Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:19848

Vernietiging erkenning

Rechtbank Den Haag 3 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:19848 text/xml public 2026-08-03T10:39:42 2026-07-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-06-17 C/09/700052 / FA RK 26-1783 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19848 text/html public 2026-08-03T10:39:33 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:19848 Rechtbank Den Haag , 17-06-2026 / C/09/700052 / FA RK 26-1783
Vernietiging erkenning

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-1783

Zaaknummer: C/09/700052

Datum beschikking: 17 juni 2026
Vernietiging erkenning
Beschikking op het op 20 februari 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
verzoekster / de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. R.E. Teusink in Roosendaal.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de man] ,
de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. F.J.V.H. Stoffels in Zevenbergen, gemeente Moerdijk,

en
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats] ,
de minderjarige, hierna ook: [minderjarige] ,

in rechte vertegenwoordigd door mr. A. Schellekens, advocaat in Alphen aan den Rijn,

in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;

de brief van 23 maart 2026, met voorwaardelijk zelfstandig verzoek en met bijlagen, van de bijzondere curator;

het bericht van 31 maart 2026 namens de moeder;

het bericht van 8 april 2026 namens de man;

het verweerschrift, met zelfstandig verzoek, namens de man.
Feiten
De moeder en de man hebben een affectieve relatie gehad.

Uit de moeder is [minderjarige] geboren.

De man heeft [minderjarige] op [datum] 2025 erkend.

De moeder en de man oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

De moeder, de man en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.

Bij beschikking van deze rechtbank van 2 maart 2026 is mr. A. Schellekens voornoemd benoemd tot bijzondere curator om de minderjarige op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt:

de door de man gedane erkenning van [minderjarige] te vernietigen;

de griffier op te dragen een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van

de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] , niet eerder dan drie maanden nadat de

beschikking is gegeven en indien de beschikking in kracht van gewijsde is, en de

ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] te gelasten een latere

vermelding aan de geboorteakte van het kind toe te voegen, inhoudende de vernietiging

van de erkenning;

- althans te beslissen zoals de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

De bijzondere curator verzoekt voorwaardelijk zelfstandig, voor het geval de rechtbank het verzoek van de moeder afwijst en/of de man geen zelfstandig verzoek indient, namens [minderjarige] op grond van artikel 1:205 lid 1 sub a BW om de erkenning van [minderjarige] door de man te vernietigen op de grond dat de man niet de biologische vader van [minderjarige] is.

De man verzoekt zelfstandig:

de door de man gedane erkenning van [minderjarige] te vernietigen;

de griffier op te dragen een afschrift van de te wijzen beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] , niet eerder dan drie maanden nadat de beschikking is gegeven en indien de beschikking in kracht van gewijsde is, en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] te gelasten een latere vermelding aan de geboorteakte van het kind toe te voegen, inhoudende de vernietiging van de erkenning,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Op grond van artikel 1:205 lid 1 BW kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:

door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;

door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;

door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog, of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden is bewogen toestemming tot erkenning te geven.

Op grond van het derde lid van voormeld artikel wordt in geval van bedreiging of misbruik van omstandigheden het verzoek door de erkenner of door de moeder niet later ingediend dan een jaar nadat deze invloed heeft opgehouden te werken en, in geval van bedrog of dwaling, binnen een jaar nadat de verzoeker het bedrog of de dwaling heeft ontdekt.

Verzoek van de moeder

De moeder verzoekt de door de man gedane erkenning van [minderjarige] te vernietigen. Zij stelt dat zij heeft gedwaald bij het geven van toestemming tot de erkenning, omdat zij ervan uitging dat de man de biologische vader van [minderjarige] was.

De bijzondere curator geeft aan dat de moeder in hun gesprek heeft verklaard dat zij twijfels heeft gehad over het verwekkerschap van de man, maar dat zij die twijfels heeft weggestopt. De bijzondere curator heeft op dit punt onvoldoende informatie om het verzoek van de moeder juridisch te kunnen beoordelen. Daarbij geeft de bijzondere curator aan dat als de moeder zich op het moment van de erkenning ervan bewust was dat wellicht een ander de vader was van het kind of dat zij twijfels had over de vraag wie de vader was van het kind, zij geen beroep op dwaling kan doen.

