Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBAMS:2026:6711

Toewijzing persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden en individuele begeleiding op grond van de Wmo 2015. Beroep op gelijke behandeling slaagt niet. De tarieven van het pgb voldoen aan de wettelijke eis van toereikendheid en een reële prijs en zijn in lijn met de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 september 2025. Beroep ongegrond.

Rechtbank Amsterdam 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2026:6711 text/xml public 2026-08-04T10:22:05 2026-07-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-07-03 AMS 26/1034 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6711 text/html public 2026-08-04T10:21:43 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:6711 Rechtbank Amsterdam , 03-07-2026 / AMS 26/1034
Toewijzing persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden en individuele begeleiding op grond van de Wmo 2015. Beroep op gelijke behandeling slaagt niet. De tarieven van het pgb voldoen aan de wettelijke eis van toereikendheid en een reële prijs en zijn in lijn met de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 september 2025. Beroep ongegrond.
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 26/1034
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het persoonsgebonden budget (pgb) voor de maatwerkvoorzieningen hulp bij het huishouden (hbh) en begeleiding dat op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) aan eiser is toegekend. Eiser vindt dat het pgb-tarief geïndexeerd had moeten worden en hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.1.
De rechtbank oordeelt dat de beroepsgronden van eiser niet slagen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Verweerder heeft de aanvraag voor hbh en individuele begeleiding met het primaire besluit van 4 november 2025 toegewezen. In het primaire besluit heeft verweerder overwogen dat hij op een later moment beslist op de aanvraag voor de aanpassing van eisers scootmobiel. Met het bestreden besluit van 14 januari 2026 heeft verweerder het bezwaar van eiser deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige deel ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 juni 2026 op zitting aan de orde gesteld. Partijen zijn met bericht van verhindering niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
De totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiser heeft zich bij verweerder gemeld met het verzoek om een pgb voor hbh, begeleiding en aanpassing van zijn scootmobiel. In dit kader is op 2 oktober 2025 een huisbezoek afgelegd en verweerder heeft zijn bevindingen vastgelegd in een ondersteuningsplan. Na onderzoek is geconcludeerd dat eiser hulp nodig heeft bij het huishouden, begeleiding bij de hbh en individuele begeleiding bij het zwemmen. Eiser heeft het plan op 9 oktober 2025 ondertekend. Bij de opmerkingen heeft hij vermeld dat hij bezwaar zal aantekenen tegen het negeren van de loonindexering voor BG individuele begeleiding.

4. Met het primaire besluit is een pgb toegekend voor hbh voor 2,5 uur per week over de periode van 1 november 2025 tot en met 31 oktober 2026. Het pgb voor hbh bedraagt in totaal € 3.754,29 (tegen een uurtarief van € 28,80). Daarnaast is een pgb toegekend voor begeleiding bij het huishouden voor 5 uur per week en bij het zwemmen voor 3 uur per week over de periode van 1 november 2025 tot en met 31 oktober 2026. De hoogte van het pgb voor begeleiding bij het huishouden is in totaal € 6.517,86 (tegen een uurtarief van € 25,-). De hoogte van het pgb voor begeleiding bij het zwemmen is in totaal € 3.910,71 (tegen een uurtarief van € 25,-).

5. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige deel ongegrond. Verweerder heeft hieraan het advies van de bezwaarschriftencommissie van 6 januari 2026 ten grondslag gelegd. Kort samengevat stelt verweerder zich op het standpunt dat hij niet verplicht is om een loonindexatie toe te passen. Het hanteren van het minimumloon als pgb-tarief is ook in overeenstemming met de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (de Raad), toegestaan.

Het standpunt van eiser

6. Eiser voert aan dat de zorgverlener voor huishoudelijke hulp wel een jaarlijkse loonsverhoging kreeg volgens de landelijke index en het tarief voor de andere zorgverlener voor individuele begeleiding werd gedurende drie jaar bevroren. Dat is volgens eiser ongelijke behandeling. Eiser verzoekt de rechter om gelijke behandeling van alle zorgverleners en de zorgverlener voor begeleiding individueel ook een jaarlijkse loonsverhoging volgens de landelijke index te gunnen.

Het oordeel van de rechtbank

7. De rechtbank overweegt als volgt. Eiser komt op voor de zorgverlener(s) die begeleiding individueel verlenen en die volgens hem hetzelfde uurtarief zouden moeten verdienen als de zorgverlener(s) die huishoudelijke hulp verrichten. Het beroep van eiser op gelijke behandeling voor alle zorgverleners, slaagt niet. Eiser kan niet via deze beroepsprocedure opkomen voor zijn zorgverlener(s).

8. De rechtbank stelt vast dat verweerder verschillende uurtarieven hanteert voor hbh (€ 28,80) en voor begeleiding individueel (€ 25,-). Voor zover eiser aanvoert dat voor begeleiding individueel ook een uurtarief van € 28,80 zou moeten gelden, volgt de rechtbank dat niet. De Raad heeft in zijn uitspraken van 30 september 2025 geoordeeld dat gemeenten voor het sociaal netwerk een pgb-tarief op het niveau van het wettelijk minimumloon mogen hanteren. Verweerder heeft toegelicht dat de tarieven zijn gebaseerd op de Verordening maatschappelijke ondersteuning Ouder-Amstel 2020 en het Financieel besluit en boven het wettelijke minimumloon liggen. De tarieven voldoen daarmee aan de wettelijke eis van toereikendheid en een reële prijs en zijn in lijn met de rechtspraak van de Raad.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat hij geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.E. Berghout, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zie de uitspraken van de Raad van 30 september 2025 gepubliceerd op rechtspraak.nl onder: ECLI:NL:CRVB:2025:1276 en ECLI:NL:CRVB:2025:1380.

Artikel delen