heeft geoordeeld dat de moeder aanvrager blijft van de kinderbijslag. Zij doet dit in de hand van de beroepsgronden van de vader.

10. De te beoordelen periode in geding loopt van het eerste kwartaal van 2025 (1 januari 2025) tot en met het primaire besluit van 14 februari 2025. Niet in geschil is dat in deze periode sprake was van co-ouderschap, waarbij de kinderen beurtelings tot twee huishoudens behoorden en dat de kinderbijslag in deze periode aan beide ouders moet worden uitbetaald. In geschil is uitsluitend of eiser in plaats van de moeder als aanvrager van de kinderbijslag moet worden aangemerkt. Dit is van belang omdat de aanvrager van de kinderbijslag tevens als rechthebbende op het kindgebonden budget wordt aangemerkt.

11. Eiser stelt dat het feit dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij hem hebben, impliceert dat hij de aanvrager van de kinderbijslag is en ook de andere toeslagen (kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget) kan ontvangen. In de berekeningen van de alimentatie is er ook van uitgegaan dat de vader alle toeslagen (derhalve de kinderbijslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget) zou ontvangen. Dit blijkt volgens eiser uit een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2025.

12. De Svb stelt dat zij terecht hebben vastgesteld dat eiser niet de aanvrager is van de kinderbijslag. Volgens de Svb wijzigt in geval van co-ouderschap de Svb de aanvrager van de kinderbijslag alleen als beide ouders daarmee instemmen of als sprake is van een uitzonderingssituatie. Uitzonderingen gelden bijvoorbeeld als uit een overeenkomst of rechterlijke uitspraak blijkt dat de andere ouder het kindgebonden budget moet ontvangen of als die ouder aannemelijk maakt dat hij daar financieel voordeel bij heeft terwijl de huidige aanvrager daar geen belang bij heeft. Volgens de Svb is daarvan hier geen sprake. Eiser heeft weliswaar een beschikking van de rechtbank Amsterdam ingebracht, maar deze ziet op de periode vanaf 20 november 2025 en is daarmee niet van belang voor het eerste kwartaal van 2025.

13. De rechtbank stelt vast dat de moeder van de kinderen als aanvrager van de kinderbijslag is geregistreerd. Vanaf het eerste kwartaal van 2025 is sprake van co-ouderschap en wordt het recht op kinderbijslag van de moeder gesplitst uitbetaald aan de moeder en de vader volgens het bepaalde in artikel 10, eerste lid, van het Besluit uitvoering kinderbijslag (BUK), gebaseerd op artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).

14. De Svb hanteert beleidsregels (De beleidsregels Kinderbijslagbetaling bij gescheiden huishoudens; echtscheiding en co-ouderschap (SB1096) (hierna: de beleidsregels) voor de toepassing van deze bepaling. Volgens de beleidsregels wijzigt de Svb het aanvragerschap niet, tenzij beide ouders daarmee instemmen of sprake is van een in de beleidsregels genoemde uitzonderingssituatie. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van zo’n uitzonderingssituatie. Dat de kinderen zijn ingeschreven op het adres van de vader en dat de rechtbank bepaald heeft dat zij hoofdverblijf hebben bij hem, is in het geval van co-ouderschap niet doorslaggevend. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Svb terecht heeft beslist dat het aanvragerschap niet wordt gewijzigd. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.W. van de Kar, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Kinderbijslagbetaling bij gescheiden huishoudens; echtscheiding en co-ouderschap (SB1096) - Sociale Verzekeringsbank.

Artikel delen