Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2025:28072

vervolgberoep; artikel 59b, eerste lid, van de Vw; ongegrond; verzoek schadevergoeding afgewezen.

Rechtbank Den Haag 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2025:28072 text/xml public 2026-08-06T10:59:31 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-12-24 NL25.61946 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:28072 text/html public 2026-08-06T10:59:14 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:28072 Rechtbank Den Haag , 24-12-2025 / NL25.61946
vervolgberoep; artikel 59b, eerste lid, van de Vw; ongegrond; verzoek schadevergoeding afgewezen.

uitspraak


RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.61946

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser, (gemachtigde: mr. L.M. Weber),
en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: L. Hartog).
Procesverloop
De minister heeft op 30 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft de minister een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.
Overwegingen
1. Eiser stelt dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1997.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 19 november 2025 (in de zaak NL25.54213) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de

rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.

4. Eiser voert aan dat de minister onzorgvuldig handelt door relevante stukken niet aan het procesdossier toe te voegen. De beslissing van 14 november 2025 ontbreekt in het dossier, zodat niet gecontroleerd kan worden of eisers bewaring onrechtmatig voortduurt. Ook kan niet worden gecontroleerd of eiser nog op de juiste rechtsgrond in bewaring zit. Bij gebreke aan de beslissing van 14 november 2025 stelt eiser zich op het standpunt dat zijn bewaring onrechtmatig voortduurt.

5. In wat eiser aanvoert ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de minister onzorgvuldig handelt en de bewaring onrechtmatig voortduurt. De rechtbank stelt vast dat de verlenging van de bewaringstermijn als bedoeld in artikel 59b, derde lid, van de Vw is opgenomen in het asielbesluit van 14 november 2025. In het besluit van

14 november 2025, waarin eisers asielaanvraag is afgewezen, is vermeld dat artikel 59b, eerste lid onder a, van de Vw is verlengd met drie maanden. Dit besluit is tijdig en correct bekendgemaakt aan de advocaat die eiser bijstaat in zijn asielprocedure, zodat eiser geacht moet worden op de hoogte te zijn van de inhoud van het besluit, en eiser heeft ook tijdig rechtsmiddelen ingesteld tegen dit besluit. De minister heeft het asielbesluit toegevoegd aan het dossier. Op 21 november 2025 heeft eiser beroep en een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend tegen het asielbesluit van 14 november 2025. Zoals de minister terecht stelt is deze informatie ook opgenomen in de M120. Van onzorgvuldig handelen is dan ook geen sprake. Gezien het voorgaande is in het asielbesluit van 14 november 2025 de bewaring rechtmatig verlengd en is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring daarmee rechtmatig voortduurt. De beroepsgronden slagen niet.

6. Met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig geworden.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond;

wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van A.F. Klomp, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

24 december 2025
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Artikel delen