Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBAMS:2026:7760

WAMCA-zaak. Rolbeslissing over vertrouwelijkheidsregime voor stukken Google c.s.

Rechtbank Amsterdam 4 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2026:7760 text/xml public 2026-08-04T15:58:34 2026-07-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-06-03 C/13/724268 / HA ZA 23-1 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - meervoudig Tussenuitspraak Geheimhoudingsbeslissing NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7760 text/html public 2026-07-30T17:18:14 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:7760 Rechtbank Amsterdam , 03-06-2026 / C/13/724268 / HA ZA 23-1
WAMCA-zaak. Rolbeslissing over vertrouwelijkheidsregime voor stukken Google c.s.

rolbeslissing
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht

Zaaknummer: C/13/724268 / HA ZA 23-1

Rolbeslissing van 3 juni 2026

in de zaak van

STICHTING APP STORES CLAIMS,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: ASC,

advocaat: mr. S. Timmerman te Amsterdam,

tegen

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

ALPHABET INC.,

gevestigd te Mountain View, Californië (Verenigde Staten van Amerika),2. de rechtspersoon naar buitenlands recht

GOOGLE LLC,

gevestigd te Mountain View, Californië (Verenigde Staten van Amerika),3. de rechtspersoon naar buitenlands recht

GOOGLE IRELAND LIMITED,

gevestigd te Dublin (Ierland),4. de rechtspersoon naar buitenlands recht

GOOGLE COMMERCE LIMITED,

gevestigd te Dublin (Ierland),5. de rechtspersoon naar buitenlands recht

GOOGLE PAYMENT IRELAND LIMITED,

gevestigd te Dublin (Ierland),6. de rechtspersoon naar buitenlands recht

GOOGLE PAYMENT LIMITED,

gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk),7. GOOGLE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,8. GOOGLE NETHERLANDS HOLDINGS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: Google c.s. (in enkelvoud),

advocaat: mr. H.J. Pot te Amsterdam.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 december 2023 (hierna: het eerste tussenvonnis), met de daarin genoemde stukken en gebruikte definities,

- het tussenvonnis van 25 september 2024 (hierna: het tweede tussenvonnis), met de daarin genoemde stukken,

- het tussenvonnis van 19 maart 2025 (hierna: het derde tussenvonnis), met de daarin genoemde stukken,

- het tussenvonnis van 11 juni 2025 (hierna: het vierde tussenvonnis), met de daarin genoemde stukken,

- de rolbeslissing van 1 april 2026, met de daarin genoemde stukken,

- de brief van Google c.s. van 7 april 2026,

- de brief van ASC van 10 april 2026,

- het e-mailbericht van de rechtbank van 14 april 2026,

- het e-mailbericht van Google c.s. van 15 april 2026,

- de conclusie van antwoord met producties van Google c.s. van 15 april 2026,

- het e-mailbericht van Google c.s. van 13 mei 2026, met als bijlage de concept geheimhoudingsverklaring waarin de onderdelen waarover partijen het niet eens zijn gemarkeerd zijn,

