Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:21620

Afwijzing mvv want eiseres heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie met referent. Beroep ongegrond.

Rechtbank Den Haag 3 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:21620 text/xml public 2026-08-03T10:20:44 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-07-24 NL25.34132 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21620 text/html public 2026-08-03T10:20:03 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:21620 Rechtbank Den Haag , 24-07-2026 / NL25.34132
Afwijzing mvv want eiseres heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie met referent. Beroep ongegrond.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.34132
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
<?linebreak?> [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen),

en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. J. Visschers).
Inleiding
1. Eiseres heeft de Surinaamse nationaliteit en is op [geboortedatum] 1983 geboren. Zij heeft op 12 februari 2024 een aanvraag gedaan voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij haar gestelde partner [referent] (referent).

2. Met het besluit van 24 juni 2024 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag afgewezen. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt.

3. Vervolgens heeft de minister met het besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit) het bezwaar ongegrond verklaard.

4. Hiertegen heeft eiseres beroep ingesteld. De minister heeft gereageerd met een verweerschrift.

5. De rechtbank heeft het beroep op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft referent met zijn gemachtigde deelgenomen, evenals de gemachtigde van de minister.
Standpunt van de minister (in essentie)
6. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor de afgifte van een mvv. Eiseres heeft niet voldoende aangetoond dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie met referent. De relatie moet op één lijn te stellen zijn met een huwelijk. De minister heeft gemotiveerd waarom de overgelegde stukken en verklaringen onvoldoende zijn om dit aan te nemen. De minister heeft onder meer overwogen dat referent heeft verklaard dat hij eiseres naar Nederland wilde laten komen, omdat hij zeker wilde zijn van haar oprechtheid. In een huwelijk zal doorgaans niet getwijfeld worden aan de oprechtheid van de partner. Daarbij valt ook op dat referent eerder al, op 27 juni 2013, een (ingewilligde) aanvraag heeft ingediend voor verblijf bij hem van een andere vrouw dan eiseres. Dit terwijl referent en eiseres in eerste instantie hebben verklaard dat zij vanaf januari 2013 een duurzame en exclusieve relatie hebben en pas in bezwaar hebben verklaard dat de aanvang 2018 zou zijn. Daarbij is referent in januari 2025 vader geworden van een kind van een andere vrouw dan eiseres. Eiseres is in januari 2024 vanuit Nederland naar Suriname uitgereisd en toen is een terugkeerbesluit opgelegd en een voornemen tot een inreisverbod. Het is opmerkelijk dat zij toen geen melding heeft gedaan van de relatie met referent. Verder zijn de stukken met verklaringen van eiseres, referent en familieleden niet afkomstig van een objectieve bron, waardoor deze een beperkte bewijswaarde hebben. De overgelegde stukken zijn volgens de minister om diverse redenen onvoldoende om een duurzame en exclusieve relatie aan te tonen.

7. De minister erkent dat eiseres in bezwaar heeft gevraagd om een hoorzitting. Er is echter niet concreet aangegeven welk belang zij daarbij heeft. Gedurende de procedure hebben eiseres en referent de mogelijkheid gekregen hun relatie toe te lichten en te onderbouwen met bewijsstukken. Zij hebben hiervan ook gebruik gemaakt, maar wat is overgelegd leidt niet tot een ander besluit.
Standpunt van eiseres (in essentie)
8. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de mvv, omdat volgens haar wel aan alle voorwaarden hiervoor wordt voldaan. Procedureel is van belang dat in de bezwaarfase een hoorzitting had moeten plaatsvinden, tenzij direct blijkt dat het bezwaar kennelijk ongegrond is maar dit is hier niet het geval.

9. Inhoudelijk is van belang dat sprake is van een lange afstandsrelatie waarbij eiseres en referent vooral telefonisch en door middel van videobellen communiceren. Ook gaat referent minstens twee keer per jaar naar Suriname om eiseres op te zoeken en stuurt hij regelmatig geld. Als bewijs zijn onder meer foto’s overgelegd die op verschillende momenten zijn genomen. In de Vreemdelingenwet wordt niet gedefinieerd hoe foto’s er uit moeten zien om als bewijs te dienen. Ook zijn bij de aanvraag en de gronden van 1 mei 2026 diverse andere documenten overgelegd als bewijs voor de duurzame en exclusieve relatie. De minister heeft al deze documenten niet deugdelijk in onderlinge samenhang beoordeeld. Helaas zijn er geen bewijsstukken meer uit 2013. Bij uitzondering gebruikten eiseres en referent toen Messenger, maar deze berichten bevatten vooral algemene informatie.
Beoordeling door de rechtbank
Moment van indienen van processtukken

