Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:20264

Kort geding. Vordering tot nakoming franchiseovereenkomst. Vorderingen worden afgewezen. Niet is gebleken dat is voldaan aan precontractuele informatieplicht.

Rechtbank Den Haag 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:20264 text/xml public 2026-08-06T12:21:03 2026-07-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-07-07 C/09/704288 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20264 text/html public 2026-08-06T12:20:26 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:20264 Rechtbank Den Haag , 07-07-2026 / C/09/704288
Kort geding. Vordering tot nakoming franchiseovereenkomst. Vorderingen worden afgewezen. Niet is gebleken dat is voldaan aan precontractuele informatieplicht.
RECHTBANK Den Haag
Team handel - voorzieningenrechter

Zaak- / rolnummer: C/09/704288 / KG ZA 26-451

Vonnis in kort geding van 7 juli 2026

in de zaak van

COCOVARO HOLDING B.V. te Eindhoven,

eiseres,

advocaten: mr. A. El Ouath en mr. L.A.C. van Lierop,

tegen

[gedaagde] te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat: mr. S.W. Claassen.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als Cocovaro en [gedaagde] .
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verwijzingsvonnis van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 30 april 2026;- de akte van eiswijziging van 10 juni 2026 van Cocovaro;

- de op 17 juni 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door de advocaat van [gedaagde] spreekaantekeningen zijn overgelegd.
1.2.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
Cocovaro exploiteert een franchiseformule van fastfoodrestaurants die onder andere ‘loaded fries’, wraps, burgers, ‘sides’ en sauzen aanbieden onder de naam ‘Meat & Chips’. Cocovaro heeft drie franchisenemers: in Rotterdam, Eindhoven en in Den Haag.
2.2.
Cocovaro heeft de naam ‘Meat & Chips’ als merk geregistreerd bij het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie.
2.3.
In 2025 is Cocovaro in contact gekomen met [gedaagde] en haar broer: [broer van gedaagde] . [gedaagde] (als franchisenemer) en Cocovaro (als franchisegever) hebben vervolgens een franchiseovereenkomst ondertekend (hierna: de franchiseovereenkomst).
2.4.
In de franchiseovereenkomst is – kort gezegd – onder andere bepaald dat:

[gedaagde] een Meat & Chips-vestiging zal openen en exploiteren aan de [adres] ;

de franchiseovereenkomst een looptijd heeft van vijf jaar vanaf 1 juli 2025, met een proefperiode van één jaar;

[gedaagde] een eenmalige ‘instapfee’ moet betalen aan Cocovaro van € 12.000,- (hierna: de instapfee); en

het [gedaagde] niet is toegestaan om na het einde van de franchiseovereenkomst een soortgelijke onderneming te exploiteren met een soortgelijk concept als Meat & Chips.
2.5.
Na ondertekening van de franchiseovereenkomst heeft [gedaagde] aan de [adres] een fastfoodrestaurant geopend onder de naam ‘ [bedrijfsnaam] ’ (rechtsvorm: een eenmanszaak). [bedrijfsnaam] verkoopt dezelfde of vergelijkbare producten als Meat & Chips.
2.6.
[gedaagde] heeft de instapfee niet betaald.
2.7.
Op 3 november 2025 heeft (de gemachtigde van) Cocovaro per brief [gedaagde] gesommeerd om (onder andere) de instapfee te betalen en de franchiseovereenkomst (ook overigens) na te komen.
2.8.
Op 9 maart 2026 heeft (de advocaat van) [gedaagde] per e-mail aan (de gemachtigde van) Cocovaro de franchiseovereenkomst vernietigd, omdat Cocovaro volgens [gedaagde] de precontractuele informatieplichten zoals bedoeld in artikel 7:913 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) niet heeft nageleefd.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
Cocovaro vordert (na wijziging van eis) dat de voorzieningenrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] gebiedt de Franchiseovereenkomst na te komen tot 1 juli 2026;

II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan Cocovaro van de instapfee van € 12.000,-, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag;

III. [gedaagde] verbiedt om na verloop van 48 uur na betekening van het vonnis gerechten, producten of diensten aan te bieden onder de naam [bedrijfsnaam] , althans onder enige andere naam dan Meat & Chips, met gebruikmaking van de aanduiding "Meat and Chips", "Meat and" of daarmee overeenstemmende aanduidingen, voor zover daardoor wordt aangehaakt bij het Meat & Chips-concept of verwarring kan ontstaan over een commerciële band met Meat & Chips;

