ECLI:NL:RBDHA:2026:25120text/xmlpublic2026-09-01T16:29:592026-09-01Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-28C/09/711743 KG RK 26-1274UitspraakVerschoningNLDen HaagCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25120text/htmlpublic2026-09-01T16:29:252026-09-01Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:25120 Rechtbank Den Haag , 28-08-2026 / C/09/711743 KG RK 26-1274 Verschoning. Verzoek toegewezen.
Rechtbank den haag Verschoningskamer Verschoningsnummer: 2026/19
Zaak-/rekestnummer: C/09/711743 KG RK 26-1274 Beslissing van 28 augustus 2026 van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van mr. E.A.W. Schippers,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna de rechter, belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk K/4502/12209109 van: [eiser 1] ,
wonende te - ,eiser,
bijgestaan door mr. E.M. Prins, advocaat te Den Haag,
[eiser 2] ,
wonende te -,
eiser,
bijgestaan door mr. M.A.R. Schuckink Kool,
tegen
[gedaagde 1] ,
wonende te [woonplaats 1] , Spanje,gedaagde,
[gedaagde 2] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde, 1De procedure1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van
28 augustus 2026. 1.2. Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld. 2Het verschoningsverzoek2.1. De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd: X anders, namelijk: Ik heb een eerdere zaak tussen deze eisers en een andere gedaagde gedaan die ging over hetzelfde feitencomplex. Daarbij is de verhouding tussen eisers en gedaagden in deze procedure aan de orde geweest. Nadere toelichting:
De eisers in die eerdere procedure zijn de eisers in de onderhavige procedure. De vordering in beide procedures is gelijk, alleen spreken eisers daarvoor nu andere gedaagden aan. Ik heb mij in het vonnis in de eerdere procedure uitgesproken over de vordering en de verhouding tussen eisers en gedaagden in deze procedure. Eisers beroepen zich in de onderhavige procedure op uitspraken die ik in die eerdere procedure zou hebben gedaan over hun vordering en het daarvoor aanspreken van de partijen die zij in de onderhavige procedure hebben gedagvaard. Ook al heb ik strikt genomen nog niet over de vordering in deze procedure geoordeeld, ik heb daarop wel een voorschot genomen. Daarom voel ik mij niet vrij in deze zaak. Gedaagden kunnen dit opvatten als zou ik mij in hun zaak al een oordeel hebben gevormd zonder dat zij gehoord zijn. 3De beoordeling3.1. Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen. 3.2. Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen. 4De beslissing De verschoningskamer: 4.1. wijst het verzoek tot verschoning toe; 4.2. bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend; 4.3. beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
* de rechter;
* alle in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen. Deze beslissing is genomen in raadkamer op 28 augustus 2026 door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier.