Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBAMS:2026:7791

Vrijspraak overtreden 24-uurs gebiedsverbod opgelegd i.v.m. bedelen in gebied waar dit verboden is. Op grond van het arrest van het EHRM in de zaak Lăcătuş tegen Zwitserland van 19 januari 2021 van het EHRM (nr. 14065/15) moet uit het dossier blijken dat sprake is geweest van overlastgevend en/of agressief bedelen. Dat geldt zowel voor het handelen van de individuele bedelaar als voor het bestu...

Rechtbank Amsterdam 31 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2026:7791 text/xml public 2026-07-31T10:18:19 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-07-28 13-067997-26, 13-120874-26 en 13-119854.26 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7791 text/html public 2026-07-31T10:17:51 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:7791 Rechtbank Amsterdam , 28-07-2026 / 13-067997-26, 13-120874-26 en 13-119854.26
Vrijspraak overtreden 24-uurs gebiedsverbod opgelegd i.v.m. bedelen in gebied waar dit verboden is. Op grond van het arrest van het EHRM in de zaak Lăcătuş tegen Zwitserland van 19 januari 2021 van het EHRM (nr. 14065/15) moet uit het dossier blijken dat sprake is geweest van overlastgevend en/of agressief bedelen. Dat geldt zowel voor het handelen van de individuele bedelaar als voor het bestuurlijke besluit een gebied aan te wijzen waar niet gebedeld mag worden. Uit het dossier blijkt niet dat er op de locaties waar de verdachte heeft gebedeld sprake is van structureel overlastgevend, agressief of opdringerig beelden en ook niet dat de verdachte zich hier schuldig aan heeft gemaakt. De verdachte wordt vrijgesproken van het overtreden van het gebiedsverbod omdat de gebiedsverboden niet rechtmatig zijn opgelegd.

proces-verbaal
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13.119854.26 [verdachte]

Strafrecht

Parketnummers: 13-067997-26, 13-120874-26 en 13-119854.26

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in bovengenoemde rechtbank op 28 juli 2026.

Tegenwoordig zijn:

mr. R. van de Water, politierechter, en

mr. M. Cordia, griffier.

Het Openbaar Ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. N. de Visser, officier van justitie.

De politierechter laat de zaken uitroepen.

De verdachte, genaamd:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats] ,

is niet verschenen.

De politierechter verleent verstek tegen de niet-verschenen verdachte en beveelt dat de behandeling van de zaak buiten zijn aanwezigheid wordt voortgezet.

De officier van justitie draagt de zaken voor.

De politierechter voegt de zaken met parketnummers 13-067997-26, 13-120874-26 en 13-119854-26.

De politierechter ziet af van het bespreken van het dossier omdat hij tegen de verdachte verstek heeft verleend.

De officier van justitie voert het woord.

De officier van justitie vordert dat de politierechter de verdachte veroordeelt voor de feiten waarvan hij wordt beschuldigd en aan de verdachte een gevangenisstraf van drie weken oplegt.

De officier van justitie geeft haar vordering aan de politierechter.

De politierechter sluit het onderzoek en wijst mondeling vonnis.

AANTEKENING VAN HET MONDELING VONNIS
<nr>1</nr>Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

13-067997-26

hij op of omstreeks 5 maart 2026 te 13:30 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 24 uur niet meer te bevinden;

13-120874-26

hij op of omstreeks 7 maart 2026 te 17:45 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 (lid 2) van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 1 centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 24 uur niet meer te bevinden;

13-119854-26

hij op of omstreeks 22 april 2026 te 16:33 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 24 uur niet meer te bevinden.
<nr>2</nr>Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken. Naar aanleiding van hetgeen de politierechter heeft opgemerkt over de mogelijke onrechtmatigheid van de gebiedsverboden en het onderliggende bedelverbod in de APV heeft de officier van justitie aangevoerd dat het aanspreken van voetgangers en automobilisten als overlastgevend bedelen moet worden gezien. De aanwijzing van het Vondelpark en de aanliggende straten als verboden bedelgebied moet worden gezien in het kader van de algehele overlast in dit gebied.
<nr>3</nr>Vrijspraak
De politierechter acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt de verdachte daarom vrij.