- het e-mailbericht van ASC van 13 mei 2026,

- het e-mailbericht van Google c.s. van 18 mei 2026.
1.2.
Hierna heeft de rechtbank partijen bij e-mailbericht van 27 mei 2026 medegedeeld dat zij bij rolbericht van 3 juni 2026 zal beslissen op de verzoeken van partijen en de zaak daarna zal aanhouden tot 10 juni 2026 voor reactie van ASC.
<nr>2</nr>De beoordeling 2.1.
Bij rolbeslissing van 1 april 2026 heeft de rechtbank bepaald dat een vertrouwelijkheidsregime kan worden opgelegd. Google c.s. heeft (samengevat) de gelegenheid gekregen om de informatie die zij vertrouwelijk acht onder te brengen in twee digitale datarooms, onderscheiden in “Confidential” en “Highly Confidential” (rolbeslissing rechtsoverweging 2.3). Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat het vertrouwelijkheidsregime tussen partijen zal worden beheerst door een door hen gezamenlijk af te stemmen geheimhoudingsverklaring. Indien partijen niet tot overeenstemming zouden komen over deze geheimhoudingsverklaring, zou een partij de rechter-commissaris kunnen verzoeken om over de geschilpunten een beslissing te nemen, waarna de rechtbank, gehoord de andere partij, daar op zal beslissen.
2.2.
Naar aanleiding van deze rolbeslissing hebben partijen op 7 en 10 april 2026 de rechtbank bericht dat zij het niet eens kunnen worden over de geheimhoudingsverklaring/ de voorwaarden van het vertrouwelijkheidsregime. De rechtbank heeft partijen op 14 april 2026 bericht dat zij niet verder zal ingaan op het verzoek om zelf een vertrouwelijkheidsregime in te stellen, zonder duidelijkheid over de mogelijke vertrouwelijkheid van de door Google c.s. over te leggen stukken en zonder overlegging van een concept geheimhoudingsverklaring. Op 15 april 2026 heeft Google c.s. een conclusie van antwoord en bijbehorende producties ingediend, waarin de delen die zij vertrouwelijk acht, zijn zwartgemaakt. Op 13 mei 2026 heeft Google c.s. de resterende geschilpunten die tussen partijen bestaan en een concept vertrouwelijkheidsregime waarin de onderdelen waarover partijen het niet eens zijn gemarkeerd, aan de rechtbank voorgelegd met het verzoek om hierop te beslissen. ASC heeft op 13 mei 2026 hierop gereageerd en Google c.s. heeft op 18 mei 2026 gereageerd op de reactie van ASC. Over de niet gemarkeerde gedeelten zijn partijen het dus eens.
2.3.
De rechtbank zal beslissen op de resterende geschilpunten.
2.4.
De rechtbank zal voorlopig een vertrouwelijkheidsregime vaststellen op grond van artikel 28 lid 1 sub b en artikel 22a lid 3, naar analogie van artikel 1019ib van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Google c.s. heeft voldoende gemotiveerd dat vertrouwelijkheid nodig is door haar bericht van 12 maart 2026 in combinatie met de zwartgelakte onderdelen van de conclusie van antwoord en van de producties; hieruit volgt voldoende duidelijk op welke gedeelten de vertrouwelijkheid ziet. De rechtbank licht dit hierna toe.
2.5.
Het eerste punt dat partijen verdeeld houdt (punt 2 uit de e-mail van Google c.s. van 13 mei 2026) is bij welke partij de motivering van de vertrouwelijkheid ligt. ASC betoogt dat Google c.s. per document of per gedeelte vooraf schriftelijk motiveert waarom die informatie als vertrouwelijk wordt aangemerkt. Google c.s. stelt zich op het standpunt dat het aan ASC is om na kennisname van de stukken gemotiveerd aan te geven welke informatie naar haar oordeel ten onrechte als vertrouwelijk is aangemerkt. Volgens ASC wordt de bewijslast omgekeerd als het standpunt van Google c.s. wordt gevolgd. ASC stelt dat het juist aan Google c.s. is om de vertrouwelijkheid voldoende te onderbouwen omdat zij zich op die vertrouwelijkheid beroept. De rechtbank heeft al aangegeven dat Google c.s. in staat moet zijn om van alle in de datarooms opgenomen informatie aan te geven in welke categorie (“Confidential” en “Highly Confidential”) dit valt en waarom (zie rolbeslissing 1 april 2026 rechtsoverweging 2.3 slot). Google c.s. hoeft echter niet vooraf per document te motiveren waarom die informatie als vertrouwelijk wordt aangemerkt. Google c.s. heeft in haar brief van 12 maart 2026 in combinatie met de zwartgemaakte gedeeltes van de conclusie van antwoord voldoende toegelicht waarop de vertrouwelijkheid ziet en deze vertrouwelijkheid geldt voor de kennisneming van de gegevens in de datarooms, tenzij de rechtbank op een later moment beslist dat bepaalde informatie niet meer onder het vertrouwelijkheidsregime valt.
2.6.
Het is aan ASC om na kennisname aan te geven dat bepaalde informatie onterecht als vertrouwelijk is aangemerkt of in een andere dataroom thuishoort (zie rolbeslissing 1 april 2026, rechtsoverweging 2.4). Zoals ook bepaald in de rolbeslissing van 1 april 2026 zullen partijen hierna overleg plegen over een aanpassing. Indien partijen hier samen niet uitkomen zal ASC uiterlijk 17 juni 2026 de rechtbank bij korte akte gemotiveerd verzoeken om het vertrouwelijkheidsregime van specifieke in de datarooms opgenomen gegevens aan te passen. Google c.s. krijgt in dat geval de gelegenheid om binnen twee weken daarop kort te reageren. Door een nader aan te wijzen rechter-commissaris afkomstig uit de meervoudige kamer aan welke deze zaak is toegewezen, zal daarop worden beslist.
2.7.
Het tweede punt dat partijen verdeeld houdt (punt 1 uit de e-mail van Google c.s. van 13 mei 2026) is de dwangsom. Google c.s. heeft in de geheimhoudingsverklaring (onder punt 5) een dwangsom opgenomen van € 1.000.000 per overtreding. ASC ziet geen aanleiding voor een dwangsom. Google c.s. ziet een risico in de betrokkenheid van een third party litigation funder aan de zijde van ASC en daardoor moet volgens haar de dwangsom zodanig worden vastgesteld dat deze het potentiële strategische voordeel van een eventuele openbaarmaking of ‘lek’ in voldoende mate overstijgt. De rechtbank gaat daar niet in mee. Zoals ASC terecht betoogt kan zij niet worden vereenzelvigd met haar procesfinancier. Bovendien behoort de procesfinancier niet tot de kring van personen die toegang krijgt tot de informatie. Dat ASC betoogt dat er al toereikende – financiële en niet-financiële – prikkels aanwezig zijn, zoals (beroeps)geheimhoudingsverplichtingen, wordt echter ook niet volledig gevolgd. Enige financiële prikkel en sanctionering is nodig. De rechtbank zal de dwangsom echter wel matigen tot € 100.000 per overtreding.
2.8.
Partijen dienen met inachtneming van deze rolbeslissing een geheimhoudings-verklaring op te stellen en die dient door iedere persoon die toegang krijgt tot een dataroom te worden ondertekend voorafgaand aan de inzage in de datarooms. Dit geldt niet voor personen die uit hoofde van hun beroepsuitoefening reeds aan een daarmee gelijkwaardige of verdergaande geheimhoudingsplicht zijn onderworpen.
2.9.
Google c.s. heeft daarnaast een voorstel gedaan voor een bepaling over de gelding van de vertrouwelijkheid na afloop van de procedure. ASC heeft daar in haar brieven geen bezwaar tegen gemaakt. De rechtbank is het met Google c.s. eens dat de vertrouwelijkheid blijft bestaan na beëindiging van de procedure, ook naar analogie van artikel 1019ib lid 2 Rv dat geldt voor bedrijfsgeheimen.
2.10.
Tot slot heeft Google c.s. beperkte wijzigingen aangebracht in de artikelen 8 en 9 van de geheimhoudingsverklaring: dit betreft het verzoek de zaak achter gesloten deuren te behandelen voor zover daar vertrouwelijke informatie ter sprake komt en beperkte publicatie van het vonnis. Indien nodig zal de rechtbank ter zitting beslissen dat de mondelinge behandeling voor een alsdan aan te geven beperkt deel achter gesloten deuren zal plaatsvinden. Namelijk alleen dan als één van de onderwerpen aan bod komt ten aanzien waarvan het vertrouwelijkheidsregime geldt. Datzelfde geldt voor publicatie van het vonnis; indien hierin informatie aan bod komt die onder het vertrouwelijkheidsregime valt, zal deze informatie niet worden gepubliceerd. Beide maatregelen worden genomen naar analogie met artikel 1019ib lid 3 en 4 Rv.
<nr>3</nr>De beslissing
De rechtbank
3.1.
bepaalt dat:

