Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBAMS:2026:7863

Brits AB; verweren m.b.t. genoegzaamheid, de detentieomstandigheden en levenslange strafbedreiging verworpen; overlevering toegestaan

Rechtbank Amsterdam 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2026:7863 text/xml public 2026-08-05T16:17:37 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-08-04 1315526326 Uitspraak Eerste en enige aanleg NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7863 text/html public 2026-08-05T14:54:09 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:7863 Rechtbank Amsterdam , 04-08-2026 / 1315526326
Brits AB; verweren m.b.t. genoegzaamheid, de detentieomstandigheden en levenslange strafbedreiging verworpen; overlevering toegestaan
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-155263-26

Datum uitspraak: 4 augustus 2026

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 3 Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU – VK Justitie en Veiligheid (Uitvoeringswet) juncto artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie.

Deze vordering dateert van 11 juni 2026 (gecorrigeerd op 14 juli 2026) en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Aanhoudingsbevel (AB) als bedoeld in artikel 598 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (HSO).

Dit AB is uitgevaardigd op 2 mei 2025 door the District Judge (Magistrates’ Courts) Leake (Verenigd Koninkrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] (Ierland),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in [detentieadres],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.
<nr>1</nr>Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 21 juli 2026. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat te Schiphol, en door een tolk in de Engelse taal.

Op grond van artikel 3 Uitvoeringswet jo. artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met 30 dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
<nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon
De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Ierse nationaliteit heeft.
<nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het AB
In het AB wordt melding gemaakt van een warrant of arrest of first instance dated 17 October 2024 issued at Folkestone Magistrates Court for failing to answer bail in respect of an offence of being knowingly concerned in a fraudulent evasion of a prohibition on the importation of prohibited weapons. Contrary to section 170(2)(b), (3) and (4A)(a) of the Customs and Excise Management Act 1979.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van het Verenigde Koninkrijk ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van het Verenigd Koninkrijk strafbaar feit.

Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het AB.
3.1
Genoegzaamheid

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het AB niet genoegzaam is, nu het Britse nationale aanhoudingsbevel (NAB) gebaseerd is op het niet-verschijnen van de opgeëiste persoon na vrijlating op borgtocht. In het Individual Report van Interpol is te lezen dat de opgeëiste persoon niet is gearresteerd of gehoord, zodat het uitgesloten is dat hij op borgtocht zou zijn vrijgelaten. Het NAB is daarom gebaseerd op onjuiste informatie en daarmee ongenoegzaam. De grondslag van het AB komt daarmee te vervallen. De raadsman verzoekt geen gevolg te geven aan het AB.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het AB genoegzaam is. Het is niet relevant voor de genoegzaamheid van het AB of de opgeëiste persoon op borgtocht is vrijgelaten.

Oordeel van de rechtbank

Het AB vermeldt het bestaan van een nationaal aanhoudingsbevel. Daarmee is aan het vereiste van artikel 606, eerste lid, onderdeel c, HSO voldaan. Het is niet aan de rechtbank om te beoordelen of de autoriteiten van het VK dat nationale aanhoudingsbevel terecht hebben uitgevaardigd. De rechtbank verwerpt het verweer.
<nr>4</nr>Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
Het Verenigd Koninkrijk heeft de kennisgeving als bedoeld in artikel 599, vierde lid, van de HSO niet gedaan. Toetsing van de dubbele strafbaarheid conform artikel 599, tweede lid, HSO kan dus niet achterwege blijven.

Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 599, eerste en tweede lid, HSO zijn opgenomen.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.
<nr>5</nr>Detentieomstandigheden (artikel 604, aanhef en onder c, HSO)
De rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat voor gedetineerden in de penitentiaire inrichtingen HMP Bedford, HMP Winchester en HMP Wandsworth een reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). In dat kader heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) gevraagd waar de opgeëiste persoon hoogstwaarschijnlijk gedetineerd zal worden na zijn overlevering.

The Interim Director General of Operations, HM Prison and Probation Service te Londen heeft daarop het volgende geantwoord:

“You have asked where [opgeëiste persoon] will most likely be placed after his surrender to the UK. It is usual practice to make efforts to accommodate prisoners close to the location of their trial. It is therefore most likely that he would be held at HMP/YOI Elmley during this time.”

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er op basis van de rapporten uit 2025 en 2026 van the HM Chief Inspector of Prisons betreffende HMP Elmley gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de opgeëiste persoon in HMP Elmley een onmenselijke of vernederende behandeling moet ondergaan. De overlevering kan volgens de raadsman alleen worden toegestaan als de Britse autoriteiten een minimale individuele leefruimte van 3 m2 en gebruik van het gerenoveerde sanitair garanderen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentieomstandigheden niet in de weg staan aan de overlevering.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de overlevering van personen aan het Verenigd Koninkrijk sluit de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden aan bij het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 29 juli 2024 (Alchaster). Uit dit arrest volgt dat de tweestappentoets, die geldt voor de procedure tot tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, niet geldt voor overlevering aan het Verenigd Koninkrijk. De uitvoerende rechterlijke autoriteit hoeft daarom niet na te gaan waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd op basis van de eerder vastgestelde algemene gevaren. Ten aanzien van overlevering van personen aan het Verenigd Koninkrijk behoort de rechtbank bij haar beoordeling alle relevante gegevens te beoordelen om in te schatten in welke situatie de gezochte persoon zich zal bevinden als hij wordt overgeleverd aan het Verenigd Koninkrijk. Dat brengt met zich dat rekening moet worden gehouden met de regels en praktijken die in dat land algemeen gangbaar zijn, en daarnaast ook – als de beginselen van wederzijds vertrouwen en wederzijds erkenning niet worden toegepast – met de specifieke kenmerken van de situatie van die persoon.

