Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:19911

Echtscheiding met nevenvoorzieningen tevens voorlopige voorziening.

Rechtbank Den Haag 3 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:19911 text/xml public 2026-08-03T13:02:12 2026-07-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-06-18 C/09/690616 / FA RK 25-6430 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19911 text/html public 2026-08-03T13:01:45 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:19911 Rechtbank Den Haag , 18-06-2026 / C/09/690616 / FA RK 25-6430
Echtscheiding met nevenvoorzieningen tevens voorlopige voorziening.

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-6430 en FA RK 26-3725

Zaaknummer: C/09/690616 en C/09/703327

Datum beschikking: 18 juni 2026
Scheiding met nevenvoorzieningen en voorlopige voorziening
Beschikking op de op 21 augustus 2025 ingekomen verzoeken van:
[de vrouw] ,
de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N.D. Groenewoud te Nieuw-Vennep.
Procedure
Inzake FA RK 25-6430 C/09/690616

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

het verzoekschrift van 21 augustus 2025, met bijlage;

het bericht van 27 augustus 2026, met bijlage, van de zijde van de vrouw;

het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift van 27 september 2025, met bijlage;

het verweer op de zelfstandig verzoeken tevens aanvullend verzoekschrift van 19 december 2025, met bijlagen;

het verweer op de aanvullende verzoeken van 16 januari 2026;

het F9 formulier van 26 januari 2026 van de zijde van de vrouw;

het gewijzigd zelfstandig verzoek van 25 maart 2026.

Inzake FA RK 26-3725 C/09/703327

De rechtbank heeft aanvullend kennisgenomen van:

het verzoekschrift van 25 maart 2026;

het verweerschrift van 1 juni 2026.

Op 4 juni 2026 zijn de zaken FA RK 25-6430 C/09/690616 en FA RK 26-3725 C/09/703327 op de zitting van deze rechtbank behandeld, gecombineerd met de behandeling van het verzoek bekend onder zaak- en rekestnummer FA RK 26-4534 C/09/704692.

Hierbij zijn verschenen:

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.

de man, bijgestaan door zijn advocaat.

Van de zijde van de man zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

Partijen zijn gehuwd op [dag] 2025 te [plaats] .

De man en de vrouw zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2026 te [geboorteplaats 1] .

De man en de vrouw oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] uit.

[minderjarige 1] verblijft bij de vrouw.

De man is ook de ouder van de volgende minderjarige kinderen:

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats 2] ,

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats 1] .
Verzoek en verweer
Inzake FA RK 25-6430 C/09/690616 en FA RK 26-3725 C/09/703327

De vrouw verzoekt de rechtbank – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – de echtscheiding uit te spreken. De vrouw verzoekt aanvullend:

de echtscheiding bij vervroeging uit te spreken en af te splitsen van de behandeling van de nevenverzoeken;

een door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding vast te stellen met ingang van de geboortedatum van het kind.

De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Bovendien heeft de man na wijziging verzocht:

te bepalen dat het echtscheidingsverzoek wordt aangehouden met de oplegging van de verplichting aan de ouders om een ouderschapsplan op te stellen (waarna de man eveneens verzoekt om toewijzing van het verzoek tot echtscheiding);

een voorlopige zorgregeling als volgt vast te stellen tussen de man en de minderjarige die wordt opgebouwd van:

a. 0-16 weken: één keer per week 1 uur, op een neutrale openbare locatie;

b. 16-24 weken: twee keer per week 1 uur, op een neutrale openbare locatie;

c. vanaf 6 maanden: uitbreiding naar één overnachting per week, gevolgd door geleidelijke uitbreiding richting een reguliere co-ouderschapsregeling,

en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Echtscheiding

Ontvankelijkheid

Door de vrouw is geen ouderschapsplan overgelegd overeenkomstig artikel 815 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Nu het ouderschapsplan in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding heeft de rechtbank de bevoegdheid het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, zesde lid, Rv).

