Toegang verlenen tot uitvaartlocaties onder voorwaarde geen gebruik naam en duidelijk vermelden eigen (bedrijfs)naam
Rechtbank Amsterdam 4 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:7759
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-07-2026
Datum publicatie
04-08-2026
Zaaknummer
C/13/782306 / KG ZA 26-56
Rechtsgebied
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBAMS:2026:7759text/xmlpublic2026-08-04T15:31:052026-07-29Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Amsterdam2026-05-26C/13/782306 / KG ZA 26-56UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigKort gedingVoorlopige voorzieningNLAmsterdamCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7759text/htmlpublic2026-07-30T14:55:192026-08-04Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBAMS:2026:7759 Rechtbank Amsterdam , 26-05-2026 / C/13/782306 / KG ZA 26-56 Toegang verlenen tot uitvaartlocaties onder voorwaarde geen gebruik naam en duidelijk vermelden eigen (bedrijfs)naam
RECHTBANK Amsterdam Civiel recht, voorzieningenrechter Zaaknummer: C/13/782306 / KG ZA 26-56 NB/EvK Vonnis in kort geding van 26 mei 2026 in de zaak van
[eiser] h.o.d.n. [bedrijf],
te [woonplaats] ,
eisende partij bij dagvaarding van 31 januari 2026,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. C. Erasmus en mr. D. van Wurmond, tegen PC UITVAART B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: PC Uitvaart,
advocaat: mr. A.G. Moeijes. 1De procedure1.1. Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 4 maart 2026 heeft [eiser] de dagvaarding toegelicht. PC Uitvaart heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. 1.2. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig: [eiser] , met mr. Van Wurmond en mr. Erasmus, en namens PC Uitvaart: [naam 1] , [functie 1] , [naam 2] , [functie 2] , met mr. Moeijes. 1.3. Na verder debat is de zaak pro forma aangehouden tot 18 maart 2026 en vervolgens bij verlenging tot (uiteindelijk) 29 april 2026, om partijen de gelegenheid te geven een regeling te treffen. Zij zijn hierin niet geslaagd. Bij bericht van 28 april 2026 heeft mr. Erasmus namens [eiser] de voorzieningenrechter verzocht vonnis te wijzen. Hierna is vonnis bepaald op vandaag. 2De feiten2.1.
[eiser] houdt zich bezig met uitvaartverzorging. 2.2. PC Uitvaart is een organisatie die verschillende crematoria, uitvaartcentra en begraafplaatsen in de regio Amsterdam exploiteert. Andere uitvaartorganisaties kunnen op deze locaties faciliteiten huren. Op die manier werkten partijen al meerdere jaren samen; [eiser] maakt voor het verzorgen van uitvaarten gebruik van onder meer de door PC Uitvaart geëxploiteerde uitvaartlocaties. 2.3. Op 17 juni 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] en de heer [naam 3] en mevrouw [naam 1] van PC Uitvaart. PC Uitvaart heeft [eiser] tijdens dit gesprek geconfronteerd met haar bevindingen dat [eiser] volgens haar op ongeoorloofde wijze gebruik maakt van de handelsnaam van PC Uitvaart in diverse media-uitingen en dat op websites, die geregistreerd staan op de naam van [eiser] , maar zien op locaties van PC Uitvaart, onduidelijk is dat de uitvaart uitgevoerd wordt door [eiser] , doordat zijn naam en contactgegevens (zoals KvK-nummer en eigen adres) ontbreken. Volgens PC Uitvaart worden nabestaanden hierdoor misleid en/of in verwarring gebracht. PC Uitvaart heeft tijdens dit gesprek aan [eiser] gevraagd of hij dit gedrag wil staken en de websites wil aanpassen. 2.4. Op 24 juni 2025 heeft PC Uitvaart [eiser] per e-mail bericht dat zij blij is dat (een deel van) de websites is aangepast, maar dat zij nog enkele aanpassingen wenst. 