De politierechter overweegt het volgende:

De 24-uurs gebiedsverboden zijn door de politie aan de verdachte opgelegd omdat hij zou hebben gebedeld in een gebied waar dit verboden is. Een gebiedsverbod is een bestuursrechtelijke maatregel die de politie namens de burgemeester oplegt. Deze bestuursrechtelijke maatregel kan de politierechter vol toetsen op de rechtmatigheid in het kader van een strafprocedure. Ook indien een verdachte geen gebruikgemaakt heeft van de bestuursrechtelijke weg van bezwaar en beroep. Bij deze rechtmatigheidstoets is de uitspraak Lăcătuş tegen Zwitserland van 19 januari 2021 van het EHRM (nr. 14065/15), ECLI:CE:ECHR:2021:0119JUD001406515 van belang.

Uit deze uitspraak volgt dat het recht om vragen om financiële hulp (bedelen) wordt beschermd door artikel 8 EVRM. Een totaalverbod op bedelen in de openbare ruimte is een te zware maatregel en schendt de rechten van de armeren. Gericht optreden mag wel, maar enkel bij concrete overlast als agressie of opdringerig gedrag op specifieke locaties, mits dit proportioneel is.

In Amsterdam zijn de gebieden, uitgezonderd het recent toevoegen van enkele locaties, waar op grond van de APV bedelen is verboden, gekoppeld aan de drugsoverlastgebieden. In de casus van de verdachte gaat het om het Vondelpark en de straten direct grenzend aan het Vondelpark. De verdachte heeft volgens de politie drie keer gebedeld op de Koninginneweg. De politierechter merkt op dat op basis van het kaartje van het gebied waar bedelen niet zou zijn toegestaan het niet evident duidelijk is dat bedelen op de Koninginneweg verboden is. Het is onduidelijk of de grens van het gebied eindigt net voor de Koninginneweg, halverwege de Koninginneweg of de hele Koninginneweg omvat. Maar er is nog een andere reden waarom de politierechter tot een vrijspraak zal concluderen.

Op grond van het genoemde arrest van het EHRM moet uit het onderliggende dossier blijken dat sprake is geweest van overlastgevend en/of agressief bedelen. Dat geldt zowel voor het handelen van de individuele bedelaar als voor het bestuurlijke besluit een gebied aan te wijzen waar niet gebedeld mag worden. Voor beide geldt in deze casus dat niet is voldaan aan de vereisten die het genoemde arrest van het EHRM stelt voor het verbieden van bedelen in een concreet gebied en concrete situatie. Uit het dossier blijkt niet dat er op de Koninginneweg sprake is van structureel overlastgevend bedelen. Ook blijkt uit de beschrijving van het handelen van de verdachte door de betrokken politiefunctionaris niet dat sprake is van agressief of overlastgevend bedelen. Ten overvloede merkt de politierechter op dat het op zich begrijpelijk is dat bij structureel overlastgevend bedelen op een specifieke locatie wordt gekozen om in het betreffende gebied een bedelverbod in te voeren, maar ook dan zal per geval moeten worden beoordeeld of er sprake is van concrete overlast, agressie of opdringerig gedrag op een specifieke locatie.

Nu uit het dossier niet is gebleken dat er op de locaties waar de verdachte heeft gebedeld sprake is van structureel overlastgevend, agressief of opdringerig beelden en ook niet dat de verdachte zich hier schuldig aan heeft gemaakt, dient de verdachte te worden vrijgesproken van overtreden van het gebiedsverbod nu de gebiedsverboden niet rechtmatig zijn opgelegd.
<nr>4</nr>Beslissing
De politierechter verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte in de zaken met de parketnummers 13-067997-26, 13-120874-26 en 13-119854-26 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de politierechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Artikel delen