IV. [gedaagde] gebiedt om binnen 48 uur na betekening van het vonnis ieder gebruik buiten de Meat & Chips-formule om, waaronder onder de naam [bedrijfsnaam] , te staken en gestaakt te houden van menucategorieën die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de menucategorieën van Meat & Chips, waaronder in ieder geval begrepen "Meat and Burgers", "Meat and Burgers Menu's", "Meat and Sides", "Meat and Sides Menu's", "Meat and Kids", "Meat and Sauce" en "Meat and Drinks", althans daarmee overeenstemmende categorieën;

V. [gedaagde] gebiedt om binnen 72 uur na betekening van het vonnis bewijs van naleving van de onder III en IV genoemde verboden aan Cocovaro te verstrekken, waaronder in ieder geval actuele screenshots van haar website, bestelplatforms, Google-profiel, socialmediakanalen en menukaarten, waaruit blijkt dat de verboden aanduidingen, categorieën, producten, beschrijvingen, afbeeldingen en presentaties zijn verwijderd;

VI. [gedaagde] gebiedt om binnen 72 uur na betekening van het vonnis op het Google- bedrijfsprofiel van [bedrijfsnaam] , op haar website [website] en op haar social media-accounts, gedurende één maand duidelijk zichtbaar de volgende rectificatie te plaatsen, zonder nader commentaar:

"MEDEDELING

[bedrijfsnaam] is niet verbonden aan Meat & Chips en maakt geen deel uit van de Meat &

Chips-formule.

Bij vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag is [bedrijfsnaam] verboden gebruik te maken van aanduidingen, menucategorieën, productnamen, productbeschrijvingen, productpresentaties en knowhow die aan het Meat & Chips-concept zijn ontleend. Deze zijn vanaf heden dan ook gewijzigd."

VII. Een dwangsom toe te kennen voor het bedrag van € 500,00 euro, met een maximum van € 100.000,00, voor iedere dag dat [gedaagde] nalaat aan het onder III t/m VI gevorderde te voldoen; en

VIII. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, inclusief de nakosten.
3.2.
Cocovaro legt aan haar vorderingen samengevat het volgende ten grondslag. Cocovaro heeft met [gedaagde] afgesproken dat zij als franchisenemer een fastfoodrestaurant zal openen en exploiteren volgens de Meat & Chips-formule. Cocovaro heeft een pand aangedragen dat [gedaagde] kon huren van een derde partij. [gedaagde] heeft de overeengekomen instapfee niet betaald. Vervolgens heeft [gedaagde] in het betreffende pand geen Meat & Chips-vestiging geopend, maar heeft zij – samen met haar broer [broer van gedaagde] – daar een ander fastfoodrestaurant geopend onder de naam ‘ [bedrijfsnaam] ’. [bedrijfsnaam] biedt dezelfde gerechten aan als de Meat & Chips restaurants en gebruikt dezelfde namen voor die gerechten op haar (online) menukaart. De daarvoor benodigde kennis en knowhow hebben de heer en [gedaagde] verkregen door het aangaan van de franchiseovereenkomst en het volgen van een training bij Meat & Chips. [gedaagde] heeft de Meat & Chips-formule volgens Cocovaro gekopieerd onder een andere naam buiten het franchiseconcept van Meat & Chips om. Dat is in strijd met de franchiseovereenkomst en onrechtmatig.
3.3.
[gedaagde] betoogt dat de vorderingen moeten worden afgewezen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling
Inleiding
4.1.
Voor toewijzing van een vordering in kort geding is vereist dat het voldoende aannemelijk is dat de vordering in een gewone procedure (een bodemprocedure) wordt toegewezen. De beoordeling in dit kort geding is een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter ook de belangen van partijen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten c.q. bewijslevering door middel van (bijvoorbeeld) getuigen is in kort geding geen plaats.
4.2.
Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding – waar in dit geval deels sprake van is – is terughoudendheid geboden. De voorzieningenrechter moet niet alleen onderzoeken of het bestaan van een vordering van Cocovaro op [gedaagde] voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de te maken belangenafweging moet de voorzieningenrechter ook het eventuele restitutierisico betrekken, mocht de rechter in de bodemprocedure anders beslissen.

