Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBAMS:2026:6922

Eenhoofdig gezag.

Rechtbank Amsterdam 9 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2026:6922 text/xml public 2026-07-09T16:33:08 2026-07-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-10 C/13/775221 / FA RK 25-6760 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Rekestprocedure Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6922 text/html public 2026-07-09T15:52:57 2026-07-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:6922 Rechtbank Amsterdam , 10-03-2026 / C/13/775221 / FA RK 25-6760
Eenhoofdig gezag.

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/775221 / FA RK 25-6760 (HH/WvL)

Beschikking van 10 maart 2026 betreffende het gezag

in de zaak van:

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. A. Hashem Jawaheri te Amsterdam,

tegen

[de man] ,

zonder bekende woon-of verblijfplaats in Nederland,

hierna te noemen de man,

niet verschenen.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw van 5 september 2025,

- de beschikking van 28 november 2025 die als hier herhaald en ingelast geldt.
1.2.
De zaak is behandeld ter zitting met gesloten deuren van 10 maart 2026.

De kinderrechter heeft telefonisch gesproken met de advocaat van de vrouw.
1.3.
De man is op 3 december 2025 opgeroepen in de Staatscourant op het adres waar hij bij volgens de BRP staat ingeschreven. Hij is derhalve behoorlijk opgeroepen. De man is niet ter zitting verschenen. Van de man is ook geen bericht ontvangen
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
Partijen zijn op 13 oktober 2015 te [plaats] , Iran in het huwelijk getreden. He huwelijk is op 11 september 2019 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 29 juli 2019.

Bij de echtscheidingsbeschikking hoort een ouderschapsplan.

Partijen hebben tezamen het navolgende minderjarige kind:

[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] , Iran op [geboortedag 1] 2010.

Blijkens een uittreksel uit de GBA van 8 september 2025 is de man per 6 maart 2024 uitgeschreven en geëmigreerd naar de Verenigde Staten van Amerika.
2.2.
Bij beschikking van 28 november 2025 is vastgesteld dat de uitoefening van het ouderlijk gezag van [de man] , geboren op [geboortedag 2] 1979 te [geboorteplaats] , Iran over [minderjarige] is geschorst, zodat de vrouw als enige met het gezag over [minderjarige] is belast. De behandeling van het verzoek van de vrouw tot schorsing van het ouderlijk gezag van de man is nader aangehouden tot de zitting van 10 maart 2026 13.30 uur omdat gebleken was dat de man per abuis niet was opgeroepen in de Staatscourant voor de mondelinge behandeling op 28 november 2025.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De vrouw verzoekt, na wijziging van het verzoek bij het telefonisch onderhoud, wijziging van het gezamenlijk gezag over [minderjarige] en toekenning aan haar van het eenhoofdig gezag over [minderjarige] .
<nr>4</nr>Het standpunt van de vrouw 4.1.
De vrouw stelt dat de man te kennen heeft gegeven geen enkele rol meer te willen spelen in het leven van de vrouw en [minderjarige] . Hij zou op dit moment feitelijk ergens in [plaats] , Iran, wonen, maar waar is onbekend. Dat betekent dat de vrouw wordt belemmerd in het nemen van gezagsbeslissingen omdat zij met hem geen contact kan krijgen. Zij verzoekt daarom eenhoofdig gezag over [minderjarige] . De vrouw wordt onder meer belemmerd in haar reisbewegingen met [minderjarige] . Hierdoor is het onder meer lastig familie in het buitenland te bezoeken, terwijl het in het belang van [minderjarige] is haar familie te leren kennen. [minderjarige] heeft ook wat medische aandacht nodig.

De advocaat van de vrouw heeft telefonisch toegelicht dat het thans de wens is van de vrouw dat het gezamenlijk ouderlijk gezag van partijen wordt beëindigd dat zij met het eenhoofdig gezag [minderjarige] wordt belast.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
Gelet op het feit dat [minderjarige] haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft is de Nederlandse rechter bevoegd om kennis te nemen van het verzoek en is Nederlands recht van toepassing.
5.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:253n van het Burgerlijke Wetboek (BW) in verbinding met artikel 1.251a BW kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van één van hen het gezamenlijk gezag beëindigen. Uitgangspunt is dat gezamenlijk gezag van de ouders in het belang van het kind is. Daarop gelden wel uitzonderingen. Het criterium om één van de ouders met het ouderlijk gezag te belasten is op grond van artikel 1:251a BW het bestaan van een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen dan wel dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
5.3.
De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wet is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen. Voor gezamenlijk gezag is echter wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans ten minste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond hen kunnen voordoen. Dit alles om te voorkomen dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders.
5.4.
Het is de rechtbank uit de onweersproken stellingen van de vrouw gebleken dat contact en communicatie met de man, teneinde een goede uitvoering te kunnen geven aan het ouderlijk gezag, ontbreekt, hetgeen nu concreet leidt tot belemmeringen van de vrouw in haar reisbewegingen met [minderjarige] en er ook tot toe kan leiden dat noodzakelijke medische behandeling [minderjarige] niet mogelijk zal zijn. Eerder was al vastgesteld dat dat de man het ouderlijk gezag niet uitoefent. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat wijziging van het gezag in het belang [minderjarige] noodzakelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank is hierin een wijziging als bedoeld in artikel 1:253n BW gelegen.

Deze beslissing zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zodat de beslissing ook al gedurende de hoger beroepstermijn (dus met ingang van heden) van kracht is.
<nr>6</nr>De beslissing
De rechtbank:

- beëindigt het gezamenlijk ouderlijk gezag van partijen en belast [de vrouw] , wonende te [woonplaats] met het eenhoofdig gezag over:

[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] , Iran op [geboortedag 1] 2010,

voor zover de bevoegdheid daartoe niet door een eerdere rechterlijke beslissing is uitgesloten;

- draagt de griffier op om aantekening van deze beslissing te (laten) maken in het gezagsregister;

- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.P.E. Has, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. W.C. van Lavieren, griffier, op 10 maart 2026.

Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).Het beroep moet worden ingesteld:- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Artikel delen