Vaststelling staatloosheid. Relevante landen: Palestijnse gebieden, Turkije en Griekenland.
Rechtbank Den Haag 3 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:19825
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-07-2026
Datum publicatie
03-08-2026
Zaaknummer
C/09/697728 / HA RK 26-29
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:19825text/xmlpublic2026-08-03T10:35:422026-07-18Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-06-17C/09/697728 / HA RK 26-29UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLDen HaagCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19825text/htmlpublic2026-08-03T10:21:192026-08-03Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:19825 Rechtbank Den Haag , 17-06-2026 / C/09/697728 / HA RK 26-29 Vaststelling staatloosheid. Relevante landen: Palestijnse gebieden, Turkije en Griekenland.
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: HA RK 26-29
Zaaknummer: C/09/697728
Datum beschikking: 17 juni 2026 Vaststelling van staatloosheidBeschikking op het op 14 januari 2026 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] , verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Engelbertink te Amsterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,
zetelende in ’s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de brief van de Staat van 22 mei 2025;
- de brief van verzoeker van 26 mei 2025. Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd. Feiten De volgende feiten blijken uit het dossier:
- Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1989 in de Gazastrook.
- Verzoeker is op 25 mei 2025 in Nederland aangekomen en hij heeft op 26 mei 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel.
- Bij beschikking van 12 december 2025 is aan verzoeker een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, geldig van 26 mei 2025 tot 26 mei 2030.
- Verzoeker is in het bezit van een Palestijns paspoort. Dit is paspoort is onderzocht door Bureau Documenten en is positief beoordeeld. Verzoek en het advies van de Staat Verzoeker verzoekt vast te stellen dat hij staatloos is. De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen. Beoordeling Vaststelling staatloosheid
Juridisch kader
Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, hierna: Wvs). Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien haar niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd. Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek. Relevante landen
Verzoeker stelt tot november 2020 in Gaza te hebben gewoond en vervolgens via Egypte naar Turkije te zijn gereisd. Daar heeft hij verbleven tot medio 2024. Toen is hij vertrokken naar Griekenland, waarna hij een aantal maanden later naar Nederland is gereisd. Gelet op deze stellingen zal de rechtbank de Palestijnse Gebieden, Turkije en Griekenland bij de beoordeling van het verzoek tot vaststelling van de staatloosheid van verzoeker betrekken. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verzoeker een andere nationaliteit kan hebben verkregen. Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?
Gelet op de door verzoeker overgelegde documenten – welke documenten echt zijn bevonden door Bureau Documenten van de IND – is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is. Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende.
Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen afkomstig uit de Palestijnse gebieden daarom als staatloos, tenzij zij nog een andere nationaliteit hebben. Wordt verzoeker als onderdaan van Turkije beschouwd?
De regels ten aanzien van de verkrijging en het verlies van de Turkse nationaliteit zijn vastgelegd in de Wet op het Turkse staatsburgerschap (hierna: Stbw). Om via naturalisatie in aanmerking te komen voor de Turkse nationaliteit dient een vreemdeling gedurende vijf jaar voorafgaand aan de datum van het verzoek om naturalisatie ononderbroken in Turkije ingeschreven zijn geweest (artikel 11 Stbw). Verzoeker heeft van november 2020 tot medio 2024 in Turkije verbleven. De rechtbank volgt daarom de conclusie van de Staat dat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Turkse nationaliteit heeft verkregen. Wordt verzoeker als onderdaan van Griekenland beschouwd?
De verkrijging van de Griekse nationaliteit middels naturalisatie wordt geregeld in artikel 5 van de Griekse nationaliteitswet. Eén van de voorwaarden voor naturalisatie is dat een persoon minimaal zeven jaar voor het indienen van het naturalisatieverzoek wettig inwoner is geweest van Griekenland (artikel 5, eerste lid, aanhef en onder d van de Griekse nationaliteitswet). Verzoeker heeft verklaard enkele maanden in Griekenland te hebben verbleven, in de periode tussen medio 2024 en het moment dat hij naar Nederland is vertrokken. Hij is aangekomen in Nederland op 26 mei 2025. Verzoeker heeft in Griekenland asiel aangevraagd en deze aanvraag is ingewilligd. Met de Staat is de rechtbank van oordeel dat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Griekse nationaliteit heeft verkregen, omdat hij minder dan zeven jaar in Griekenland heeft verbleven en tevens niet is gebleken dat verzoeker onder één van de uitzondering zoals geformuleerd in artikel 5 van de Griekse nationaliteitswet valt. Conclusie
De rechtbank stelt, gelet op het voornoemde, de staatloosheid van verzoeker vast. Beslissing De rechtbank: *
stelt vast dat verzoeker staatloos is. Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 17 juni 2026. Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 687, nr. 3, pagina 42.