Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBAMS:2026:7907

Afwijzing verzoek verlenging ondertoezichtstelling. De WSS heeft onvoldoende onderbouwd dat nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De WSS heeft nagelaten actief regie te voeren en het verzoekschrift is gebaseerd op verouderde informatie. Van belang dat LdH betrokken blijft.

Rechtbank Amsterdam 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2026:7907 text/xml public 2026-08-06T14:45:03 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-06-05 C/13/787865 / JE RK 26-385 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Rekestprocedure Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7907 text/html public 2026-08-06T10:34:05 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:7907 Rechtbank Amsterdam , 05-06-2026 / C/13/787865 / JE RK 26-385
Afwijzing verzoek verlenging ondertoezichtstelling. De WSS heeft onvoldoende onderbouwd dat nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De WSS heeft nagelaten actief regie te voeren en het verzoekschrift is gebaseerd op verouderde informatie. Van belang dat LdH betrokken blijft.
RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/787865 / JE RK 26-385

Datum mondelinge uitspraak: 5 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de WSS,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats 1],

hierna te noemen [minderjarige 1],

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats 2],

hierna te noemen [minderjarige 2],

en

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2021 in [geboorteplaats 3],

hierna te noemen [minderjarige 3].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1],

advocaat mr. M.S. Gerson

en

[de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2].
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 mei 2026;

de stukken van de moeder, ontvangen op 2 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de vader;

- mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2], namens de WSS;

- mevrouw [naam 3], namens het Leger des Heils (hierna: het LdH).
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3]. De vader heeft [minderjarige 3] erkend. De minderjarigen wonen bij de moeder.
2.2.
De vader van de kinderen woont in een beschermd wonen traject en is bijna dagelijks betrokken bij het gezin.
2.3.
De ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is bij beschikking van 4 juni 2025 verlengd voor de duur van een jaar, te weten tot 10 juni 2026.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De WSS verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
<nr>4</nr>De standpunten
De WSS
4.1.
De WSS heeft tijdens de zitting onder verwijzing naar de inleidende stukken gepersisteerd bij het verzoek. Vanwege afwezigheid van de vaste gezinsmanager, is het verzoekschrift inhoudelijk niet verder aangevuld.

Uit de stukken blijkt het volgende. De woning is te klein voor het gezin, maar door de huidige woningnood komt het gezin niet in aanmerking voor urgentie. Daarnaast zijn er in en om het huis ontzettend veel spullen. De moeder is samen met de hulpverlening bezig om meer overzicht en ruimte te creëren. Het huis is op dit moment veilig genoeg.

De grootste zorg zit volgens de WSS in de boosheid die opeens kan ontstaan bij de moeder. De ruzies tussen de ouders, die weliswaar minder vaak voorkomen nu er meer duidelijkheid is over het IQ van de vader, kunnen uitlopen in een heel grote verbale ruzie.

Daarnaast is er bij de moeder sprake van een groot trauma. De psycholoog van de moeder geeft aan dat zij moeilijk bij het trauma kunnen komen. De wekelijkse gesprekken hebben tot op heden onvoldoende effect gehad.

De WSS wil benadrukken dat de moeder haar boosheid niet botviert op de kinderen en dat de moeder zich bewust is van haar uitbarstingen. Hoewel de moeder inzicht toont in haar eigen problematiek, groeien de kinderen alsnog op in een omgeving met terugkerende heftige spanningen. Indien de huidige situatie ongewijzigd blijft, is het risico aanwezig dat, gelet op de jonge leeftijd van de kinderen, op langere termijn sociaal-emotionele en gedragsmatige problematiek zal ontstaan.

Bovendien dient er snel duidelijkheid te komen over het perspectief van [minderjarige 4]; de oudste zoon van de moeder die met een machtiging tot uithuisplaatsing bij zijn vader woont. De WSS zal moeten zorgen voor meer duidelijkheid in deze, zodat er met de moeder gewerkt kan worden aan de acceptatie van deze situatie. Dit zal vervolgens tot minder triggers moeten leiden, waardoor [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] daar ook niet door worden belast.

Gelet op het voorgaande, acht de WSS het van belang dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd.

