Kort geding. Woningcorporatie vordert ontruiming huurwoning door huurder vanwege geplande renovatie.
Rechtbank Amsterdam 14 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:8195
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-08-2026
Datum publicatie
14-08-2026
Zaaknummer
C/13/788036 / KG ZA 26-410
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBAMS:2026:8195text/xmlpublic2026-08-14T10:52:092026-08-13Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Amsterdam2026-06-12C/13/788036 / KG ZA 26-410UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigKort gedingMondelinge uitspraakProceskostenveroordelingProces-verbaalNLAmsterdamCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8195text/htmlpublic2026-08-14T09:23:502026-08-14Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBAMS:2026:8195 Rechtbank Amsterdam , 12-06-2026 / C/13/788036 / KG ZA 26-410 Kort geding. Woningcorporatie vordert ontruiming huurwoning door huurder vanwege geplande renovatie.
RECHTBANK Amsterdam Civiel recht, voorzieningenrechter Zaaknummer: C/13/788036 / KG ZA 26-410 MdV/NS Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 12 juni 2026 in de zaak van WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
te Amsterdam,
eisende partij bij dagvaarding van 27 mei 2026,
hierna te noemen: Eigen Haard,
advocaat: mr. M.G. Blokziel, tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
in persoon verschenen. Het kort geding wordt gehouden in de rechtbank Amsterdam. De zaak wordt behandeld door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. N.E. Slump, griffier. Aanwezig zijn:
- [naam 1] (namens Eigen Haard),
- [naam 2] (namens Eigen Haard),
- [naam 3] (namens Eigen Haard),
- mr. Blokziel,
- [gedaagde]. 1De procedure De mondelinge behandeling in deze zaak was gepland op 5 juni 2026. Omdat zich namens [gedaagde] een advocaat meldde, die op die datum verhinderd was, is de mondelinge behandeling verplaatst naar 12 juni 2026, met toezegging van vrijwillige verschijning. Op 9 juni 2026 heeft de advocaat van [gedaagde] zich onttrokken. Tijdens de mondelinge behandeling op 12 juni 2026 heeft Eigen Haard de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] is in persoon verschenen en heeft verweer gevoerd. Alleen Eigen Haard heeft producties in het geding gebracht. De behandeling van de zaak is gesloten en de voorzieningenrechter heeft op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 29a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dit proces-verbaal opgemaakt, dat op 15 juni 2026 aan partijen wordt afgegeven.
2. De feiten 2.1.
[gedaagde] huurt sinds 2016 van Eigen Haard een zelfstandige woning aan de [adres 1]. 2.2. Eigen Haard voert een renovatie- en verduurzamingsproject uit voor een wooncomplex aan de [straat], waar de woning van [gedaagde] onderdeel van uitmaakt. De renovatiewerkzaamheden in de woning van [gedaagde] zullen aanvangen per 1 juli 2026. 2.3. Eigen Haard heeft op 25 juni 2025 een schriftelijk renovatievoorstel aan [gedaagde] toegezonden, met een begeleidend akkoordformulier dat vóór 4 juli 2025 door [gedaagde] geretourneerd diende te worden. [gedaagde] heeft hierop geen reactie gegeven. Daarnaast heeft Eigen Haard [gedaagde] een wisselwoning aangeboden. Hierop heeft [gedaagde] ook geen reactie gegeven. 2.4. Eigen Haard vordert nu onder meer ontruiming van de woning van [gedaagde] vóór 17 juni 2026. Primair is die vordering gegrond op de aanstaande renovatie, die het noodzakelijk maakt dat de woning wordt ontruimd. Subsidiair is de vordering gegrond op door [gedaagde] veroorzaakte overlast. 3De beoordeling3.1. Ter zitting is met instemming van Eigen Haard alleen gesproken over de primaire grondslag van de vordering, de aanstaande renovatie. [gedaagde] heeft ter zitting aangegeven dat hij daarmee akkoord is, en dat hij gebruik wil maken van de aangeboden wisselwoning. [gedaagde] heeft toegelicht dat hij door ziekte lange tijd zijn post niet heeft opengemaakt en het akkoordformulier dus niet heeft gezien. 3.2. Gelet op de instemming van [gedaagde] en op de renovatie die gepland staat, zal de vordering van Eigen Haard worden toegewezen op de primaire grondslag. Ter zitting is afgesproken dat [gedaagde] zich op maandag 15 juni 2026 om 13:00 uur bij het wijkkantoor van Eigen Haard [adres 2] meldt om de sleutels van de wisselwoning op te halen. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat [gedaagde] er zelf voor zorgt dat hij de woning verlaat en Eigen Haard hem niet met zijn spullen eruit hoeft te zetten. Op woensdag 17 juni 2026 moet de woning van [gedaagde] leeg zijn. 3.3.
[gedaagde] heeft door niet eerder te reageren deze procedure nodig gemaakt en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eigen Haard worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 153,02 - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 1.177,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.254,02 3.4. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4De beslissing De voorzieningenrechter 4.1. veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk op 17 juni 2026 de woning aan de [adres 1] geheel leeg en ontruimd ter beschikking van Eigen Haard te stellen en met alle daarin aanwezige personen en goederen te verlaten en te ontruimen, 4.2. machtigt Eigen Haard om, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie, de tenuitvoerlegging van deze beslissing te bewerkstelligen, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan het onder 4.1 van dit vonnis bepaalde te voldoen, 4.3. veroordeelt [gedaagde] om aan Eigen Haard de kosten van ontruiming te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van ontruiming, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan het onder 4.1 van dit vonnis bepaalde te voldoen en Eigen Haard de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder dient te bewerkstelligen, 4.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.254,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.5. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 4.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.7. wijst het meer of anders gevorderde af. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.