Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:18543

Zorverzekering. Veroordeling tot betaling van achterstallige premie.

Rechtbank Den Haag 31 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:18543 text/xml public 2026-07-31T10:03:20 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-21 K/4502/12046172 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18543 text/html public 2026-07-21T14:26:43 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:18543 Rechtbank Den Haag , 21-05-2026 / K/4502/12046172
Zorverzekering. Veroordeling tot betaling van achterstallige premie.

RECHTBANK DEN HAAG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Den Haag

MV/b

Zaaknummer: 12046172 RL EXPL 26-314

Vonnis van 21 mei 2026

in de zaak van

MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.,

te Wageningen,

eisende partij,

hierna te noemen: Menzis,

gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 3 producties van 10 november 2025;- de conclusie van antwoord van 10 maart 2026; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;

- de brief van de gemachtigde van Menzis met productie 4 van 9 april 2026;

- de mondelinge behandeling van 21 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Op de mondelinge behandeling op 21 april 2026 zijn namens Menzis mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2] verschenen. [gedaagde] was niet aanwezig.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
[gedaagde] heeft een zorgverzekering bij Menzis.
2.2.
[gedaagde] heeft de maandelijkse premie voor het basispakket en een aanvullend pakket over de maanden december 2023 tot en met juni 2024 niet voldaan. De premie over deze periode bedraagt € 1.159,51.
2.3.
Menzis heeft [gedaagde] brieven gestuurd en hem gesommeerd om de achterstallige premie te voldoen, in elk geval bij brief van 20 februari 2024, 8 maart 2024, 17 juni 2024 en 6 juni 2025. [gedaagde] is niet tot betaling van de achterstallige bedragen overgegaan.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
Menzis vordert veroordeling van [gedaagde], uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van:

het achterstallige bedrag van € 1.159,51;

buitengerechtelijke incassokosten van € 168,23;

rente tot aan de dag van de dagvaarding van €118,70;

rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling; en

de proceskosten plus de btw.
3.2.
Menzis legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] moet volgens de wet en voorwaarden de premie voor de zorgverzekering vooruit betalen. Menzis vordert nakoming van de betalingsverplichting en vergoeding van de rente en kosten die zij heeft moeten maken om betaling te verkrijgen.
3.3.
[gedaagde] heeft een conclusie van antwoord ingediend. [gedaagde] heeft zich daarin op het standpunt gesteld dat de vordering van Menzis moet worden afgewezen, omdat de vordering uiterlijk op 12 maart 2026 volledig zal worden voldaan. [gedaagde] vordert dat Menzis wordt veroordeeld in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente bij niet tijdige betaling.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De kantonrechter gaat uit van de juistheid van de vordering van Menzis. [gedaagde] heeft die vordering niet gemotiveerd betwist. [gedaagde] heeft wel aangegeven dat hij de vordering zou betalen, maar Menzis heeft ter zitting aangegeven dat er geen betaling ontvangen is. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen tot betaling van de achterstallige premie van € 1.159,51.
4.2.
Omdat [gedaagde] niet tijdig heeft betaald, is hij ook de wettelijke rente over de achterstallige premie verschuldigd. De rente bedraagt tot de dag van dagvaarding € 118,70. [gedaagde] dient ook de wettelijke rente over de achterstallige premie te betalen vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag dat de achterstallige premie volledig betaald is.
4.3.
Menzis vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Menzis heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Vidomes een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 168,23 worden toegewezen.
4.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Menzis worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



146,14

- griffierecht



350,00

- salaris gemachtigde



434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten



108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



1.038,64
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Menzis Zorgverzekeraar N.V. van € 1.446,44, te vermeerderen met de wettelijke rente over de achterstallige premie van € 1.159,51, zulks vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.038,64, te betalen aan Menzis Zorgverzekeraar N.V. binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Voorrips en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.

Artikel delen