Verzoek om een voorlopige voorziening bij beroep afgewezen.
Rechtbank Den Haag 4 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:21705
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-08-2026
Datum publicatie
04-08-2026
Zaaknummer
NL26.26553
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:21705text/xmlpublic2026-08-04T10:46:382026-08-04Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-07-30NL26.26553UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLMiddelburgBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21705text/htmlpublic2026-08-04T10:46:212026-08-04Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:21705 Rechtbank Den Haag , 30-07-2026 / NL26.26553 Verzoek om een voorlopige voorziening bij beroep afgewezen.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.26553
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder.Procesverloop In het besluit van 11 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet in behandeling genomen omdat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is. Verzoeker heeft beroep (NL26.26552) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Overwegingen 1. In de mondelinge uitspraak van 30 juli 2026 in de zaak met nummer NL26.26552 heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan op 30 juli 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.