Asiel, Jemen, Sana'a, WBV 2025/20, belangen van de kinderen, motiveringsgebrek, gegrond.
Rechtbank Den Haag 6 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22003
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-08-2026
Datum publicatie
06-08-2026
Zaaknummer
NL25.5454 en NL25.5459
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:22003text/xmlpublic2026-08-06T16:28:042026-08-06Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-07-21NL25.5454 en NL25.5459UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLArnhemBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22003text/htmlpublic2026-08-06T16:26:362026-08-06Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:22003 Rechtbank Den Haag , 21-07-2026 / NL25.5454 en NL25.5459 Asiel, Jemen, Sana'a, WBV 2025/20, belangen van de kinderen, motiveringsgebrek, gegrond.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummers: NL25.5454 en NL25.5459
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser,
[eiseres] , v-nummer: [nummer] , eiseres,
(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk), en de minister van Asiel en Migratie.Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Volgens de minister kunnen eisers terugkeren naar Jemen, hun land van herkomst. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de bestreden besluiten onvoldoende zijn gemotiveerd. De minister dient nieuwe besluiten te nemen waarin wordt ingegaan op het nieuwe landgebonden beleid over Jemen en de belangen van de minderjarige kinderen van eisers. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben op 29 juni 2023 aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 30 januari 2025 deze aanvragen afgewezen als ongegrond. 2.1. Eisers hebben beroepen ingesteld tegen de bestreden besluiten. 2.2. De rechtbank heeft de beroepen op 26 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, gemachtigde van eiseres en mr. C.D.G. van IJzendoorn als gemachtigde van de minister. Op 31 juli 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en de minister verzocht te reageren op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 16 juli 2025 en aan te geven of, en zo ja, welke consequenties die uitspraak heeft voor de besluiten in deze zaken. 2.3. De minister heeft met het bericht van 25 augustus 2025 laten weten dat hij op dat moment geen uitspraken kon doen over de (zaaksoverstijgende) gevolgen van deze uitspraak voor onderhavige zaken. 2.4. De rechtbank heeft de beroepen vervolgens op 28 mei 2026 opnieuw op zitting behandeld. Hieraan hebben eisers en mr. M.A. Buijsse als waarnemer van de gemachtigde van eisers deelgenomen. De gemachtigde van de minister heeft zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas
3. Eisers hebben de Jemenitische nationaliteit en behoren tot de Arabische bevolkingsgroep. Eiseres behoort tot de [stam] . Eisers zijn in Saoedi-Arabië geboren en hebben daar altijd gewoond. Omdat eisers verblijf in Saoedi-Arabië zou eindigen – hij had daar geen persoonlijke garantsteller meer – en hij uitzetting naar Jemen vreesde, hebben eisers in Nederland een asielaanvraag ingediend. Eisers stellen dat zij niet kunnen terugkeren naar Jemen. Eisers vrezen voor de oorlog in Jemen, de medische problemen van de kinderen, de stam van eisers – deze stam keurt hun huwelijk af – en discriminatie vanwege hun verblijf in Saoedi-Arabië. Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: Identiteit, nationaliteit en herkomst; Dochter van eisers is niet besneden; Problemen met de stam van eiseres; Eiser wordt gerekruteerd. De minister acht de verklaringen van eisers over hun identiteit, nationaliteit en herkomst en dat hun dochter niet is besneden, geloofwaardig. De minister acht echter de problemen met de stam van eiseres en dat eiser wordt gerekruteerd in Jemen niet geloofwaardig. Daarnaast lopen eisers volgens de minister bij terugkeer vanwege het willekeurige geweld in Jemen geen reëel risico op ernstige schade. Dat eisers uit Jemen komen is op zichzelf genomen niet genoeg om dat risico aan te nemen. Eisers hebben hun vrees om bij terugkeer naar Jemen het slachtoffer te worden vanwege het willekeurig geweld onvoldoende aannemelijk gemaakt. Heeft de minister de bestreden besluit voldoende gemotiveerd?
5. De minister heeft zich in het bestreden besluit van 30 januari 2025 op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de veiligheidssituatie in Jemen op dat moment sprake was van een minder uitzonderlijke situatie. 5.1. Eisers betogen in de (aanvullende) gronden van 13 en 14 februari en 22 mei 2025 dat de minister ten onrechte vasthoudt aan deze gradatie van de veiligheidssituatie in Jemen. Zij verwijzen ter onderbouwing naar verschillende uitspraken.