2.5. Bij brief van 27 november 2025 heeft de advocaat van PC Uitvaart aangekondigd dat [eiser] per 1 januari 2026 de toegang wordt ontzegd tot de door PC Uitvaart geëxploiteerde locaties, in de brief staat hierover (onder meer): “(…) In 2023 heeft cliënte u aangesproken op het ongeoorloofd gebruik van de handelsnaam van cliënte in uw media-uitingen. Cliënte werd hier op attent gemaakt door nabestaanden die hierdoor in verwarring zijn gebracht. Eerder dit jaar heeft cliënte Doodgewoon Uitvaartzorg aangesproken op het feit dat dit bedrijf zich naar derden heeft uitgegeven als zijnde PC Uitvaart, gevestigd aan de [adres] . De eigenaresse, mevrouw [naam 4] , heeft voor commentaar verwezen naar haar zakenpartner, zijnde u. Ook heeft cliënte u vervolgens aangesproken op het zich uitgeven naar derden als zijnde, of werkende in opdracht van, cliënte. U heeft verwezen naar mailcorrespondentie waaruit blijkt dat aan u toestemming is gegeven foto's van locaties van cliënte te gebruiken. Maar deze toestemming rechtvaardigt niet dat u of aan u verbonden derden zich per telefoon uitgeven voor PC Uitvaart of als een organisatie die in opdracht van PC Uitvaart werkt. Op 17 juni 2025 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen cliënte en u. U heeft toegezegd alle logo's en beelden van PC Uitvaart van uw websites te verwijderen en er voor te zorgen dat de mensen die voor u de telefoon beantwoorden niet spreken uit naam van PC Uitvaart. Cliënte heeft zelf vastgesteld dat vele telefoonnummers van zowel uw bedrijf als van Doodgewoon Uitvaartzorg uitkomen bij één en dezelfde telefonist, in de bespreking liet u blijken goed te weten wie dit is. U heeft toegezegd dat uw bedrijf niet zal voorwenden PC Uitvaart te zijn. Onlangs ontving cliënte een mail van een teleurgestelde nabestaande met een klacht over de uitvaart. De uitvaart bleek niet door cliënte te zijn verzorgd, maar door Doodgewoon Uitvaartzorg. Volgens deze nabestaande werd de telefoon opgenomen met “PC Uitvaart’. Ook werd cliënte gebeld door een nabestaande die bang was te worden opgelicht nadat ze had gebeld met het telefoonnummer van [locatie] , één van uw handelsnamen, en te horen kreeg dat PC Uitvaart vol zat en jullie wel vaker uitvaarten overnemen als PC Uitvaart geen beschikbare mensen heeft. Voor cliënte is de maat hiermee vol. Het is niet acceptabel dat uw bedrijf of bedrijven waar u bij betrokken bent voorwenden PC Uitvaart te zijn, of foutieve informatie over cliënte verstrekken. Zeker niet wanneer cliënte vervolgens geconfronteerd wordt met teleurgestelde en verontruste nabestaanden. Cliënte en de aan haar gelieerde huidige en toekomstige ondernemingen zal daarom vanaf 1 januari 2026 geen uitvaarten voor u of direct of indirect aan u gelieerde ondernemingen meer faciliteren. Enige samenwerking wordt per deze datum beëindigd. Dit betreft zowel de eigen locaties van cliënte als de locaties die zij samen met Dela en Monuta exploiteren (derhalve de locaties in [plaats 1] , [plaats 2] , [plaats 3] , [plaats 4] , [plaats 5] , [plaats 6] , [plaats 7] en [plaats 8] ). Het is u per deze datum niet meer toegestaan op uw websites of andere communicatiekanalen te vermelden dat u samenwerkt met cliënte en/of gebruik maakt van de voornoemde locaties inclusief de adressen daarvan. (…)” 2.6. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 3 december 2025 hierop gereageerd. [eiser] ontkent dat de telefoon (door zijn telefoniste) wordt opgenomen ‘met PC Uitvaart’ en dat aan nabestaanden wordt medegedeeld dat PC Uitvaart vol zou zitten en [eiser] uitvaarten overneemt als er geen beschikbaarheid is. [eiser] betwist aldus te handelen. Daarnaast staat in de brief dat stopzetting van de samenwerking ongewenst en mogelijk onrechtmatig is. 2.7. De ontzegging tot de locaties van PC Uitvaart is inmiddels in werking getreden; [eiser] kan sinds 1 januari 2026 geen gebruik meer maken van de uitvaartlocaties van PC Uitvaart. 3Het geschil3.1.
