Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBAMS:2026:7859

Vordering tot betaling van jaarlijkse kosten en buitengerechtelijke incasso- en dossierkosten op grond van serviceovereenkomst met Incassocenter gedeeltelijk toegewezen. De jaarlijkse kosten over 2025 en 2026 hoeft gedaagde niet te betalen, omdat Incassocenter de overeenkomst in mei 2024 heeft beëindigd. Schriftelijke opzegging door gedaagde was daarom niet meer nodig.

Rechtbank Amsterdam 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2026:7859 text/xml public 2026-08-05T15:00:38 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-07-17 12175637 CV EXPL 26-5221 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Op tegenspraak NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7859 text/html public 2026-08-04T16:50:42 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:7859 Rechtbank Amsterdam , 17-07-2026 / 12175637 CV EXPL 26-5221
Vordering tot betaling van jaarlijkse kosten en buitengerechtelijke incasso- en dossierkosten op grond van serviceovereenkomst met Incassocenter gedeeltelijk toegewezen. De jaarlijkse kosten over 2025 en 2026 hoeft gedaagde niet te betalen, omdat Incassocenter de overeenkomst in mei 2024 heeft beëindigd. Schriftelijke opzegging door gedaagde was daarom niet meer nodig.

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12175637 CV EXPL 26-5221

Vonnis van 17 juli 2026

in de zaak van

INCASSOCENTER B.V.,

gevestigd te Den Haag,

eisende partij,

hierna te noemen: Incassocenter,

gemachtigde: mr. S.K. Tuithof,

tegen

[gedaagde] (V.H.O.D.N. [bedrijf]),

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 mei 2026,

- de mondelinge behandeling van 19 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
[gedaagde] heeft een eenmanszaak gehad waarvan de activiteiten onder meer bestonden uit bouwwerkzaamheden. Incassocenter houdt zich bezig met het incasseren van (geld)vorderingen.
2.2.
[gedaagde] heeft Incassocenter ingeschakeld in verband met een te incasseren vordering. Zij hebben in dit verband op 21 december 2023 een Serviceovereenkomst Incasso gesloten (hierna: de overeenkomst). In de overeenkomst staat dat de overeenkomst is aangegaan voor de periode van een jaar en daarna automatisch wordt verlengd met een jaar, tenzij de overeenkomst drie maanden van tevoren schriftelijk en aangetekend wordt opgezegd. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden (hierna: de AV) van toepassing.
2.3.
Op 21 december 2023 heeft Incassocenter aan [gedaagde] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 1.815,00 (€ 1.500,00 inclusief btw) met omschrijving ‘[factuur omschrijving 1]’ (factuur 1).
2.4.
[gedaagde] heeft na het sluiten van de overeenkomst aan Incassocenter opdracht gegeven een vordering van € 23.837,27 te innen. Incassocenter heeft [gedaagde] op 18 maart 2024 en 21 maart 2024 per e-mail om instructies hiervoor gevraagd.
2.5.
Op 2 mei 2024 heeft Incassocenter aan [gedaagde] bericht dat zij haar werkzaamheden vanaf dat moment opschort omdat [gedaagde] een of meerdere nota’s onbetaald heeft gelaten. Incassocenter schrijft in dit bericht verder:

“Daarnaast behouden wij ons het recht voor, de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden, nu u in verzuim verkeert. Zodra wij ontbinden, zullen wij overgaan tot afwikkeling van het dossier conform de voorwaarden, waarbij de gemaakte en/of niet verhaalde kosten worden doorbelast naast de incassoprovisie ex art. 9.3 algemene voorwaarden.”
2.6.
Op 23 mei 2024 heeft Incassocenter aan [gedaagde] een factuur gestuurd voor een totaalbedrag van € 4.356,71 en dat bestaat uit € 3.575,69 aan ‘Buitengerechtelijke incassokosten’, € 25,00 aan ‘Dossierkosten’ en € 756,12 aan btw (factuur 2).
2.7.
[gedaagde] heeft een bedrag van € 363,00 en een bedrag van € 150,00 aan Incassocenter betaald.
2.8.
Incassocenter heeft [gedaagde] op 6 december 2024 gesommeerd het openstaande bedrag op de facturen 1 en 2 te betalen.
2.9.
Op 20 december 2024 heeft Incassocenter aan [gedaagde] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 1.8.15,00 (€ 1.500,00 inclusief btw) met omschrijving ‘[factuur omschrijving 2]’ (factuur 3).
2.10.
Incassocenter heeft [gedaagde] op 4 maart 2025 en 29 april 2025 gesommeerd facturen 1, 2 en 3 te betalen.
2.11.
Op 6 mei 2025 is de onderneming van [gedaagde] uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
2.12.
Op 11 maart 2026 heeft Incassocenter aan [gedaagde] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 1.815,00 (€ 1.500 inclusief btw) met omschrijving ‘[factuur omschrijving 3]’ (factuur 4).
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
Incassocenter vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:

€ 10.682,02, vermeerderd met contractuele rente;

