Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:19677

Vervangende toestemming medisch (ADD/ADHD)

Rechtbank Den Haag 30 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:19677 text/xml public 2026-07-30T15:27:57 2026-07-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-06-16 C/09/703483 / FA RK 26-3812 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19677 text/html public 2026-07-30T15:27:43 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:19677 Rechtbank Den Haag , 16-06-2026 / C/09/703483 / FA RK 26-3812
Vervangende toestemming medisch (ADD/ADHD)

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-3812

Zaaknummer: C/09/703483

Datum beschikking: 16 juni 2026
Vervangende toestemming
Beschikking op het op 16 april 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.A. Vermeulen te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoekschrift;

het F9-formulier van de zijde van de moeder van 26 mei 2025, met bijlagen;

het e-mailbericht van de zijde van de vader aan deze rechtbank van 7 mei 2026;

het e-mailbericht van de zijde van de vader aan deze rechtbank van 30 mei 2026.

De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 2 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van 25 juli 2014 tot 15 april 2020.

- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ;

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] .

- De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.

- De vader heeft de Ierse nationaliteit en de moeder heeft de Britse nationaliteit.

- De minderjarige [de minderjarige 1] heeft de Ierse en Britse nationaliteit.

- Bij beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 2 april 2020 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is het door de ouders ondertekende convenant en ouderschapsplan aangehecht.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen voor:

- Een behandeling van [de minderjarige 1] voor ADD/ADHD door de huisarts of een ander medisch specialist, waaronder medicatiegebruik, en al dan niet ter beoordeling van de specialist in combinatie met gedragstherapie, waarbij de frequentie en duur van de behandeling wordt gevolgd die volgens de specialist noodzakelijk is;

voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht

De rechtbank overweegt als volgt. De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 7 lid 1 Brussel II-ter rechtsmacht ter zake kwesties van ouderlijke verantwoordelijkheid. [de minderjarige 1] had zijn gewone verblijfplaats ten tijde van de indiening van het verzoekschrift in Nederland hadden. Ingevolge artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is, gelet hierop, Nederlands recht van toepassing.

Juridisch kader

Op grond van het eerste lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hierover op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Inhoudelijke beoordeling

De moeder verzoekt vervangende toestemming voor een behandeling van [de minderjarige 1] voor ADD/ADHD door de huisarts of een ander medisch specialist, waaronder medicatiegebruik, en al dan niet ter beoordeling van de specialist in combinatie met gedragstherapie, waarbij de frequentie en duur van de behandeling wordt gevolgd die volgens de specialist noodzakelijk is. De moeder heeft -onweersproken- het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. [de minderjarige 1] is in 2024 gediagnosticeerd met ADHD. [de minderjarige 1] heeft vooral op school last van zijn ADHD, wat ook invloed heeft op zijn zelfbeeld en schoolprestaties. Ondanks ingezette adviezen en ondersteunende maatregelen in overleg met school, is onvoldoende verbetering opgetreden. Moeder is met die reden van mening dat uitbreiding van de hulpverlening noodzakelijk is voor [de minderjarige 1] . [de minderjarige 1] heeft, volgens de moeder, bij haar aangegeven dat hij wil onderzoeken of medicatie hem kan helpen. De moeder heeft geprobeerd hierover in overleg te treden met de vader, maar de vader geeft geen toestemming voor medicatiegebruik.

De vader heeft na indiening van het verzoek van moeder een tweetal e-mails aan de rechtbank gestuurd. Namelijk op 7 mei 2026 en op 30 mei 2026. Hieruit is het de rechtbank gebleken dat hij de moeder toestemming verleent voor het toedienen van medicatie aan [de minderjarige 1] . De moeder heeft op de zitting naar voren gebracht dat zij bang is dat vader zijn toestemming later alsnog terugtrekt en zij dan met lege handen staat. Zij handhaaft haar verzoek tot het verkrijgen van vervangende toestemming.

De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige 1] dat er verdere hulpverlening komt, waarbij ook medicatiegebruik mogelijk is. De vader heeft per mail aan de rechtbank laten weten in te stemmen met het toedienen van medicatie aan [de minderjarige 1] . De rechtbank is het met de Raad eens dat het voor [de minderjarige 1] van belang is dat zijn vader eventueel medicatiegebruik ook ondersteunt als [de minderjarige 1] bij hem is en vader daar niet tegenin gaat. Het is voor de ontwikkeling van [de minderjarige 1] van belang dat hij het gevoel heeft dat hij van beide ouders de medicatie mag gebruiken.
Beslissing
De rechtbank:

verleent de moeder vervangende toestemming voor een behandeling van de minderjarige:

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] , voor ADD/ADHD door de huisarts of een ander medisch specialist, waaronder medicatiegebruik, en al dan niet ter beoordeling van de specialist in combinatie met gedragstherapie, waarbij de frequentie en duur van de behandeling wordt gevolgd die volgens de specialist noodzakelijk is;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2026.

Artikel delen