[eiser] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. PC Uitvaart te gebieden [eiser] en haar medewerkers per direct en onder dezelfde voorwaarden als voorafgaand aan de beëindiging weer toegang te verlenen tot de locaties die PC Uitvaart exploiteert, op straffe van een dwangsom van € 25.000,- per dag of dagdeel dat PC Uitvaart zich niet aan het op te leggen gebod houdt;
II. PC Uitvaart te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 3.463,41 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
III. PC Uitvaart te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2.
[eiser] legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. PC Uitvaart handelt onrechtmatig door [eiser] de toegang tot de uitvaartlocaties van PC Uitvaart te ontzeggen. [eiser] heeft voor deze locaties geen realistische alternatieven en lijdt hierdoor omzetverlies. Nabestaanden die een uitvaart bij [eiser] hebben geboekt kunnen daardoor niet terecht op een door hen gewenste locatie. In reactie op de verwijten uit de brief van PC Uitvaart van 27 november 2025 stelt [eiser] dat hij niet gelieerd is aan het bedrijf Doodgewoon Uitvaartzorg; ze maken alleen gebruik van dezelfde telefoniste in drukke periodes. Het handelen van Doodgewoon Uitvaartzorg kan dus ook niet worden toegerekend aan [eiser] . [eiser] betwist dat hij, of zijn telefoniste, ooit de telefoon heeft opgenomen met ‘PC Uitvaart’. De toegang ontzeggen aan één uitvaartondernemer is onrechtmatig, omdat PC Uitvaart daarmee misbruik maakt van haar machtspositie, zie ook de vergelijkbare zaak van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 30 januari 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:694). Bovendien heeft PC Uitvaart [eiser] niet gewaarschuwd dat zij de toegang zou ontzeggen tot haar locaties indien bepaalde gedragingen niet zouden worden gestaakt en heeft zij [eiser] geen termijn gegund om te reageren op deze klachten. 3.3. PC Uitvaart voert verweer. [eiser] doet zich onterecht voor als PC Uitvaart en hanteert een agressieve marketingstrategie. [eiser] heeft namelijk vele domeinnamen geregistreerd van verschillende uitvaartlocaties waarop de contactgegevens (telefoonnummer en e-mailadres) van [eiser] staan, maar niet duidelijk zichtbaar is dat hij de uitvaartondernemer is en dat de uitvaart zal worden uitgevoerd door [eiser] . Nabestaanden zullen dan worden misleid of in verwarring worden gebracht omdat ze denken dat ze de website van de uitvaartlocatie zelf bezoeken en dus contact hebben met de uitvaartlocatie, of degene die de uitvaartlocatie exploiteert zoals PC Uitvaart, maar dat blijkt dan [eiser] te zijn. Waarbij [eiser] overigens ook exorbitant hogere kosten rekent dan PC Uitvaart. PC Uitvaart heeft met meerdere verklaringen van nabestaanden aangetoond dat deze verwarring bestaat en dat mensen in de veronderstelling waren een uitvaart bij PC Uitvaart te hebben geboekt, maar dat dit achteraf [eiser] bleek te zijn. [eiser] maakt op deze wijze misbruik van de goede naam van PC Uitvaart. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling4.1. Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Voor de vorderingen van [eiser] geldt dat die toewijsbaar zijn als voorshands aannemelijk is dat de bodemrechter die zal toewijzen en als van hem niet kan worden gevergd dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Of de gevraagde voorzieningen worden verleend, hangt ook steeds af van een afweging van de belangen van partijen. 4.2. In beginsel geldt contractsvrijheid, dat betekent dat het aan PC Uitvaart is om te bepalen met wie zij of wel niet contracteert/een samenwerking aangaat ten behoeve van de uitvaartlocaties die zij exploiteert. Daarbij dienen partijen, PC Uitvaart en [eiser] , echter wel rekening te houden met elkaars belangen. 