Daarnaast betogen eisers in de aanvullende gronden van 27 mei 2026 dat de minister in de bestreden besluiten ten onrechte geen beoordeling heeft gemaakt over de belangen van de minderjarige kinderen. Eisers verwijzen naar artikel 3 van het IVRK. De kinderen van eisers zijn nog jong, gaan hier naar school, leren en spreken al de Nederlandse taal en zijn gewend aan de Nederlandse cultuur. De jongste zoon Ahmed moet speciaal onderwijs gaan krijgen en eisers vrezen dat dat niet gaat in Jemen. Een uitzetting naar Jemen heeft grote gevolgen voor hen. Zij verlaten een veilige en stabiele omgeving en komen terecht in een tegenovergestelde omgeving. Eisers verwijzen naar de overgelegde brief van de schooljuf waarin wordt ingegaan op de impact op de kinderen. De minister heeft de belangen van de minderjarige kinderen van eisers niet kenbaar en dus onvoldoende betrokken in de besluitvorming, nu daaraan in het geheel niet is gerefereerd. In dit kader wijzen eisers op een vergelijkbare uitspraak van de zittingsplaats Amsterdam. 5.2. De rechtbank stelt vast dat de minister niet heeft gereageerd op de heropeningsbeslissing van 31 juli 2025 waarin is gevraagd om een reactie op de Afdelingsuitspraak van 16 juli 2025 en de gevolgen hiervan voor onderhavige zaken. Ook heeft de minister geen aanvullend besluit genomen of een verweerschrift ingediend ter voorbereiding op de zitting van 28 mei 2026. Verder is de minister op deze zitting ook niet verschenen. 5.3. De minister heeft naar aanleiding van de Afdelingsuitspraak van 16 juli 2025 en het algemeen ambtsbericht van april 2025 over Jemen het landgebonden asielbeleid aangepast met het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire (WBV) 2025/20 van 15 oktober 2025. Op dit nieuwe beleid is de minister in onderhavige zaken niet ingegaan. 5.4. In onderhavige zaken gaat minister nog steeds uit van het oude beleid zoals neergelegd in het WBV 2024/9. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet uit mocht gaan van dit beleid. De rechtbank verwijst hierbij naar de Afdelingsuitspraak van 16 juli 2025, waarin is geoordeeld dat de minister in dit beleid niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat in Jemen geen sprake is van de meest uitzonderlijk situatie van willekeurig geweld. De bestreden besluiten zijn op dit punt dus onvoldoende gemotiveerd. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de minister in de bestreden besluiten geheel niet is ingegaan op de belangen van de minderjarige kinderen van eisers, terwijl ook in beroep daar geheel niet op is gereageerd. De rechtbank is van oordeel dat ook dit een motiveringsgebrek oplevert. Conclusie en gevolgen 6. Gelet op het voorgaande zijn de bestreden besluiten onvoldoende gemotiveerd. De beroepen zijn daarom gegrond en de rechtbank vernietigt de bestreden besluiten. De rechtbank komt gelet hierop niet meer toe aan bespreking van de overige beroepsgronden. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten in stand te laten of zelf in de zaken te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding een bestuurlijke lus toe te passen omdat dit in de gegeven omstandigheden geen doelmatige en efficiënte manier is om deze zaken af te doen. De minister zal een termijn worden gegeven van zes weken voor het nemen van nieuwe besluiten. 6.1. Omdat de beroepen gegrond zijn krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.335,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting en een half punt voor het verschijnen ter nadere zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 1). De rechtbank merkt de zaken daarbij aan als samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: verklaart de beroepen gegrond; vernietigt de bestreden besluiten van 30 januari 2025; draagt de minister op om binnen zes weken na de datum van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak; veroordeelt de minister tot betaling van € 2.335,-. aan proceskosten aan eisers. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.T. Brandsma, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000 ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3153. Zoals bedoeld in ABRvS 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2927. Rb. Den Haag (zp. Amsterdam) 24 oktober 2024, ECLI:RBDHA:2024:17489, Rb. Den Haag (zp. ‘s-Hertogenbosch) 26 november 2024, ECLI:RBDHA:2024:22998, Rb. Den Haag (zp. Middelburg) 18 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:4217, Rb. Den Haag (zp. Groningen) 24 maart 2025, ECLI:RBDHA:2025:4701, Rb. Den Haag (zp. Middelburg) 9 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5894 en Rb. Den Haag (zp. Middelburg) 15 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8607. Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Rb. Den Haag (zp. Amsterdam) 13 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2514. Artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.