10. Eiseres heeft eerst op 17 dan wel 18 mei 2026 zeventien stukken in het digitale dossier geüpload.

11. De rechtbank heeft op de zitting van 19 mei 2026, na de standpunten van partijen hierover te hebben gehoord, geoordeeld dat deze aanvullende stukken wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing worden gelaten. In de uitnodiging voor de zitting van 15 april 2026 is opgenomen dat nieuwe stukken tien dagen voor de zitting bij de rechter moeten zijn, dus zaterdag 9 mei 2026. Hierbij is gewaarschuwd dat als stukken op een later tijdstip worden ontvangen de rechtbank kan beslissen dat hiermee geen rekening wordt gehouden bij de beoordeling van de zaak. Uit het verweerschrift en de mededeling van de procesvertegenwoordiger van de minister op zitting volgt dat er telefonisch contact is geweest met de advocaat van eiseres en dat is toegezegd dat de stukken uiterlijk maandag 11 mei 2026 aan het digitale dossier zouden zijn toegevoegd. Dit is niet gebeurd. Het gaat daarbij om een groot aantal omvangrijke stukken (17 stukken van meer dan 100 pagina’s). De stukken dateren van de periode 2022 tot en met 2025. De huidige gemachtigde van eiseres is betrokken bij deze zaak sinds begin augustus 2025. Tegen deze achtergrond valt niet in te zien waarom de aanvullende stukken niet eerder ingebracht zijn. Het argument ter zitting dat de technische en praktische mogelijkheden bij het kantoor van de gemachtigde van eiseres onvoldoende zouden zijn doet hier – gelet op hetgeen hiervoor is overwogen – niet aan af. De gemachtigde van de minister heeft desgevraagd ook verklaard dat zij geen kennis heeft kunnen nemen van de inhoud van de kort voor de zitting geüploade stukken en hier gezien de omvang ook geen mogelijkheid voor zag tijdens een (korte) schorsing op zitting.

12. De rechtbank zal vanwege het voorgaande bij de beoordeling alleen ingaan op de beroepsgronden en onderbouwing hiervan die volgt uit de eerder ingediende stukken.

Mocht de minister afzien van het houden van een hoorzitting?

13. Als hoofdregel geldt dat belanghebbende de gelegenheid moet krijgen het bezwaar tijdens een hoorzitting toe te lichten. Hier kan echter vanaf geweken worden als het bezwaar kennelijk ongegrond is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak 6 juli 2022 uiteengezet wanneer eventueel van horen kan worden afgezien en wanneer juist niet. In overweging 5.2 van deze uitspraak is opgenomen dat het minder vanzelfsprekend is van een hoorzitting af te zien in de situatie dat een vreemdeling in de bezwaarfase nog niet alle relevante informatie en bewijsstukken heeft overgelegd die van hem worden verlangd, of in de situatie dat er nog onduidelijkheden zijn over het feitencomplex. Een gehoor kan dan juist uitkomst bieden om ontbrekende informatie boven tafel te krijgen, of eventueel te zoeken naar oplossingen voor gerezen problemen.

14. De rechtbank overweegt dat het bezwaar met het bestreden besluit niet kennelijk ongegrond is verklaard, maar ongegrond. Eiseres heeft gevraagd om een hoorzitting, om de bezwaargronden te kunnen toelichten. Ook heeft eiseres gezegd dat het voor haar moeilijk is de gevraagde documenten te krijgen, vanwege het wisselen van telefoons in de jaren waarover de relatie moet worden onderbouwd. De reden die de minister geeft voor het afzien van een hoorzitting, namelijk dat nagelaten is bij het bezwaar voldoende uitgebreide verklaringen of stukken in te brengen, is nu juist een reden om niet af te zien van het horen in bezwaar. Als nadere verklaringen over feiten of bepaalde stukken nodig zijn, dan kan een hoorzitting een functie hebben. In deze zaak is het feitencomplex van groot belang bij het beoordelen van de vraag of sprake is van een duurzame of exclusieve relatie. Tijdens een hoorzitting had uitleg gegeven kunnen worden over wat exact van belang is voor de besluitvorming en welke uitleg/verklaringen en/of stukken een verschil kunnen maken. Er is daarom ten onrechte afgezien van een hoorzitting. De beroepsgrond slaagt.