4.3. Enerzijds heeft [eiser] een groot belang bij voortzetten van de samenwerking en toegang tot de locaties van PC Uitvaart. [eiser] heeft daarbij toegelicht dat de locaties van PC Uitvaart (in [plaats 1], [plaats 2], [plaats 3], [plaats 4] , [plaats 5] , [plaats 6] , [plaats 7] en [plaats 8] ) essentieel zijn voor zijn bedrijfsvoering. PC Uitvaart heeft daar tegenin gebracht dat [eiser] makkelijk zou kunnen uitwijken naar locaties in de buurt, maar dat standpunt wordt niet gevolgd. [eiser] heeft voldoende toegelicht dat er voor deze locaties geen realistische alternatieven zijn. Nabestaanden kiezen (over het algemeen) primair voor een locatie en niet voor een uitvaartondernemer. Als een nabestaande nu bij [eiser] aanklopt en [eiser] niet de gewenste locatie kan bieden, dan zal deze nabestaande op zoek gaan naar een andere uitvaartondernemer en niet naar een andere locatie. In beginsel heeft [eiser] daarom voldoende belang bij toegang tot de uitvaartlocaties van PC Uitvaart. 4.4. Anderzijds is het belang van PC Uitvaart erin gelegen dat bij haar klanten geen verwarring ontstaat. Het is namelijk een zorg van PC Uitvaart dat nabestaanden [eiser] hebben benaderd, terwijl zij eigenlijk hun uitvaart geregeld wilden hebben door PC Uitvaart. Nabestaanden verliezen daardoor hun vertrouwen in PC Uitvaart en dat kan schadelijk zijn voor de goede naam en reputatie van PC Uitvaart. Dat is een belang dat [eiser] dient te waarborgen; hij dient te voorkomen dat potentiële klanten in verwarring worden gebracht door misleidende telefonische informatie of onjuiste informatie op de websites van [eiser] . 4.5. Gelet op deze belangenafweging zal PC Uitvaart [eiser] weer toegang moeten verlenen tot de door haar geëxploiteerde uitvaartlocaties, maar zal hieraan wel een voorwaarde worden verbonden om tegemoet te komen aan het belang van PC Uitvaart.
PC Uitvaart zal weer toegang moeten verlenen aan [eiser] en haar medewerkers tot de locaties die PC Uitvaart exploiteert onder dezelfde voorwaarden als voorafgaand aan de beëindiging. PC Uitvaart moet die toegang verlenen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, zodat [eiser] gelegenheid heeft om aan de volgende voorwaarden te voldoen.
[eiser] moet duidelijk vermelden dat de uitvaart wordt uitgevoerd door hem/ [bedrijf] . Met andere woorden, er mag bij potentiële klanten geen twijfel bestaan over de partij bij wie hij of zij de uitvaart boekt. [eiser] dient hieraan te voldoen door op al zijn websites duidelijk te maken dat de uitvaart wordt uitgevoerd door [eiser] als uitvaartondernemer; [eiser] zal de naam PC Uitvaart niet (meer) gebruiken. Hij moet op zijn websites zijn eigen contactgegevens, (bedrijfs)naam en KvK nummer vermelden. Een verplichting tot het vermelden van zijn eigen (woon)adres ziet de voorzieningenrechter niet.
Hoewel niet voldoende aannemelijk is dat [eiser] de telefoon heeft laten aannemen ‘met PC Uitvaart’ – omdat de onderbouwing die PC Uitvaart hiertoe heeft gegeven zag op het bedrijf Doodgewoon Uitvaartzorg, dat niet aan [eiser] is gelieerd – moet [eiser] er ook voor zorgen dat telefonisch altijd vermeld wordt dat de uitvaart wordt uitgevoerd door [eiser] . 4.6. Aan deze veroordeling van PC Uitvaart zal een dwangsom worden verbonden, die zal worden beperkt zoals volgt uit de beslissing. 4.7. Nu partijen over en weer in het gelijk zijn gesteld, worden de kosten gecompenseerd. Voor vergoeding van buitengerechtelijke kosten bestaat dan ook geen grond. 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. gebiedt PC Uitvaart [eiser] en haar medewerkers binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en onder dezelfde voorwaarden als voorafgaand aan de beëindiging weer toegang te verlenen tot de locaties die PC Uitvaart exploiteert, mits [eiser] duidelijk op zijn website en telefonisch vermeldt dat de uitvaart wordt uitgevoerd door hem/ [bedrijf] zoals bepaald in overweging 4.5 en geen gebruik maakt van de naam PC Uitvaart, 5.2. veroordeelt PC Uitvaart om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere keer dat zij niet aan de veroordeling onder 5.1 voldoet, 5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026. type: EvK