Betaling transitievergoeding en vergoeding niet-genoten vakantiedagen.
Rechtbank Den Haag 29 July 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:28030
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-07-2026
Datum publicatie
29-07-2026
Zaaknummer
K/4502/11764277
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2025:28030text/xmlpublic2026-07-29T15:27:052026-07-15Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2025-12-04K/4502/11764277UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLDen HaagCiviel recht; ArbeidsrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:28030text/htmlpublic2026-07-29T15:26:102026-07-29Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2025:28030 Rechtbank Den Haag , 04-12-2025 / K/4502/11764277 Betaling transitievergoeding en vergoeding niet-genoten vakantiedagen.
RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht
Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag Zaaknummer: 11764277 RL EXPL 25-11595 Vonnis van 4 december 2025 in de zaak van
[eiseres]
,
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. G.L. Gijsberts, tegen GLOBAL PATHOLOGY SUPPORT B.V.,
te Den Haag,
gedaagde partij,
hierna te noemen: GPS
gemachtigde: mr. G.J. van Egmond. 1De procedure1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 juni 2025 met elf producties;
- de conclusie van antwoord van 30 juli 2025 met één productie;
- de mondelinge behandeling van 6 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten2.1. GPS drijft een onderneming die zich volgens een uittreksel uit het Handelsregister toelegt op speur- en ontwikkelingswerk op het gebied van gezondheid en voeding. Haar enig aandeelhouder en bestuurder is de heer [bestuurder] (verder: [bestuurder]). 2.2.
[eiseres] is op [datum] 2006 als werknemer in dienst getreden van GPS. Op 26 juli 2023 zijn partijen op initiatief van GPS overeengekomen dat het dienstverband met wederzijds goedvinden per 30 november 2023 eindigt. Partijen hebben de afspraken die zij in dat verband hebben gemaakt vastgelegd in twee schriftelijke overeenkomsten die allebei op 26 juli 2023 zijn ondertekend. 2.3. Partijen zijn overeengekomen dat [eiseres] jegens GPS aanspraak heeft op een transitievergoeding van € 19.597,94 (bruto) en een bedrag van € 1.848,00 (bruto) voor niet-genoten vakantiedagen. Partijen zijn overeengekomen dat GPS in de eerste week van december 2023 op de transitievergoeding een deelbetaling verricht van € 5.000,00 (bruto) en dat GPS het restant van de vorderingen uiterlijk op 23 juli 2024 voldoet of zoveel eerder als [bestuurder] na verkoop van zijn privéwoning de overwaarde daarvan beschikbaar krijgt om de vorderingen van [eiseres] te voldoen. 2.4. GPS heeft de deelbetaling van € 5.000,00 (bruto) aan [eiseres] voldaan. Het restant van de vorderingen van [eiseres] heeft GPS onbetaald gelaten. 3Het geschil3.1.
[eiseres] vordert dat GPS bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van:
a. a) € 14.597,94 (bruto) ter zake de transitievergoeding onder verstrekking van een bruto/netto specificatie, te vermeerderen met wettelijke rente,
b) € 1.848,00 (bruto) ter zake niet-genoten vakantiedagen, met daarover de wettelijke verhoging als bedoeld in art. 7:625 BW tot 50% van de hoofdsom, te vermeerderen met wettelijke rente,
een en ander met veroordeling van GPS in de proceskosten. 3.2. GPS heeft de vorderingen niet weersproken, met uitzondering van de wettelijke verhoging over het bedrag van € 1.848,00. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling Hoofdsommen 4.1. De door [eiseres] gevorderde bedragen van € 14.597,94 en € 1.848,00 hebben een grondslag in de door partijen gesloten overeenkomsten en zijn door GPS niet weersproken. Deze vorderingen zullen daarom worden toegewezen. De wettelijke verhoging over € 1.848,00 4.2. De gevorderde wettelijke verhoging over het bedrag van € 1.848,00 is op de voet van art. 7:625 lid 1 BW eveneens toewijsbaar. Dit bedrag heeft betrekking op niet-genoten vakantiedagen en geldt daarom als ‘loon’ in de zin van art. 7:625 lid 1 BW. De wettelijke verhoging is bedoeld als prikkel voor de werkgever om het loon tijdig te betalen. GPS heeft het bedrag van € 1.848,00 onbetwist niet tijdig, uiterlijk op 23 juli 2024, voldaan. Daarom heeft [eiseres] aanspraak op de wettelijke verhoging. Gelet op het tijdsverloop nadat de vordering opeisbaar werd, bedraagt die verhoging inmiddels het maximum van 50% van de hoofdsom van € 1.848,00. Dat is dus een bedrag van € 924,00. 