De rechtbank dient om die reden steeds te vernemen waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd om het bovenstaande te kunnen beoordelen. In deze zaak is die informatie opgevraagd. Uit de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon most likely in HMP Elmley wordt gedetineerd.

De rechtbank is, anders dan de raadsman, van mening dat uit de genoemde rapporten over HMP Elmley niet af te leiden is dat er een risico is voor overbevolking. Blijkens het rapport van 2025 moesten, op een bevolking van 1.025 gedetineerden, ongeveer 100 gedetineerden een cel delen die oorspronkelijk voor één persoon bedoeld was, waarbij sprake was van een geïmproviseerde afscheiding van het toilet met behulp van (douche)gordijnen. Daarnaast waren de cellen vaak slecht gemeubileerd en onderhouden met gebrek aan gordijnen. In het rapport over 2026 is vermeld dat de leefomstandigheden succesvol verbeterd zijn. Er zijn 200 cellen en acht doucheruimtes gerenoveerd. Meer dan 200 cellen zijn geschilderd en uitgerust met nieuwe meubels. In dit rapport wordt geen melding gemaakt van gedetineerden die met meerdere personen in een eenpersoonscel moeten verblijven, noch van toiletten die niet afgeschermd zijn. Deze rapporten onderbouwen dan ook niet het betoog van de raadsman dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de opgeëiste persoon in HMP Elmley een onmenselijke of vernederende behandeling moet ondergaan. De rechtbank beschikt (ambtshalve) ook niet over andere gegevens die duiden op slechte detentieomstandigheden in deze instelling, noch over omstandigheden of gegevens met betrekking tot de situatie van de opgeëiste persoon waar de rechtbank rekening mee zou moeten houden. Gelet op de situatie van de opgeëiste persoon in geval van overlevering bestaat er voor hem dan ook geen reëel gevaar voor een onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest. De detentieomstandigheden staan daarom niet in de weg aan de overlevering van de opgeëiste persoon. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.
<nr>6</nr>Levenslange gevangenisstraf (Artikel 604, aanhef en onder a, HSO)
Inleiding

In onderdeel H van het AB staat het volgende:

“The offence on the basis of which this warrant has been issued are punishable by a

custodial life sentence or lifetime detention order.

The issuing State will upon request by the executing State give an assurance that it will:

[x] encourage the application of measures of clemency to which the person is entitled to apply for under the law or practice of the issuing State, aiming at a non-execution of such penalty or measure.”

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld, dat uit de stukken niet blijkt dat Nederland een dergelijk verzoek heeft gedaan, noch dat het Verenigd Koninkrijk de garantie geeft dat zij de toepassing van gratiemaatregelen zal aanmoedigen. Het is volgens de raadsman de vraag of aan deze voorwaarde is voldaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich onder verwijzing naar jurisprudentie van de rechtbank op het standpunt gesteld dat er clementiemaatregelen mogelijk zijn als de opgeëiste persoon dat vraagt en dat het voldoende is dat de mogelijkheid tot toepassing van clementiemaatregelen in de uitspraak wordt opgenomen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank leidt uit de in onderdeel H van het AB vermelde informatie af dat in het Verenigd Koninkrijk de mogelijkheid bestaat tot vervroegde invrijheidsstelling bij veroordeling tot een levenslange gevangenisstraf. Om die reden ziet de rechtbank geen aanleiding de overlevering afhankelijk te maken van een garantie als bedoeld in artikel 604 aanhef en onder a, HSO.
<nr>7</nr>Slotsom
Nu is vastgesteld dat het AB voldoet aan de eisen van artikel 606 HSO en er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.
<nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 47 Wetboek van Strafrecht, 14 en 55 Wet wapens en munitie en de artikelen 1 en 3 Uitvoeringswet en 604 en 606 HSO.
<nr>9</nr>Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Judge (Magistrates’ Courts) Leake (Verenigd Koninkrijk).

Deze uitspraak is gedaan door

mr. D.L.S. Ceulen voorzitter,

mrs. M.C.M. Hamer en A.B.M. Wijnveldt, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. D. Kloos en E.H. Wisgerhof, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 augustus 2026.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, Uitvoeringswet juncto artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie rechtbank Amsterdam, 2 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6353

HvJ EU 29 juli 2024, C-202/24, ECLI:EU:C:2024:649 (Alchaster).

HvJ EU 29 juli 2024, C-202/24, ECLI:EU:C:2024:649 (Alchaster), punt 82.

HvJ EU 29 juli 2024, C-202/24, ECLI:EU:C:2024:649 (Alchaster), punt 82.

Zie ECLI:NL:RBAMS:2026:4707

Artikel delen