De moeder en haar advocaat
4.2.
De moeder voert verweer tegen het verzoek van de WSS. Zij is van mening dat, nu de stukken verouderd zijn, de rapportage onvoldoende aansluit bij de huidige situatie binnen het gezin en dat daarbij onvoldoende rekening is gehouden met de positieve ontwikkelingen die het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden. De moeder heeft zich steeds ingezet voor de begeleiding, heeft meegewerkt aan de hulpverlening en is bereikbaar en beschikbaar geweest voor alle betrokken instanties. Mede door de IQ-test van de vader, zijn er geen ruzies meer tussen de ouders. De moeder weet nu hoe zij met de vader moet omgaan. Dat is een opluchting voor haar. Ook de kinderen ontvangen de benodigde ondersteuning en functioneren naar omstandigheden goed. Daar komt bij dat uit de verklaring van het Ldh blijkt dat de WSS gedurende langere tijd beperkt zicht heeft gehad op de dagelijkse situatie van de kinderen. Volgens de moeder is dan ook onvoldoende gebleken dat er sprake is van een actuele en concrete ontwikkelingsbedreiging. Verder acht de moeder van belang dat de gestelde doelen van de ondertoezichtstelling gedurende het afgelopen jaar niet of nauwelijks zijn geëvalueerd. Een verlenging van de ondertoezichtstelling kan niet uitsluitend worden gebaseerd op zorgen uit het verleden, maar dient te steunen op actuele feiten en omstandigheden. Bovendien worden vanuit de betrokken hulpverlening positieve signalen afgegeven over de betrokkenheid en inzet van de moeder. Dit kan ook in het vrijwillig kader. Gelet op het voorgaande is de moeder van mening dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de ondertoezichtstelling.

De vader
4.3.
De vader sluit zich aan bij de standpunten van de moeder.

Het LdH
4.4.
Het LdH heeft moeite met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De onderbouwing van de WSS is gedateerd en onvolledig. De WSS heeft de afgelopen maanden geen zicht gehad op de kinderen, maar heeft zich enkel gericht op de situatie rondom [minderjarige 4]. Er zijn geen uitvoerdersoverleggen geweest, er is geen contact met de school en hulpverlening gelegd en er hebben geen evaluatiemomenten plaatsgevonden. Desondanks worden er in de rapportage stellige uitspraken gedaan over de moeder in relatie met het gezin, terwijl deze uitspraken niet gebaseerd kunnen zijn op observaties of recent contact.

Het LdH was voorafgaand aan de ondertoezichtstelling al betrokken en komt tweemaal per week bij de moeder thuis. De moeder toont inzet en medewerking ten aanzien van de behandeling en begeleiding. Daarnaast zijn beide ouders toegewijd aan de kinderen.

Het LdH heeft herhaaldelijk geprobeerd contact te leggen met de vaste gezinsmanager om informatie uit te wisselen. Hier is nauwelijks op gereageerd.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat niet aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan (artikel 1:260 BW). Voor een verlenging van een ondertoezichtstelling is vereist dat nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsdreiging. De WSS heeft dit echter onvoldoende onderbouwd. De WSS heeft de afgelopen zes maanden nagelaten om actief regie te voeren. Het verzoekschrift is gebaseerd op verouderde informatie en daarmee niet actueel. In 2024, ten tijde van de start van de ondertoezichtstelling, werden de kinderen niet goed genoeg verzorgd en was de woning van de moeder overvol. Ook waren er veel conflicten tussen de ouders, waarbij de moeder erg boos kon worden. Inmiddels is gebleken dat het veel beter gaat met het gezin. Zo is vanuit school, een zeer belangrijke indicator, aangegeven dat de kinderen groeien en dat het beter met hen gaat. Dit is een heel goed signaal. Daarnaast heeft het LdH duidelijk uiteengezet dat de thuissituatie is verbeterd en dat de opvoedondersteuning positief kan worden afgesloten. Bovendien werken beide ouders heel goed mee met het LdH en staan zij open voor adviezen.
5.2.
Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de voorwaarden voor de verlenging van een ondertoezichtstelling, zodat het verzoek van de WSS wordt afgewezen. De kinderrechter acht het wel van groot belang dat het LdH betrokken blijft, niet zozeer voor de opvoedondersteuning als wel om praktische ondersteuning te blijven bieden. Zo is het belangrijk om de moeder bij te staan in haar zoektocht naar een groter huis en blijft het noodzakelijk om haar te helpen de huidige woning opgeruimd te houden. Hiervoor is een ondertoezichtstelling echter niet nodig, nu is gebleken dat deze hulp ook in een vrijwillig kader kan worden geboden.
<nr>6</nr>De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. E.M. Devis, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.F. Hulskes als griffier, en op schrift gesteld op 17 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel delen