Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Overeenstemming over huurrecht en afwikkeling huwelijksvermogensregime.
Rechtbank Den Haag 3 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:19829
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-07-2026
Datum publicatie
03-08-2026
Zaaknummer
C/09/686705 / FA RK 25-4368
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:19829text/xmlpublic2026-08-03T10:20:152026-07-18Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-06-17C/09/686705 / FA RK 25-4368UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLDen HaagCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19829text/htmlpublic2026-08-03T10:20:012026-08-03Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:19829 Rechtbank Den Haag , 17-06-2026 / C/09/686705 / FA RK 25-4368 Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Overeenstemming over huurrecht en afwikkeling huwelijksvermogensregime.
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-4368 (scheiding) en FA RK 25-9456 (verdeling)
Zaaknummer: C/09/686705 (scheiding) en C/09/696106 (verdeling)
Datum beschikking: 17 juni 2026 Echtscheiding met nevenvoorzieningenBeschikking op het op 11 juni 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] , de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Kahya-Ekinci in Rijswijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] , de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. V.K.S. Deetman in Dordrecht. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vrouw; het bericht van 23 juni 2025, met bijlage, namens de vrouw; het bericht van 15 juli 2025, met bijlagen, namens de vrouw; het bericht van 29 juli 2025 namens de vrouw; het aanvullend verzoekschrift namens de vrouw, ingekomen op 8 september 2025; het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken, namens de man, ingekomen op
4 november 2025; het verweer tegen de zelfstandige verzoeken, met gewijzigd verzoek, namens de vrouw, ingekomen op 1 december 2025; het bericht van 21 april 2026 namens de man; het bericht van 29 april 2026 namens de vrouw. Feiten De vrouw en de man zijn gehuwd op [datum] 1985 in [plaats] , Irak. Partijen hebben beiden de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw strekt – na wijziging – tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot: toedeling aan de man van het huurrecht van de echtelijke woning aan de [adres] ; vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig, subsidiair: toedeling aan de man van het huurrecht van de echtelijke woning aan de [adres] ; vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de man,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De vrouw voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. De rechtbank zal op grond van artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen. Inhoudelijke beoordeling
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen. Huurrecht echtelijke woning
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De echtelijke woning van de vrouw en de man ligt in Nederland. Gelet op artikel 4 lid 3, aanhef en sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de Nederlandse rechter bevoegd om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van de woning. De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen. Inhoudelijke beoordeling
De vrouw en de man zijn het erover eens dat het huurrecht van de echtelijke woning aan de man wordt toegedeeld. De rechtbank zal conform deze overeenstemming van partijen beslissen. Afwikkeling huwelijksvermogensregime
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij ook rechtsmacht met betrekking tot het verzoek over de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime. Inhoudelijke beoordeling
Uit de berichten van 21 en 29 april 2026 blijkt dat de vrouw en de man overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de inboedel en de auto van partijen. De rechtbank zal deze overeenstemming van partijen opnemen in het dictum. Proceskosten
Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld. Beslissing De rechtbank: *
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1985 in [plaats] , Irak; *
bepaalt dat de man met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de woonruimte aan de
[adres] ; *
stelt vast dat partijen overeenstemming hebben bereikt ten aanzien van de afwikkeling van hun huwelijksvermogen, inhoudende dat:
- aan de vrouw worden toegedeeld: 1.1 het bankstel; 1.2 de eettafel met zes stoelen; 1.3 de vriezer; 1.4 de salontafel; 1.5 alle planten uit de woonkamer;
- aan de man wordt toegedeeld de auto met kenteken 93-SJ-PL, waarbij de man wegens overbedeling een bedrag van € 800,- aan de vrouw moet vergoeden; *
verklaart deze beschikking– met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad; *
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; *
wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 juni 2026.