Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Online onderwijsovereenkomst ontbonden wegens betalingsachterstand. Annulerings- en ontbindingsbeding is oneerlijk, zodat het buiten toepassing wordt gelaten. Vordering wordt afgewezen.
Rechtbank Amsterdam 5 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:7853
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-08-2026
Datum publicatie
05-08-2026
Zaaknummer
12148619
Rechtsgebied
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
ECLI:NL:RBAMS:2026:7853text/xmlpublic2026-08-05T13:15:012026-08-04Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Amsterdam2026-07-2812148619UitspraakBodemzaakEerste aanleg - enkelvoudigProceskostenveroordelingVerstekNLAmsterdamCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7853text/htmlpublic2026-08-04T11:54:072026-08-05Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBAMS:2026:7853 Rechtbank Amsterdam , 28-07-2026 / 12148619 Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Online onderwijsovereenkomst ontbonden wegens betalingsachterstand. Annulerings- en ontbindingsbeding is oneerlijk, zodat het buiten toepassing wordt gelaten. Vordering wordt afgewezen.
RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht
Kantonrechter Zaaknummer: 12148619 CV EXPL 26-4158 Vonnis van 28 juli 2026 (bij vervroeging) in de zaak van CAPABEL ONDERWIJS GROEP B.V.,
gevestigd te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Capabel,
gemachtigde: GGN Mastering Credit, tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon. 1De procedure1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 10 maart 2026, met producties, het proces-verbaal van mondeling antwoord, het instructievonnis van 16 april 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, de aanvullende producties van Capabel, de mondelinge behandeling van 3 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn
gemaakt. Op de mondelinge behandeling is de gemachtigde van Capabel verschenen. Namens de gemachtigde is verschenen mr. J.A. Wesdijk en mr. A.F.R. Govers. [gedaagde] is, hoewel zij behoorlijk is opgeroepen, niet verschenen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten2.1. Capabel is een particuliere onderwijsinstelling. 2.2.
[gedaagde] heeft zich op 20 juli 2023 via de website van Capabel bij Capabel ingeschreven voor de opleiding ‘[opleiding]’, met als startdatum 4 september 2023. 2.3. Op 20 juli 2023 heeft Capabel per e-mail een inschrijfbevestiging aan [gedaagde] gestuurd. Hierin staat dat het inschrijfgeld € 85,00 bedraagt. De kosten voor leermiddelen en een (online) boekenpakket bedragen € 496,00. Verder staat in de inschrijfbevestiging dat de betaling vanaf start opleiding via automatische afschrijving in 15 maandelijkse termijnen van € 487,00 plaatsvindt. 2.4. In de door partijen op 24 juli 2023 ondertekende onderwijsovereenkomst (hierna: de overeenkomst) is bepaald dat de algemene voorwaarden van Capabel (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing zijn. 2.5. In die algemene voorwaarden staat (voor zover hier van belang) het volgende: “Artikel 9: Annuleringsregeling
(…) 9.5 De student is aan Capabel Onderwijs een redelijk loon zoals bedoeld in artikel 7:411 BW verschuldigd in geval van elke andere annulering dan annulering conform artikel 5.8 (student wordt niet toegelaten), 9.3 (annulering binnen 14 dagen), 9.6 (niet doorgaan van de opleiding) of 21.3 (bij prijsverhoging). Dit redelijk loon is afhankelijk van de reeds gemaakte kosten, het voordeel van de student en de reden voor annulering. Dit redelijk loon bestaat uit het inschrijfgeld, opstartkosten (…)en onderwijskosten en wordt initieel als volgt vastgesteld. Indien de student tot 4 weken vóór de start van de opleiding annuleert, is de student het redelijk loon bestaande uit het inschrijfgeld verschuldigd. De hoogte van het inschrijfgeld staat vermeld op de website van Capabel Onderwijs. Indien de student 4 of minder weken vóór de start van de opleiding annuleert, is de student het redelijk loon bestaande uit het inschrijfgeld plus opstartkosten ter hoogte van 10% van het jaarbedrag aan studiegeld verschuldigd. Indien de student annuleert na start van de opleiding, is de student het redelijk loon bestaande uit het inschrijfgeld plus de opstartkosten plus onderwijskosten ter hoogte van het studiegeld van het aantal op het moment van annulering gestarte blokken verschuldigd. De annuleringsvergoeding zal nooit hoger zijn dan de overeengekomen opleidingsprijs. Tevens zijn bij annulering de volledige kosten van aan student geleverde leermiddelen en kosten van het aan student geleverd online boekenpakket verschuldigd. (…) Indien de student annuleert vanwege een reden die in de risicosfeer van Capabel Onderwijs ligt of omdat de student door buitengewone omstandigheden buiten de invloedsfeer van de student niet in staat is de opleiding af te ronden, kan de student Capabel Onderwijs gemotiveerd verzoeken af te wijken van bovenstaande initiële vaststelling van het verschuldigde redelijk loon zoals bedoeld in artikel 7:411 BW.
