ECLI:NL:RBDHA:2026:25085text/xmlpublic2026-09-01T13:34:292026-09-01Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-26NL25.53110UitspraakVoorlopige voorzieningNLUtrechtBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25085text/htmlpublic2026-09-01T13:34:032026-09-01Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:25085 Rechtbank Den Haag , 26-08-2026 / NL25.53110 Vovo bij beroep NL25.44155
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.53110
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: H.Q. van der Zaan). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het terugkeerbesluit dat aan verzoeker is opgelegd. Verzoeker is het hiermee niet eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Hij heeft tegen het terugkeerbesluit ook beroep ingesteld, met zaaknummer NL25.44155. 2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 3. Aan verzoeker is met het bestreden besluit van 10 juli 2025 een
terugkeerbesluit opgelegd, omdat zijn recht op tijdelijke bescherming onder de Richtlijn
Tijdelijke Bescherming is geëindigd per 4 maart 2024. Verzoeker heeft hiertegen beroep
ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 3.1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de voorzieningenrechter 4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.44155, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 26 augustus 2026 Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen
van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter
bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen
van de consequenties van de opvang van deze personen. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.