4.3. GPS heeft verzocht om de verhoging te matigen. GPS heeft daartoe naar voren gebracht dat zij niet de financiële ruimte had en heeft om de vordering van [eiseres] te voldoen. Volgens GPS is van betalingsonwil geen sprake. Naar de kantonrechter begrijpt, vindt GPS dat onder die omstandigheden de billijkheid vergt dat de verhoging wordt gematigd. 4.4. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Weliswaar volgt uit de toelichting van GPS dat zij al langere tijd in financieel zwaar weer verkeert, maar ter zitting is ook gebleken dat in elk geval in februari 2025, toen de overwaarde uit de woning van [bestuurder] vrijkwam, financiële ruimte ontstond om de vordering van [eiseres] te voldoen. [bestuurder] heeft ter zitting verklaard dat hij er toen voor heeft gekozen om de overwaarde te gebruiken om andere schuldeisers te betalen. Daarbij heeft hij kennelijk bewust [eiseres] gepasseerd. Dat was in strijd met de afspraak dat de overwaarde zou worden bestemd om [eiseres] te betalen. Vervolgens heeft [eiseres] nog geprobeerd om GPS buitengerechtelijk tot betaling en/of een betalingsregeling te bewegen, maar zonder resultaat. Uiteindelijk heeft zij deze procedure moeten starten om haar vordering geldend te maken. Deze gang van zaken is aan GPS toerekenbaar en maakt dat de maximale verhoging van 50% gerechtvaardigd is. De wettelijke rente 4.5. Wettelijke rente is verschuldigd over de tijd dat een schuldenaar met de nakoming van zijn betalingsverplichting in verzuim is. Ter zitting heeft [eiseres] toegelicht dat zij de wettelijke rente over de beide hoofdsommen en de wettelijke verhoging vordert met ingang van 1 december 2024. Beoordeeld moet dus worden of GPS op die datum in verzuim verkeerde. De kantonrechter overweegt daarover het volgende. 4.6 De wettelijke rente over de transitievergoeding is overeenkomstig art. 7:686a lid 1 BW in beginsel verschuldigd vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Dat is in dit geval een maand na 30 november 2023. Partijen zijn nader overeengekomen dat GPS de transitievergoeding uiterlijk op 23 juli 2024 zou betalen. Dat is een fatale datum als bedoeld in art. 6:83 aanhef en sub a BW. Dat betekent dat GPS (in elk geval) na het verstrijken van die datum onmiddellijk in verzuim geraakt. De gevorderde wettelijke rente is dus toewijsbaar. 4.7. Dat geldt ook voor de wettelijke rente over het bedrag voor niet-genoten vakantiedagen. Ook voor dit bedrag zijn partijen overeengekomen dat GPS uiterlijk op 23 juli 2024 moest betalen, wat betekent dat GPS op grond van art. 6:83 aanhef en sub a BW onmiddellijk na het verstrijken van die datum in verzuim geraakt. 4.8. Voor de verschuldigdheid van wettelijke rente over de wettelijke verhoging is vereist dat de werkgever in verzuim is geraakt na in gebreke te zijn gesteld (vgl. Hof Leeuwarden 9 oktober 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BX9673). Uit de stellingen in de dagvaarding en de daarbij overgelegde correspondentie volgt niet dat GPS met betrekking tot de wettelijke verhoging in gebreke is gesteld. De wettelijke rente over de wettelijke verhoging kan daarom slechts worden toegewezen met ingang van de datum van de dagvaarding (16 juni 2025). Proceskosten 4.9. GPS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Omdat [eiseres] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal GPS niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: - griffierecht € 90,00 - salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten × € 406,00) Totaal € 902,00 5De beslissing De kantonrechter Transitievergoeding 5.1. veroordeelt GPS om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 14.597,94 (bruto) onder verstrekking van een bruto/netto specificatie, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 december 2024, tot de dag van volledige betaling, Niet-genoten vakantiedagen 5.2. veroordeelt GPS om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.848,00 (bruto), te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 december 2024, tot de dag van volledige betaling, Wettelijke verhoging 5.3. veroordeelt GPS om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 924,00, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 16 juni 2025, tot de dag van volledige betaling, Proceskosten 5.4. veroordeelt GPS in de proceskosten van € 902,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, Overig 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.C. van Essen en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.