ECLI:NL:RBDHA:2026:20241text/xmlpublic2026-08-04T13:55:042026-07-21Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-07-09C/09/707934UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLDen HaagCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20241text/htmlpublic2026-08-04T13:54:492026-08-04Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:20241 Rechtbank Den Haag , 09-07-2026 / C/09/707934 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/707934 / FA RK 26-6493
Datum beschikking: 9 juli 2026 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] , hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. J.C. Herweijer te Rijswijk. ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 25 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 24 juni 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 19 juni 2026;
- een zorgplan van 11 juni 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 24 juni 2026;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 2 juni 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, en een tolk Tigrigna via telefonische verbinding;
- de arts, [naam 2] . Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting Betrokkene heeft verklaard dat het redelijk goed met hem gaat. Hij merkt nog geen verbetering door zijn ECT-behandeling. Het klopt dat betrokkene last heeft van stressklachten, maar daarvoor is het niet nodig om zes maanden in de accommodatie te blijven. Betrokkene wil graag weg uit de accommodatie.
De advocaat heeft naar voren gebracht dat hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank. Betrokkene geeft aan de accommodatie te willen verlaten, wat maakt dat er geen basis is voor vrijwilligheid. De advocaat ziet echter geen alternatief voor betrokkene op dit moment. De artsen hebben een psychische stoornis vastgesteld en er is sprake van ernstig nadeel wanneer betrokkene nu naar huis zou gaan zonder behandeling. Het is wel van belang dat na maximaal twaalf ECT-behandelingen een grondige evaluatie plaatsvindt over de werkzaamheid van de behandelingen en dat hier niet oneindig mee wordt doorgegaan wanneer de behandelingen niet effectief blijken te zijn. De arts heeft verklaard dat betrokkene in april 2026 is opgenomen en dat een depressie bij hem is vastgesteld. Betrokkene was neerslachtig en somber en liet weinig los over wat er in hem omging. Er is geprobeerd betrokkene te behandelen met een antipsychoticum, maar toen betrokkene hier weinig verbetering door merkte, wilde hij hiermee stoppen. Betrokkene heeft hierna ingestemd met ECT-behandelingen. Deze zijn nu twee weken bezig en hij krijgt twee keer per week een behandeling.
Er wordt enige verbetering gezien. Betrokkene is sinds de behandeling opener geworden in het contact, maar hij is nog wel beperkt in het vertellen wat er in hem omgaat. Er wordt een verbetering gezien in de depressieve symptomen en betrokkene slaapt beter.
Betrokkene toont zelf echter enige ambivalentie tegenover de ECT-behandeling. Hij wil maximaal acht behandelingen, maar het aantal kan nog niet worden bepaald omdat dit afhankelijk is van het bereikte effect. Betrokkene wil graag naar huis maar dit is nog niet mogelijk voordat de ECT-behandeling is afgerond. Op dit moment is met betrokkene afgesproken dat er tien ECT-behandelingen ingezet zullen worden. Er zal al een evaluatiemoment na de achtste behandeling plaatsvinden. Betrokkene heeft verder kennisgemaakt met een ambulant behandelaar voor het moment dat hij weer naar huis zou kunnen. Beoordeling Op 4 juni 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 25 juni 2026. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een depressieve stoornis. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
-maatschappelijke teloorgang. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat betrokkene voorafgaand
aan de opname een ernstige suïcidepoging heeft ondernemen door het innemen van chloor. Bij opname bleek er sprake van langer bestaande psychosociale klachten, waaruit uiteindelijk een vitale depressie is voortgekomen. Omdat medicamenteuze behandeling in de vorm van antipsychoticum onvoldoende effectief was, is met toestemming van betrokkene gestart met ECT-behandelingen. Gezien wordt dat deze een voorzichtig positief effect hebben, al laat betrokkene nog steeds weinig los over wat er in hem ingaat. Het is voor betrokkene noodzakelijk dat de behandeling wordt voortgezet. Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is ambivalent ten opzichte van de ECT-behandeling en wil de accommodatie nu al weer verlaten. Dit is nog te vroeg. Ook laat hij onvoldoende openheid zien, hetgeen behandeling bemoeilijkt. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, met uitzondering van het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie. Gelet op de toelichting ter zitting ziet de rechtbank geen aanleiding om de verzochte vorm van verplichte zorg met betrekking tot het beperken van communicatiemiddelen toe te wijzen. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend. Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, met uitzondering van het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 januari 2027; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. M. van Leeuwen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juli 2026. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 juli 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.