Spoedeisend belang
4.3.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt het spoedeisend belang uit de aard van de vorderingen tot nakoming van de franchiseovereenkomst en de vorderingen tot – kort gezegd – staking van het gebruik van de Meat & Chips-formule. Cocovaro stelt namelijk dat zij schade lijdt voor iedere dag dat [bedrijfsnaam] gebruik maakt van de Meat & Chips-formule en [gedaagde] de franchiseovereenkomst niet nakomt.
4.4.
Dat is anders voor de vordering tot betaling van de instapfee. Cocovaro heeft niet onderbouwd dat zij bij voldoening daarvan een spoedeisend belang heeft. Zij voert aan dat zij wordt benadeeld in haar exploitatie en dat de franchiseformule wordt uitgehold, maar dat verklaart niet waarom voor betaling van de instapfee een eventuele bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Om die reden wordt de vordering tot betaling van de instapfee afgewezen. Overigens zou de vordering tot betaling van de instapfee op inhoudelijke gronden worden afgewezen, zoals hierna nog wordt toegelicht.

Vordering tot nakoming franchiseovereenkomst wordt afgewezen
4.5.
Cocovaro vordert als eerste nakoming van de franchiseovereenkomst.
4.6.
[gedaagde] stelt echter dat zij de franchiseovereenkomst op 9 maart 2026 heeft vernietigd. Volgens [gedaagde] kon zij de franchiseovereenkomst vernietigen, omdat Cocovaro voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst niet de door de wet voorgeschreven informatie heeft verstrekt.
4.7.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat het beroep van [gedaagde] op vernietiging van de franchiseovereenkomst zal slagen. De voorzieningenrechter licht dat hierna toe.
4.8.
Op grond van artikel 7:913 BW moet een franchisegever aan de beoogd franchisenemer vóór het sluiten van de franchiseovereenkomst bepaalde, in de wet gespecificeerde, informatie verstrekken. Het gaat onder andere om het ontwerp van de franchiseovereenkomst inclusief bijlagen, informatie over de door de franchisenemer te betalen vergoedingen en financiële gegevens met betrekking tot de beoogde locatie van de franchiseonderneming of bij gebreke daaraan financiële gegevens van een of meer door de franchisegever vergelijkbaar geachte ondernemingen. Deze precontractuele informatieplicht wordt op grond van artikel 7:914 BW gevolgd door een bedenktijd van vier weken (de ‘standstill-periode’) voordat de franchiseovereenkomst wordt (kan worden) gesloten. De bedoeling van deze regeling is om de franchisenemer een verantwoorde beslissing te kunnen laten nemen over het aangaan van de franchiseovereenkomst. Deze regeling beschermt dus de belangen van de franchisenemer. Als de franchisegever niet voldoet aan deze informatieplicht, geeft dat de franchisenemer de bevoegdheid tot vernietiging van de franchiseovereenkomst.
4.9.
[gedaagde] stelt dat zij niet (tijdig) de door de wet voorgeschreven informatie heeft ontvangen. Zij voert aan dat een deel van de bijlagen bij de franchiseovereenkomst niet is verstrekt en dat onder andere geen informatie is verstrekt over de door [gedaagde] te betalen vergoedingen, de vorm en frequentie van het overleg tussen partijen en de financiële gegevens met betrekking tot de beoogde locatie. Daarnaast is volgens [gedaagde] ook de ‘standstill-periode’ niet in acht genomen nadat zij het concept van de franchiseovereenkomst heeft ontvangen.
4.10.
Cocovaro betoogt dat [gedaagde] de betreffende informatie wel heeft ontvangen, omdat zij de franchiseovereenkomst heeft ondertekend en het niet geloofwaardig is dat zij toen niet beschikte over de bijlagen daarbij. Cocovaro voert aan dat [gedaagde] de informatie uit de bijlagen bij de franchiseovereenkomst gebruikt bij de exploitatie van [bedrijfsnaam] , zoals de menu-opbouw en de bereidingswijze van de gerechten. Daar volgt volgens Cocovaro uit dat [gedaagde] de betreffende informatie heeft ontvangen.
4.11.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet blijkt dat Cocovaro aan haar precontractuele informatieplicht heeft voldaan en dat ook niet blijkt dat vervolgens de ‘standstill-periode’ in acht is genomen. Cocovaro heeft bijvoorbeeld geen e-mails overgelegd waaruit blijkt dat de stukken tijdig zijn opgestuurd. Uit de enkele ondertekening van de franchiseovereenkomst blijkt niet dat [gedaagde] beschikte over de bijlagen daarbij, laat staan dat de bijlagen vier weken voorafgaand aan ondertekening ter beschikking zijn gesteld. Bovendien heeft Cocovaro niet gereageerd op het (door [gedaagde] gestelde) ontbreken van de overige informatie, zoals de financiële informatie. Uit het dossier en uit de toelichting tijdens de mondelinge behandeling blijkt helemaal niet dat Cocovaro (schriftelijk) informatie heeft verstrekt (vier weken) voorafgaand aan ondertekening van de franchiseovereenkomst.
4.12.
Cocovaro vindt dat het beroep van [gedaagde] op vernietiging van de franchiseovereenkomst in strijd is met de redelijkheid en billijkheid en daarom niet kan slagen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat niet het geval. De precontractuele informatieplicht dient ter bescherming van de franchisenemer. Voor het ontnemen van die bescherming geldt een hoge drempel: het beroep op de wettelijke bescherming moet ‘onaanvaardbaar’ zijn. Geen van de omstandigheden die zijn gesteld en gebleken rechtvaardigt het oordeel dat de vernietiging door [gedaagde] onaanvaardbaar is. De omstandigheid dat [gedaagde] , al of niet samen met [broer van gedaagde] , een fastfoodrestaurant is begonnen waarvan de formule vergelijkbaar is met die van Meat & Chips is daarvoor in ieder geval onvoldoende. Zelfs als ervan wordt uitgegaan dat [broer van gedaagde] een (driedaagse) opleiding zou hebben genoten bij Meat & Chips en daar enige tijd werkzaam is geweest, is dat onvoldoende om het beroep op vernietigbaarheid te blokkeren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is, concluderend, niet aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat een beroep op vernietiging buiten toepassing moet worden gelaten. Het gevolg daarvan is dat Cocovaro in deze procedure geen beroep kan doen op de franchiseovereenkomst en haar vordering tot nakoming daarvan (en tot betaling van de instapfee) niet slaagt.

