Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:21994

HTL en art. 56. Ongegrond.

Rechtbank Den Haag 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:21994 text/xml public 2026-08-06T15:15:33 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-08-06 AWB26/8199 & NL26.28470 Uitspraak Conservatoire maatregel NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21994 text/html public 2026-08-06T15:14:29 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:21994 Rechtbank Den Haag , 06-08-2026 / AWB26/8199 & NL26.28470
HTL en art. 56. Ongegrond.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/8199 en NL26.28470
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
<?linebreak?> [naam], V-nummer: [v-nummer], eiser,
(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),

en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa,
alsmede
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. I. van Es).
Inleiding
1. Bij besluit van 22 april 2026 heeft het COa besloten om eiser op grond van artikel 10, eerste lid aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 te plaatsen in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen (hierna: het plaatsingsbesluit).
1.1.
Bij besluit van 22 april 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van beperking van de vrijheid opgelegd, zoals bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel).
1.2.
De vrijheidsbeperkende maatregel is op 20 juli 2026 opgeheven, omdat eiser het HTL-traject heeft doorlopen en de HTL-plaatsing daarmee is beëindigd.
1.3.
Eiser heeft tegen de besluiten beroep ingesteld.
1.4.
De rechtbank heeft de beroepen op 31 juli 2026 gevoegd op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiser en de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Overwegingen
Het incident

2. Eiser veroorzaakte gedurende de nacht van 17 op 18 april 2026 ernstige onrust op de COa-locatie. Hij zocht herhaaldelijk de confrontatie met mannelijke beveiligers, uitte dreigende opmerkingen en vertoonde agressief en onvoorspelbaar gedrag. Eiser moest meerdere keren door beveiligers worden begeleid en gekalmeerd.
2.1.
Eiser richtte meerdere vernielingen aan. Hij gooide een vuilniszak over het hek, gooide twee grote containers om, gooide meerdere fietsen op de grond, boog de slagboom bij de ingang zodanig om dat deze niet meer bruikbaar was, vernielde de deksel van de stortbak van het toilet, gooide een picknicktafel om, gooide stenen tegen de ramen van gebouw A, gooide een bierflesje kapot bij de slagboom in een poging deze tegen een auto te gooien en vernielde zijn mobiele telefoon door deze tegen het raam van de receptie te gooien.
2.3.
Daarnaast vertoonde eiser meerdere momenten van ernstig ontregelend gedrag. Hij sloeg en schopte tegen de deur van zijn unit, schreeuwde naar beveiligers, weigerde mee te werken aan vervoer naar een andere locatie en vertoonde zelfbeschadigend gedrag door met zijn hoofd tegen een raam en later tegen de vloer te slaan. Tijdens dit moment moest hij door beveiligers worden gefixeerd. Eiser begon vervolgens te kokhalzen, spugen, at grind en sloeg zichzelf met zijn met grind gevulde handen.
2.4.
De politie werd meerdere keren ingeschakeld vanwege de aanhoudende escalaties. Een taxi naar een andere opvanglocatie werd geregeld, maar eiser weigerde uiteindelijk mee te gaan en verliet de taxi. Vervolgens keerde eiser meerdere malen terug naar het terrein en veroorzaakte opnieuw overlast. Beveiligers zijn met eiser in gesprek gegaan. Eiser was tijdens dit gesprek afwisselend boos, huilerig en vriendelijk. Uiteindelijk werd eiser door beveiligers in de receptie gehouden totdat het COA arriveerde en het incident als beëindigd werd beschouwd.
Beoordeling door de rechtbank
3. De beroepen zijn ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank hoe zij tot dit oordeel komt.

Wat vindt eiser?

4. Eiser stelt dat uit de verslaglegging van het incident volgt dat het gedrag van eiser is te kwalificeren als dronkenmansgedrag; vervelend gedrag maar niet met een grote en/of zeer grote impact, zodat een HTL-plaatsing niet te rechtvaardigen is. Eiser heeft geen andere personen heeft aangevallen of fysiek letsel heeft toegebracht. Er is hoogstens sprake van vernieling. De bestreden beschikking spreekt van een realistisch risico op ernstige schade. Echter, een eventuele toekomstige schade die niet is opgetreden, is onvoldoende om een HTL-plaatsing te kunnen rechtvaardigen. Opgemerkt wordt ook dat uit het tijdsverloop van vier dagen tussen het incident (18 april 2026) en de oplegging van de HTL-maatregel

(22 april 2026) volgt dat de impact van de gedraging van eiser niet als groot en/of zeer groot kan worden beschouwd.
4.1.
Eiser was bovendien vijf dagen per week werkzaam in de supermarkt "Lidl" in Huizen. Door de HTL-plaatsing kon hij zijn werkzaamheden niet meer uitoefenen; zijn arbeidscontract is per 23 april 2026 ontbonden. De HTL-plaatsing is ook om deze reden een onevenredig zware bestraffing nu de HTL-plaatsing gevolgen heeft voor zijn werkzaamheden.

Wat oordeelt de rechtbank?

5. De rechtbank oordeelt dat het COa het incident terecht heeft aangemerkt als een incident met zeer grote impact. Eiser heeft beveiligers bedreigd, meerdere dingen vernield en met zowel stenen als bierflesjes gegooid. Dat eiser stelt niet doelbewust mensen te hebben willen raken kan daar niet aan afdoen. Eiser heeft met het gooien van onder andere stenen en bierflesje het risico dat dit bij anderen ernstige fysieke schade toe kan brengen genomen en geaccepteerd. Eiser had evenwel in dat risico aanleiding moeten zien om van zijn gedragingen af te zien. Nu eiser dit niet gedaan heeft, maar zich gedurende een tijdsbestek van acht nachtelijke uren ernstig heeft misdragen is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de voorwaarden om te spreken van een incident met zeer grote impact, zoals beschreven in het maatregelenbeleid. Of eiser al dan niet dronken was acht de rechtbank daarbij in het geheel niet relevant. De stellingen van eiser dat zijn gedrag slechts vervelend was en dat hij uiteindelijk niemand heeft aangevallen, doen geen recht aan de ernst van zijn gedragingen en de impact daarvan op de beveiligers en de medebewoners. De rechtbank acht het enkele tijdsverloop tussen het incident en het plaatsingsbesluit dan ook onvoldoende om te concluderen dat het incident slechts een beperkte impact had. De beroepsgrond slaagt niet.
5.1.
Ten aanzien van de stelling dat de maatregel onevenredig is, omdat eiser hierdoor zijn baan heeft verloren overweegt de rechtbank als volgt. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij werk had en evenmin dat dit werk is beëindigd door de oplegging van de maatregel. Er is daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit op dit punt onvoldoende gemotiveerd is of dat de het COa op basis van eisers gestelde werk van de HTL-plaatsing had moeten afzien.
Conclusie en gevolgen
6. De beroepen zijn ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, op 6 augustus 2026, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen het plaatsingsbesluit, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, staat geen rechtsmiddel open.

Het beroep tegen het plaatsingsbesluit staat geregistreerd onder het zaaknummer AWB 26/8199. Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel staat geregistreerd onder het zaaknummer NL26.28470.

Artikel delen