€ 1.393,13 aan buitengerechtelijke kosten; en

de kosten van de procedure.
3.2.
De hoofdvordering van Incassocenter bestaat uit onbetaalde jaarlijkse kosten van de overeenkomst (facturen 1, 3 en 4) en kosten gebaseerd op artikel 9.3 van de AV (factuur 2). In dit artikel staat onder meer dat als een cliënt het Incassocenter zonder enig bericht laat het Incassocenter over de gehele aan haar ter incasso gestelde vordering 15% commissie en een bedrag van € 25,00 (exclusief btw) aan registratiekosten en overige kosten in rekening mag brengen. [gedaagde] heeft niet gereageerd op de e-mails van Incassocenter voor informatie over de door hem gegeven opdracht een vordering van € 23.837,27 te innen. Incassocenter heeft [gedaagde] daarom 15% over dit bedrag en € 25,00 aan dossierkosten gefactureerd.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en verzoekt de vorderingen af te wijzen. [gedaagde] dacht dat hij eenmalig een bedrag van € 1.500 moest betalen aan Incassocenter en had niet in de gaten dat hij met het Incassocenter een abonnement afsloot. [gedaagde] heeft de overeenkomst telefonisch opgezegd. Hij heeft een bedrag van € 363,00 en van € 150,00 betaald. [gedaagde] kan niet meer betalen, omdat hij een bijstandsuitkering heeft en een schuld van € 13.000,00.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Incassocenter erkend dat zij de buitengerechtelijke kosten ten onrechte twee keer vordert, omdat die kosten ook al in het bedrag van de hoofdsom van € 10.682,02 zijn meegenomen. De kantonrechter gaat daarom uit van een hoofdsom van € 9.288,71 (het totaalbedrag van de vier facturen minus de betalingen van € 363 en € 150).

Facturen 1 en 2
4.2.
[gedaagde] heeft niet betwist dat hij factuur 1 moet betalen, maar stelt dat hij slechts een bedrag van € 1.500 verschuldigd is, omdat dit bedrag – en niet het bedrag van € 1.815 – in de overeenkomst staat. Het klopt dat in de overeenkomst niet is vermeld of het bedrag van € 1.500 inclusief of exclusief btw is. In de AV staat alleen wel vermeld dat de door Incassocenter vermelde tarieven exclusief verschuldigde BTW zijn. [gedaagde] moet dan ook het volledige factuurbedrag betalen.
4.3.
Factuur 2 moet [gedaagde] ook betalen omdat voldoende vast staat dat [gedaagde] niet heeft gereageerd op de e-mails van Incassocenter. [gedaagde] heeft in dit kader namelijk alleen gezegd dat hij zich niet kan herinneren of hij op de e-mails heeft gereageerd.

Facturen 3 en 4
4.4.
[gedaagde] heeft gesteld dat hij de facturen 3 en 4 niet hoeft te betalen omdat na verzending van facturen 1 en 2 duidelijk was dat hij de overeenkomst niet wilde. Incassocenter stelt dat de overeenkomst doorliep (en ook nu nog doorloopt) omdat [gedaagde] deze niet schriftelijk heeft opgezegd.
4.5.
De kantonrechter vindt dat [gedaagde] de overeenkomst niet meer schriftelijk hoefde op te zeggen omdat Incassocenter de overeenkomst zelf op 23 mei 2024 had beëindigd. Op 2 mei 2024 heeft Incassocenter namelijk aan [gedaagde] bericht dat, nu [gedaagde] in verzuim verkeerd, zij zich het recht voorbehoudt de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden en dat zij zodra zij ontbinden zullen overgaan tot afwikkeling van het dossier conform de voorwaarden, waarbij de gemaakte en/of niet verhaalde kosten worden doorbelast naast de incassoprovisie op grond van art. 9.3 van de AV. Vervolgens heeft Incassocenter [gedaagde] op 23 mei 2024 factuur 2 gestuurd waarin als omschrijving onder meer staat “Eindafrekening / 9.3”. Met deze factuur wordt de incassoprovisie op grond van artikel 9.3 van de AV gevorderd. Factuur 2 geldt dan ook als de bevestiging van de in de mail van 2 mei 2024 aangekondigde ontbinding van de overeenkomst.
4.6.
Incassocenter heeft over de e-mail van 2 mei 2024 en factuur 2 ter zitting nog gesteld dat hiermee alleen de losse incasso-opdracht is ontbonden en niet de overeenkomst. Volgens haar is sprake van twee losse overeenkomsten. Dit standpunt ter zitting strookt alleen niet met de inhoud van de overeenkomst waarin wordt gesproken over een incasso-opdracht als deel van de overeenkomst of met de inhoud van de dagvaarding waarin Incassocenter duidelijk aangeeft dat de incasso-opdrachten geen afzonderlijke overeenkomsten vormen, maar deelopdrachten binnen één samenhangende overeenkomst van opdracht.
4.7.
Dit betekent dat de facturen 3 en 4 ten onrechte zijn verzonden en dat [gedaagde] deze niet hoeft te betalen.

Conclusie en kosten
4.8.
[gedaagde] moet aan Incassocenter de facturen 1 en 2 betalen (€ 1.815,00 + 4.356,71) min het al door hem betaalde (€ 363,00 + 150,00). Dit is een bedrag van € 5.658,71.
4.9.
[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde contractuele rente van 2% per maand vanaf de vervaldata van de facturen 1 en 2, zodat deze wordt toegewezen.
4.10.
[gedaagde] moet ook de buitengerechtelijke incassokosten betalen die op grond van artikel 13.4 van de algemene voorwaarden zijn overeengekomen. Deze worden vastgesteld op € 848,81 (15% van € 5.658,71).
4.11.
[gedaagde] heeft grotendeels ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Incassocenter worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



130,16

- griffierecht



559,00

- salaris gemachtigde



720,00

(2 punten × € 360,00)

- nakosten



144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



1553,16
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Incassocenter te betalen een bedrag van € 5.658,71, te vermeerderen met de contractuele rente van 2% per maand over het toegewezen bedrag, vanaf de datum van opeisbaarheid (de vervaldata van de facturen), tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Incassocenter te betalen een bedrag van € 848,81, aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.553,16, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Sullivan, kantonrechter, bijgestaan door mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.

Artikel delen