Vorderingen tot staken van activiteiten en aanpassen menu worden afgewezen
4.13.
Cocovaro vordert daarnaast kort gezegd een verbod voor [gedaagde] om (i) producten te verkopen met gebruikmaking van de aanduiding “Meat and Chips” of iets dat daar op lijkt voor zover verwarring kan ontstaan met Meat & Chips, en om (ii) menucategorieën te gebruiken die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de menucategorieën van Meat & Chips.
4.14.
Zoals hiervoor overwogen kan Cocovaro daarbij geen beroep doen op de franchiseovereenkomst en bijvoorbeeld het daarin opgenomen non-concurrentiebeding, omdat het aannemelijk is dat de franchiseovereenkomst is vernietigd. Ook als Cocovaro echter geen beroep kan doen op de franchiseovereenkomst, kan het onrechtmatig zijn als [gedaagde] de franchiseformule van Meat & Chips kopieert. [gedaagde] mag ook geen inbreuk maken op het intellectuele eigendom van Cocovaro. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daar echter geen sprake van. De vorderingen tot het staken van activiteiten of het aanpassen van het menu slagen dus niet. Dat wordt hierna toegelicht.
4.15.
Cocovaro stelt dat [gedaagde] onder de naam [bedrijfsnaam] het concept van Meat & Chips kopieert, en wijst onder andere op het volgende:

[bedrijfsnaam] gebruikt dezelfde menu-opbouw en productbenamingen, namelijk de combinatie van ‘loaded fries’, wraps, burgers, ‘sides’, sauzen, kindermenu’s en dranken in samenhang met de wijze waarop deze categorieën en producten worden aangeduid met ‘Meat & …’

Op het menu van [bedrijfsnaam] wordt ook de naam Meat & Chips gebruikt.

De gerechten worden op dezelfde wijze gepresenteerd, met friet in dezelfde soort bakjes en op (daarvoor geschikt) krantenpapier.

[bedrijfsnaam] gebruikt dezelfde recepten, die geheim zijn en Cocovaro zelf heeft ontwikkeld.