De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op de stukken neemt de rechtbank het standpunt van de bijzondere curator over dat de moeder onvoldoende heeft aangetoond dat zij ten tijde van de erkenning heeft gedwaald over de vraag of de man de biologische vader was van haar nog ongeboren kind. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat de moeder bij de bijzondere curator heeft verklaard dat zij en de man tijdelijk uit elkaar zijn geweest, dat is gebleken dat zij in die periode zwanger is geworden en dat zij twijfels heeft gehad over het verwekkerschap van de man. Het had op de weg van de moeder gelegen, als deze twijfels ten tijde van de erkenning waren weggenomen, om te onderbouwen op grond waarvan dat is gebeurd. Dat heeft de moeder niet gedaan. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder afwijzen, omdat de vermeende dwaling over het biologisch vaderschap onvoldoende is aangetoond.

Voorwaardelijk zelfstandig verzoek van de bijzondere curator

Aangezien de man een zelfstandig verzoek heeft ingediend, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het voorwaardelijk zelfstandige verzoek van de bijzondere curator.

Zelfstandig verzoek van de man

De man heeft zelfstandig verzocht om de erkenning te vernietigen, omdat hij bij de erkenning van [minderjarige] heeft gedwaald. De man geeft aan dat hij altijd in de veronderstelling is geweest dat [minderjarige] zijn biologische zoon was. Hij had geen enkele reden om daaraan te twijfelen en daarom heeft hij [minderjarige] erkend. Zes maanden na de geboorte van [minderjarige] heeft de moeder hem verteld dat hij niet de biologische vader van [minderjarige] is, naar aanleiding van een uitslag van een DNA-test.

De bijzondere curator adviseert om het verzoek van de man toe te wijzen.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat de moeder en de man ongeveer acht jaar een affectieve relatie hebben gehad. Toen zij in die periode tijdelijk uit elkaar waren, heeft de moeder intiem contact met [naam] gehad. Nadat de moeder en de man zich weer hadden verzoend en intiem waren geweest bleek de moeder zwanger te zijn. De moeder had twijfels over wie de verwekker was, maar stopte die twijfels weg en ging ervan uit dat de man de verwekker was. Drie maanden na de geboorte van [minderjarige] heeft de moeder op aanraden van haar zus een DNA-test laten doen met [naam] . Uit de DNA-test is gebleken dat [naam] de biologische vader van [minderjarige] is. Daarmee is komen vast te staan dat de man niet de biologische vader van [minderjarige] is. De gronden waarop de man zijn verzoek steunt worden door de moeder en de bijzondere curator niet weersproken. De rechtbank zal daarom het verzoek van de man toewijzen.

De rechtbank zal ook conform het verzoek de griffier de opdracht geven om een afschrift van deze beschikking te sturen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] . De rechtbank zal de ambtenaar niet gelasten een latere vermelding aan de geboorteakte van [minderjarige] toe te voegen, inhoudende de vernietiging van de erkenning, nu de ambtenaar daartoe ambtshalve over zal gaan. De rechtbank wijst daarom het verzoek in zoverre af.

Bijzondere curator

Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Uitvoerbaarverklaring bij voorraad

De aard van de zaak verzet zich tegen het bij voorraad uitvoerbaar verklaren van deze beschikking, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.

Proceskosten

In het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten als na te melden te compenseren.
Beslissing
De rechtbank:

*

vernietigt de erkenning, gedaan op [datum] 2025 bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] , door:

- [de man] , geboren op [geboortedatum 2] 1998 in [geboorteplaats] ;

van de minderjarige:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats] ;

geboren uit:

- [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 2002 in [geboorteplaats] ;

*

beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 juni 2026.

Artikel delen