15. De rechtbank stelt vast dat de hoorplicht is geschonden. Dit betekent dat er in ieder geval aanleiding is de minister te veroordelen in de kosten van het griffierecht en de proceskosten. Het standpunt van eiseres en referent is echter wel in beroep toegelicht door hun gemachtigde en daarnaast ook mondeling toegelicht tijdens de zitting bij de rechtbank. In het navolgende zal de rechtbank beoordelen of aannemelijk is dat eiseres en referent hierdoor zijn benadeeld. Als dat niet het geval is dan kan het gebrek gepasseerd worden op basis van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb).

Is sprake van een duurzame en exclusieve relatie die op één lijn te stellen is met een huwelijk?

16. De minister heeft in het bestreden besluit en verweerschrift gemotiveerd waarom de door eiseres overgelegde stukken en gegeven verklaringen onvoldoende zijn om de aanvraag te onderbouwen. De rechtbank overweegt dat referent verduidelijkt dat het een lange afstandsrelatie is en dat hij twee keer per jaar naar Suriname gaat. Ter ondersteuning zijn foto’s ingebracht van verschillende situaties, waar zelf data bij zijn getypt. Het is dus niet duidelijk op welke data/periodes de foto’s exact betrekking hebben. Eiseres en referent zouden dagelijks videobellen en WhatsApp-berichten sturen, maar de overgelegde appberichten en belgeschiedenis dateren van een relatief korte periode. Er zijn wel facebookberichten over een langere periode, maar deze gaan met name over algemene zaken en niet over de aard van de relatie of een gezamenlijke toekomst. Al met al kan uit de berichten geen diepgaand en langdurig contact worden opgemaakt. De bewering dat eiseres en referent in 2024 zijn begonnen met het bouwen van een huis in Suriname wordt niet ondersteund met bewijs. De twee foto’s van een bouwplaats geven geen duidelijkheid over wat en voor wie gebouwd wordt. Ook de screenshots van enkele overboekingen ondersteunen op zichzelf niet een duurzame en exclusieve relatie. Bovendien heeft referent verklaard dat geen sprake is van een maandelijkse bijdrage, omdat eiseres zelfstandig is en een baan heeft.

17. Verder overweegt de rechtbank dat de minister omstandigheden heeft genoemd die doen twijfelen aan de daadwerkelijke duur en exclusiviteit van de relatie tussen eiseres en referent. Referent heeft tijdens de relatie met eiseres (juni 2013) opgetreden als referent om een andere vrouw dan eiseres bij hem in Nederland te laten verblijven. De aanvraag hiervoor is destijds ook ingewilligd. Eiseres kwam in juli 2014 achter deze relatie en heeft op dat moment de relatie met referent beëindigd. Het contact tussen eiseres en referent kwam pas jaren later weer op gang (december 2018). Ook is referent relatief kort geleden (januari 2025) vader geworden van een kind met een andere vrouw dan eiseres. Daarnaast duidt de verklaring van referent dat hij eiseres naar Nederland wil laten komen om zeker te zijn van haar oprechtheid en dat zij hem niet zal teleurstellen, niet op een al aanwezige duurzame en exclusieve relatie.

18. De rechtbank concludeert dat de beroepsgronden niet slagen en dat de minister alles in samenhang bezien heeft kunnen beslissen dat een duurzame en exclusieve relatie onvoldoende aannemelijk is gemaakt.
Conclusie en gevolgen
19. Het beroep is ongegrond, omdat de inhoudelijke argumenten tegen de afwijzing van de mvv op grond van het voorgaande niet slagen.

20. De rechtbank heeft gemotiveerd dat een hoorzitting had moeten plaatsvinden in de bezwaarfase (onderdeel 13 t/m 15). Eiseres en referent zijn echter niet benadeeld door dit gebrek, nu ook met de toelichting in beroep en ter zitting, en de nader overgelegde stukken, de inhoud van het bestreden besluit kan standhouden.

21. De rechtbank zal dit gebrek daarom passeren met artikel 6:22 van de Awb. De minister moet om deze reden wel het griffierecht en de proceskosten aan eiseres vergoeden. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het deelnemen aan de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

24 juli 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

De voorwaarden staan in de artikelen 3.13 tot en met 3.22a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) en in hoofdstuk B7 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).

Artikel 3.14, aanhef en onder b van het Vb.

Eiseres verwijst onder andere naar artikel 3.14, onder c, van het Vb.

Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918.

Zie de aanvullende stukken bij het bezwaarschrift ingediend op 2 december 2024, bijgevoegde verklaring van referent tweede pagina.

Artikel delen