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende vast komen te staan dat het voor partijen gedurende de procedure redelijkerwijs niet mogelijk is gebleken om een door hen beiden akkoord bevonden en ondertekend ouderschapsplan aan de rechtbank over te leggen. De rechtbank zal daarom voorbijgaan aan deze processuele eis uit artikel 815 tweede lid Rv. De rechtbank neemt hierbij mede in aanmerking dat partijen zullen gaan deelnemen aan een ouderschapsbemiddelingstraject waarover hierna meer.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.

Zorgregeling

De man heeft zowel in de bodemprocedure als in de voorlopige voorzieningen procedure verzocht om een opbouwende zorgregeling tussen hem en [minderjarige 1] vast te stellen. Het is volgens de man van belang dat er na de geboorte direct en regelmatig contact is tussen de man en [minderjarige 1] . De man wenst dat de zorgregeling met [minderjarige 1] uiteindelijk gelijk loopt met de zorgregeling van zijn andere twee kinderen zodat de kinderen onderling contact met elkaar kunnen hebben.

De vrouw begrijpt dat de man contact wil met [minderjarige 1] en acht het contact ook in het belang van [minderjarige 1] , maar kan zich niet verenigen met het verzoek van de man. Het contact moet volgens de vrouw veilig en verantwoord zijn. Volgens de vrouw is de man verslaafd aan alcohol en drugs en is de man verbaal agressief en meester in het chanteren en situaties naar zijn hand zetten. De vrouw linkt het gedrag van de man aan het middelen gebruik. Na de relatiebreuk heeft de man de vrouw en haar familie lastiggevallen. Hiervan zijn meldingen gedaan bij de politie. De situatie heeft geresulteerd in stress en angstklachten tijdens de zwangerschap. De vrouw volgt nu ook trauma therapie bij het LUBEC. Omdat de vrouw achter veilige contacten staat heeft zij voorgesteld om de contactmomenten via BOR te laten verlopen. Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij hulp krijgt van Stevig Ouderschap. Via Stevig Ouderschap heeft zij contact gekregen met [naam] van Voor ieder 1, die heeft aangeboden dat zij als begeleider bij de omgang kan zijn. Dat is door de man geweigerd, aldus de vrouw.

De man betwist al hetgeen de vrouw aangeeft over hem met betrekking tot zijn gedrag en middelengebruik. Volgens de man is het allemaal niet waar.

De rechtbank overweegt dat door de vrouw ernstige zorgen over de man zijn geuit, maar dat deze zorgen zijn met stukken zijn onderbouwd. De vrouw heeft op de zitting erkend dat de man ook de zorg heeft voor zijn twee andere kinderen. Dat deze zorgregeling volgens de vrouw niet strikt wordt nagekomen betekent niet dat het contact tussen vader en zijn andere kinderen niet veilig verloopt. De rechtbank kan dan ook niet vaststellen dat de zorgen die de vrouw heeft terecht zijn.

Wel is duidelijk dat [minderjarige 1] geboren is in een situatie waarin zijn ouders al waren gescheiden en nu leeft in een situatie waarin de ouders alleen al over de feiten heel verschillend denken. Bovendien heeft [minderjarige 1] sinds zijn geboorte nog geen contact gehad met zijn vader. Dat op zich is een moeizame start van het leven voor [minderjarige 1] . De rechtbank acht het enerzijds van belang dat de nog erg jonge [minderjarige 1] snel regelmatig contact krijgt met de man en aan de andere kant is het belangrijk dat het contact zorgvuldig wordt opgebouwd zodat partijen het vertrouwen in elkaar kunnen opbouwen en wordt voorkomen dat [minderjarige 1] langdurig last zal ondervinden van de strijd tussen de ouders. Om die reden vindt de rechtbank het van groot belang dat de eerste paar ontmoetingen tussen de man en [minderjarige 1] zonder strijd tussen de ouders en ook zonder stress verlopen. De rechtbank ziet, net als de Raad, geen aanleiding voor langdurig begeleide omgang. Voor de opbouw van vertrouwen tussen de man en de vouw dient evenwel een onafhankelijke derde persoon aanwezig te zijn bij (ten minste) de eerste overdrachten tussen de man en de vrouw.