(…)Artikel 19: Opzegging en ontbinding 19.1 In geval van opzegging van de overeenkomst van opdracht en daarmee tevens een eventuele ontbinding van de eventueel afgesloten onderwijsovereenkomst wegens een tekortkoming in de nakoming van de verbintenis zijdens de student, daaronder begrepen betalingsachterstand, is de student verplicht de door Capabel Onderwijs gemaakte kosten ten gevolge van deze opzegging, te vergoeden. 19.2 De hoogte van de aan Capabel Onderwijs verschuldigde kosten bedraagt in alle gevallen minimaal de annuleringskosten zoals vermeld in artikel 9.5. 19.3 Op de kostenvergoeding worden reeds betaalde termijnen van het studiegeld in mindering gebracht.” 2.6. Gedurende de opleidingsperiode heeft [gedaagde] een totaalbedrag van € 1.700,00 aan Capabel voldaan, bestaande uit € 496,00 aan kosten voor leermiddelen en € 1.204,00 aan studiegeld. 2.7. Capabel heeft [gedaagde] met ingang van juli 2024 geschorst in verband met een betalingsachterstand. In verband met deze betalingsachterstand heeft Capabel de overeenkomst op 2 maart 2025 ontbonden. 3Het geschil3.1. Capabel vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 6.975,73, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 10 maart 2026 en de proceskosten. Dit bedrag bestaat uit
€ 7.009,40 aan hoofdsom, € 891,36 aan wettelijke rente berekend tot 10 maart 2026 en € 774,97 aan buitengerechtelijke incassokosten, verminderd met een betaling van € 1.700,00. 3.2.
[gedaagde] voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling4.1. De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd, is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onder meer moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). 4.2. Bij de beoordeling van het oneerlijke karakter van een beding gaat het erom of dat beding, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (artikel 3 lid 1 van de richtlijn). Hierbij moeten alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst worden meegewogen en alle andere bedingen van de overeenkomst, rekening houdend met de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft, in aanmerking worden genomen. Daarbij moet worden uitgegaan van de datum waarop de overeenkomst is gesloten. Irrelevant voor deze toets is de feitelijke toepassing en uitvoering van de bedingen, of een achteraf gegeven uitleg. 4.3. Op grond van de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, C-625/21, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger) moet de kantonrechter, ook als Capabel zich in de procedure niet beroept op een bepaald beding in de overeenkomst, maar op de wet, ambtshalve onderzoeken of het beding in de voorwaarden waarop zij zich had kunnen beroepen niet oneerlijk is in de zin van de richtlijn. Indien een beding als oneerlijk wordt aangemerkt, kan ingevolge deze arresten geen aanspraak meer worden gemaakt op de wettelijke regeling die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest en moet haar vordering op dit punt worden afgewezen. 4.4. Nu Capabel de tussen partijen gesloten overeenkomst heeft ontbonden in verband met een betalingsachterstand, heeft zij een beroep gedaan, althans had zij een beroep kunnen doen op artikel 19 in samenhang met artikel 9.5 van de algemene voorwaarden. 4.5. Op grond van deze artikelen kan Capabel bij een betalingsachterstand eenzijdig de overeenkomst ontbinden en vervolgens ongelimiteerd kosten bij de consument in rekening brengen. Er staat immers in artikel 19 lid 2 dat de consument minimaal de annuleringskosten als bedoeld in artikel 9.5 moet betalen. Nu de consument ten minste de vergoeding overeenkomstig de annuleringsregeling verschuldigd is en Capabel die vergoeding zonder maximum aan kosten verder kan verhogen, biedt het beding aanzienlijk ruimere mogelijkheden dan de wet onder deze omstandigheden zou bieden. Het beding kan dan ook leiden tot een onevenredig hoge schadevergoeding, waarbij Capabel overigens zelf niet meer hoeft te presteren. Het beding zorgt daarmee voor een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen, ten nadele van de consument. Het beding wordt daarom als oneerlijk aangemerkt. 4.6. De wijze waarop Capabel uitvoering geeft aan het beding, is bij de beoordeling op oneerlijkheid niet van belang (zie overweging 4.2). De oneerlijkheidstoets vindt plaats op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Beoordeeld moet worden hoe het beding zou kunnen uitwerken, niet hoe het concreet is toegepast. 4.7. Nu het beding dat aan de vordering ten grondslag ligt, althans zou kunnen liggen, oneerlijk is, dient het buiten toepassing te blijven. Een subsidiair beroep op grond van de wet is in dat geval uitgesloten (zie overweging 4.3). Dit leidt dus tot afwijzing van de vordering. 4.8. Gelet op het voorgaande kan een bespreking van het overige dat partijen over en weer hebben aangevoerd, alsmede van de vraag in hoeverre Capabel aan haar (essentiële) informatieplichten heeft voldaan, achterwege blijven. 4.9. Capabel is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde] betalen. Omdat [gedaagde] in persoon procedeert en niet op de mondelinge behandeling is verschenen, worden die kosten begroot op nihil. 5De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst de vorderingen van Capabel af, 5.2. veroordeelt Capabel in de proceskosten van [gedaagde] , begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.B. Cramwinckel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. F.M. Wagtmans, griffier, op 28 juli 2026.