voorlopig een vertrouwelijkheidsregime wordt ingesteld ten aanzien van de zwartgemaakte gedeelten van de conclusie van antwoord en van de producties van Google;

het aan ASC is om na kennisname van de datarooms aan te geven dat bepaalde informatie volgens haar onterecht als vertrouwelijk is aangemerkt, of in een andere dataroom thuishoort en partijen hierna overleg plegen over een aanpassing en indien partijen hier samen niet uitkomen hetgeen staat onder 3.3 zal gelden;

de dwangsom uit punt 5 van het concept vertrouwelijkheidsregime wordt gematigd naar: “dat ASC een dwangsom van €100.000 verbeurt voor iedere overtreding van het vertrouwelijkheidsregime”.
3.2.
bepaalt dat Google c.s. de gelegenheid krijgt om de Rapporten en de informatie die de Rapporten ondersteunen en de door haar bedoelde getuigenverhoren en commerciële overeenkomsten in twee datarooms onder te brengen, onderscheiden in “Confidential” en “Highly Confidential”; de dataroom “Confidential” dient beschikbaar te worden gesteld aan advocaten, door ASC op te geven vertegenwoordigers van ASC, met vermelding van hun functie, en deskundigen die ASC inschakelt, en de dataroom “Highly Confidential” dient beschikbaar te worden gesteld aan advocaten en externe deskundigen die ASC inschakelt en die advocaten, vertegenwoordigers of deskundigen mogen niet op enige wijze verbonden zijn aan de procesfinancier van ASC,
3.3.
ASC krijgt de gelegenheid om uiterlijk op 17 juni 2026, de rechtbank bij akte gemotiveerd te verzoeken om het vertrouwelijksheidsregime van specifieke in de datarooms opgenomen gegevens aan te passen, Google c.s. krijgt in dat geval de gelegenheid om binnen twee weken daarop te reageren, waarna een nader aan te wijzen rechter-commissaris afkomstig uit de meervoudige kamer op het verzoek zal beslissen,
3.4.
Google c.s. is tot het beschikbaar stellen van de onder 3.2 bedoelde gegevens aan ASC, haar vertegenwoordigers en deskundigen niet eerder verplicht dan na het ondertekenen van een geheimhoudingsverklaring, tenzij deze personen uit hoofde van hun beroepsuitoefening reeds aan een daarmee gelijkwaardige of verdergaande geheimhoudingsplicht zijn onderworpen,
3.5.
het bepaalde in 3.3 is eveneens van toepassing als partijen het niet eens kunnen worden over toelating tot de datarooms van de door ASC aangedragen personen,
3.6.
beide datarooms dienen aan de meervoudige kamer van de rechtbank inclusief de griffier beschikbaar te worden gesteld,
3.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.M.E. de Koning, mr. B.M. Visser en mr. M.L.S Kalff, rechters, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

ECLI:NL:RBAMS:2023:8425

ECLI:NL:RBAMS:2024:5972

ECLI:NL:RBAMS:2025:1859

ECLI:NL:RBAMS:2025:3952

Artikel delen