De vrouw heeft op de zitting aangegeven dat zij hulp krijgt van Stevig Ouderschap en Voor ieder 1 en dat vanuit die hulpverlening het aanbod is gedaan om bij de omgangsmomenten tussen de man en [minderjarige 1] aanwezig te zijn. Op de zitting heeft de moeder ook telefonisch contact gelegd met ambulante Jeugdhulp die mogelijk een rol zou kunnen spelen. De rechtbank verwacht van de vrouw dat zij er alles aan doet om ervoor te zorgen dat de eerste een professionele derde de eerste contactmomenten aanwezig kan zijn bij (ten minste) de overdracht om de ouders te begeleiden. De man dient daartoe de medewerking te verlenen die nodig is. De rechtbank gaat ervan uit dit binnen één maand iemand te realiseren is nu er al hulpverlening bij de moeder betrokken is en het aanbod ook eerder is gedaan.

De rechtbank zal aldus in het belang van [minderjarige 1] de volgende voorlopige opbouwende zorgregeling vastleggen:

het eerste contactmoment zal plaatsvinden in week 30 en plaatsvinden op een door de vrouw aan te wijzen neutrale locatie voor de duur van één uur. De overdracht zal worden begeleid door een onafhankelijke derde persoon. De moeder en de begeleider mogen bij de omgang aanwezig zijn;

de tweede, derde en vierde contactmomenten zullen om de twee weken plaatsvinden in week 32, 34 en 36 op een door de vrouw aan te wijzen neutrale locatie voor de duur van één uur. De overdracht zal worden begeleid door een onafhankelijke derde persoon. De moeder en de begeleider mogen bij de omgang aanwezig zijn;

vervolgens vinden de volgende acht contactmomenten (startend in week 37) elke week op een weekenddag plaats voor de duur van twee uur op een door de vrouw aan te wijzen neutrale locatie. De omgang tussen de man en [minderjarige 1] zal plaatsvinden in afwezigheid van de vrouw;

vervolgens vinden de volgende acht contactmomenten (startend in week 45) elke week op een weekenddag plaats voor de duur van vier uur op een door de vrouw aan te wijzen neutrale locatie. De omgang tussen de man en [minderjarige 1] zal plaatsvinden in afwezigheid van de vrouw;

daarna vinden de contactmomenten (startend in week 53) elke week op een weekenddag plaats voor de duur van 8 uur. De omgang tussen de man en [minderjarige 1] zal plaatsvinden in afwezigheid van de vrouw. De vrouw brengt [minderjarige 1] naar de man en de man brengt [minderjarige 1] weer naar de vrouw.

De dagen en tijdstippen waarop de contactmomenten dienen partijen in onderling overleg met de begeleider af te stemmen. Indien de begeleiding alleen doordeweeks beschikbaar is verwacht de rechtbank van de man hij met zijn werkgever regelt dat hij beschikbaar is. Wanneer de overdracht vervolgens rechtstreeks tussen partijen zal plaatsvinden, spreken de ouders in onderling overleg af op welk weekenddag [minderjarige 1] omgang heeft met de man.

De rechtbank acht het vanzelfsprekend dat er geen alcohol of drugs zal worden gebruikt tijdens de contactmomenten.

Hulpverleningstraject

Partijen zijn samen de ouders van [minderjarige 1] en zullen samen aan het ouderschap vorm moeten geven. Beide ouders hebben daarom op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams [regio] voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams [regio] .

De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat – zoals op de zitting met de ouders is besproken – zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding bestaat. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen. Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.

De Raad wordt in geval van onderzoek in ieder geval verzocht om onderzoek te doen naar de volgende vragen:

Is vaststelling van een zorgregeling met de vader in het belang van [minderjarige 1] ? Zo ja, hoe dient de zorgregeling met de vader er qua aard, duur en frequentie uit te zien?

