Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:21998

BNT regulier, LOVB dwangsom

Rechtbank Den Haag 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:21998 text/xml public 2026-08-06T15:28:33 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-08-06 NL26.5233 Uitspraak Vereenvoudigde behandeling NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21998 text/html public 2026-08-06T15:27:25 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:21998 Rechtbank Den Haag , 06-08-2026 / NL26.5233
BNT regulier, LOVB dwangsom

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.5233
<?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,<?linebreak?>V-nummer: [nummer],<?linebreak?>(gemachtigde: mr. H. Postma),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het opvolgende beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf.
1.1.
Eiser heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiser hoeft dus geen griffierecht te betalen.
1.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. In een eerdere beroepsprocedure niet tijdig beslissen heeft de rechtbank de minister een nadere beslistermijn opgelegd. Deze termijn is in hoger beroep door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gewijzigd. De minister heeft niet binnen de nadere beslistermijn alsnog een besluit op de aanvraag genomen.

3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.

4. De rechtbank stelt vast dat het dossier (mogelijk) nog niet compleet is, omdat de minister de bij de aanvraag ingediende documenten nog moet beoordelen, van plan is een herstelverzuim te sturen voor nadere documenten of informatie, of in afwachting is van een reactie op die herstelverzuimbrief. Dit betekent dat de minister in principe binnen acht weken een besluit op de aanvraag bekend moet maken. Echter, het gaat in deze zaak om een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen. Mede gelet op de beslistermijn die de rechtbank in een eerdere procedure heeft opgelegd en het tijdsverloop sindsdien, bepaalt de rechtbank daarom dat de minister binnen vier weken een beslissing op de aanvraag moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.

5. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.

6. Het LOVB heeft op 21 mei 2026 een aanbeveling vastgesteld over de rechterlijke dwangsom bij beroepen wegens het niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken. Deze aanbeveling strekt ertoe tot een meer uniforme vaststelling van de rechterlijke dwangsom te komen, waarbij rekening wordt gehouden met zowel het belang van tijdige besluitvorming als met de uitvoerbaarheid van de door de rechtbank gestelde beslistermijn. Bij een opvolgend beroep niet tijdig beslissen wordt geen hogere dwangsom opgelegd. De rechtbank volgt de aanbeveling van het LOVB onverkort. De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van € 50,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-.

7. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-.
Beslissing
De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

draagt de minister op binnen vier weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;

bepaalt dat de minister aan eiser een dwangsom van € 50,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

NL25.15551.

202503425/1 lV1.

ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353.

Het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht. In dit overleg zijn alle afdelingen bestuursrecht van de rechtbanken vertegenwoordigd.

Aanbeveling rechterlijke dwangsom bij beroep niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken, raadpleegbaar via www.rechtspraak.nl.

Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.

Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.

Artikel delen