De hiervoor bedoelde kennis en knowhow heeft [gedaagde] – of [broer van gedaagde] – verkregen als gevolg van het aangaan van de franchiseovereenkomst en het volgen van een training bij andere Meat & Chips vestigingen.
4.16.
Partijen zijn het met elkaar eens dat [bedrijfsnaam] (min of meer) dezelfde producten aanbiedt als Meat & Chips. De voorzieningenrechter ziet echter geen aanleiding om dat op vordering van Cocovaro te verbieden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet aannemelijk geworden dat [gedaagde] onrechtmatig of in strijd met het intellectuele eigendom van Cocovaro ‘aanhaakt’ bij de Meat & Chips-formule.
4.17.
De omstandigheid dat [gedaagde] en/of [broer van gedaagde] de benodigde kennis en knowhow om deze gerechten te maken mogelijk hebben opgedaan bij Meat & Chips, maakt dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet anders. Het gaat om generieke producten als friet en ‘loaded fries’. In beginsel staat het [gedaagde] vrij om dergelijke producten (met dergelijke aanduidingen) te verkopen, ook als daarbij (min of meer) dezelfde bereidingswijze wordt gebruikt als bij Meat & Chips. Voor deze producten zal namelijk al snel gelden dat bereidingswijzen door verschillende fastfoodrestaurants vergelijkbaar zijn. Ook de wijze van presenteren volgt, zoals [gedaagde] betoogt, uit de aard van het gerecht zelf en is niet dusdanig uniek dat daarmee inbreuk wordt gemaakt op de formule van Meat & Chips. Cocovaro stelt dat zij de recepten zelf heeft ontwikkeld, maar niet blijkt van enig intellectueel eigendomsrecht (anders dat de merknaam Meat & Chips) op grond waarvan deze recepten zijn beschermd. Overigens is ook niet duidelijk geworden dat [gedaagde] over de receptuur van Cocovaro beschikt c.q. haar producten maakt met gebruikmaking van de receptuur van Cocovaro.
4.18.
Daarbij neemt de voorzieningenrechter ook de verschillen tussen Meat & Chips en [bedrijfsnaam] in aanmerking. Van enige overeenkomst tussen de twee fastfoodrestaurants lijkt namelijk geen sprake, anders dan dat ze dezelfde soort producten aanbieden. Zo is bijvoorbeeld de inrichting van de vestigingen niet vergelijkbaar, lijken de namen van de restaurants niet op elkaar en heeft Meat & Chips geen vestiging in Zoetermeer (waar [bedrijfsnaam] is gevestigd). Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarom niet aannemelijk dat verwarring kan ontstaan tussen [bedrijfsnaam] en Meat & Chips, zoals Cocovaro stelt. Het enkele feit dat een vergelijkbaar assortiment producten wordt aangeboden, is daarvoor niet voldoende. In zoverre haakt [bedrijfsnaam] dus ook niet aan bij het concept en de bekendheid van Meat & Chips.
4.19.
De menukaart van [bedrijfsnaam] is inmiddels aangepast. De menukaart was gelijk aan de menukaart van Meat & Chips, door bij iedere menucategorie de aanduiding ‘meat and…’ te gebruiken (bijvoorbeeld: ‘meat and wraps’, ‘meat and burgers’, ‘meat and drinks’ etc.). Daarnaast waren enkele gerechten opgenomen met daarin de naam ‘meat and chips’. Uit de door [gedaagde] overgelegde menukaart zoals deze op Thuisbezorgd staat, blijkt echter dat dit inmiddels is aangepast. De advocaat van [gedaagde] heeft toegelicht dat dit is aangepast nadat de franchiseovereenkomst is vernietigd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter met partijen op de website van [bedrijfsnaam] gekeken. Op de website waren nog wel een aantal menucategorieën vermeld met de aanduiding ‘meat and…’. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt daarmee echter niet duidelijk verwezen naar de franchiseformule van Meat & Chips, en dus niet ‘aangehaakt’ bij de bekendheid van Meat & Chips waardoor verwarring kan ontstaan.
4.20.
Ten slotte wijst Cocovaro er op dat [bedrijfsnaam] is gevestigd in een huurpand dat Cocovaro heeft aangedragen, dat [gedaagde] deels bij dezelfde leveranciers bestelt en dat [gedaagde] iemand in dienst heeft genomen die eerst bij een Meat & Chips-vestiging werkte. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt – voor zover de stellingen van Cocovaro juist zijn – daar echter niet uit dat [gedaagde] de franchiseformule van Meat & Chips kopieert, of dat daardoor verwarring kan ontstaan tussen [bedrijfsnaam] en Meat & Chips. Aan deze gestelde feiten heeft Cocovaro ook geen vordering (meer) verbonden.
4.21.
Samenvattend handelt [gedaagde] naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet onrechtmatig jegens Cocovaro: zij maakt geen gebruik van de formule van Meat & Chips noch haakt zij op onrechtmatige wijze daarbij aan. De gerechten zijn weliswaar vergelijkbaar, maar van verwarring tussen de twee restaurants lijkt geen sprake. De door Cocovaro gevorderde verboden, geboden, rectificatie, dwangsommen en de vordering tot het overleggen van bewijs, worden dus afgewezen.

Proceskosten
4.22.
Cocovaro is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde] betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht



1.414,00

- salaris advocaat



760,00

- nakosten



189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



2.363,00
<nr>5</nr>De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt Cocovaro in de proceskosten van € 2.363,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Cocovaro niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.

3557

Artikel delen