Zijn er zorgen over de veiligheid van [minderjarige 1] bij de vader?

De rechtbank zal in de voorlopige zorgregeling in de bodemprocedure uitspreken en de verzoeken tot vaststelling van een definitieve zorgregeling pro forma aanhouden tot 1 maart 2026 in afwachting van het te doorlopen traject. Het verzoek in de voorlopige voorziening wordt bij gebrek aan belang afgewezen

Kinderalimentatie

Het verzoek om kinderalimentatie is nog niet geconcretiseerd en niet op de zitting behandeld. De rechtbank stelt de vrouw in de gelegenheid zich binnen twee weken na heden uit te laten over de vraag of zij dit verzoek handhaaft en het zo nodig te concretiseren. De rechtbank is voornemens dit verzoek vervolgens schriftelijk af te handelen. Eventuele bezwaren tegen schriftelijke afdoening kunnen partijen eveneens binnen twee weken na heden kenbaar maken.
Beslissing
De rechtbank:

in de procedure met zaaknummer C/09/690616

*

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [dag] 2025 te [plaats] ;

*

bepaalt ten aanzien van de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2026 te [geboorteplaats 1] , de volgende voorlopige zorgregeling:

het eerste contactmoment zal plaatsvinden in week 30 en plaatsvinden op een door de vrouw aan te wijzen neutrale locatie voor de duur van één uur. De overdracht zal worden begeleid door een onafhankelijke derde persoon. De moeder en de begeleider mogen bij de omgang aanwezig zijn;

de tweede, derde en vierde contactmomenten zullen om de twee weken plaatsvinden in week 32, 34 en 36 op een door de vrouw aan te wijzen neutrale locatie voor de duur van één uur. De overdracht zal worden begeleid door een onafhankelijke derde persoon. De moeder en de begeleider mogen bij de omgang aanwezig zijn;

vervolgens vinden de volgende acht contactmomenten (startend in week 37) elke week op een weekenddag plaats voor de duur van twee uur op een door de vrouw aan te wijzen neutrale locatie. De omgang tussen de man en [minderjarige 1] zal plaatsvinden in afwezigheid van de vrouw;

vervolgens vinden de volgende acht contactmomenten (startend in week 45) elke week op een weekenddag plaats voor de duur van vier uur op een door de vrouw aan te wijzen neutrale locatie. De omgang tussen de man en [minderjarige 1] zal plaatsvinden in afwezigheid van de vrouw;

daarna vinden de contactmomenten (startend in week 53) elke week op een weekenddag plaats voor de duur van 8 uur. De omgang tussen de man en [minderjarige 1] zal plaatsvinden in afwezigheid van de vrouw. De vrouw brengt [minderjarige 1] naar de man en de man brengt [minderjarige 1] weer naar de vrouw;

*

stelt vast dat de ouders, te weten:

[de man] ,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

en

[de vrouw] ,

wonende te [adres 1]

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams [regio] voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:

Jeugdteams [regio] , [adres 2] ;

en de Raad voor de Kinderbescherming

bepaalt dat de ouders de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren over het verloop van voornoemd traject;

bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders;

bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van deze beschikking, de rapportage en de relevante processtukken die na deze beschikking zijn ingekomen aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject na ontvangst van de brief van de rechtbank met de hiervoor genoemde stukken te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;

*

verklaart deze beslissing, met uitzondering van de echtscheiding, tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot 1 maart 2027 pro forma;

*

stelt de vrouw in de gelegenheid zich uiterlijk op 2 juli 2026 uit te laten over de vraag of zij het alimentatieverzoek handhaaft en het zo nodig te concretiseren en stelt partijen in de gelegenheid uiterlijk op die datum eventuele bezwaren tegen schriftelijke afdoening van de kinderalimentatie kenbaar maken.

*

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de kinderalimentatie aan tot 2 juli 2026 pro forma;

*

wijst af het meer of anders verzochte;

in de procedure met zaaknummer C/09/703327

*

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 18 juni 2026.

Artikel delen