ECLI:NL:RBDHA:2026:26651text/xmlpublic2026-09-24T09:13:412026-09-14Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-14C/09/689848 / FA RK 25-6030UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLDen HaagCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26651text/htmlpublic2026-09-24T09:13:232026-09-24Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:26651 Rechtbank Den Haag , 14-08-2026 / C/09/689848 / FA RK 25-6030 Gezag, zorgregeling, vervangende toestemming vakantie, kinderalimentatie
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-6030
Zaaknummer: C/09/689848
Datum beschikking: 14 augustus 2026 Gezag, zorgregeling en kinderalimentatieBeschikking op het op 8 augustus 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] , de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. de Koning te Lisse. Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] , de vader,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.J. van Steensel te ’s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift van 8 augustus 2025, met bijlagen, van de moeder;
het F9 formulier van 11 augustus 2025, met bijlage, van de moeder;
het verweerschrift tevens houdend zelfstandig verzoek van 2 oktober 2025, met bijlagen, van de vader;
het verweerschrift op zelfstandig verzoek van 28 oktober 2025, met bijlagen, van de moeder;
het aanvullend verzoek van 9 juni 2026, met bijlagen, van de moeder;
het verweerschrift op het aanvullend verzoek tevens houdend zelfstandig aanvullend verzoek van 5 juli 2026, met bijlagen, van de vader.
[de minderjarige 1] heeft in raadkamer zijn mening gegeven over het verzoek. Op 15 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
M. Wamelink namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd. Feiten De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum 1] 2017 tot [datum 2] 2023.
Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats 1] .
De moeder is tevens de moeder van een dochter uit een eerdere relatie, [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 2] .
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige 1] .
Blijkens de Basisregistratie Personen (BRP) heeft de vader de Tunesische nationaliteit en hebben de moeder en [de minderjarige 1] in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
Bij beschikking van 7 april 2023 van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en is bepaald dat het ouderschapsplan deel zal uitmaken van de beschikking. In het ouderschapsplan zijn de ouders – voor zover hier van belang – het volgende overeen gekomen: [de minderjarige 1] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder en zal op het adres van de moeder ingeschreven staan.
[de minderjarige 1] zal bij de vader zijn van vrijdagavond tot zondagmiddag, waarbij de moeder [de minderjarige 1] op vrijdagavond voor het avondeten bij de vader brengt en de moeder [de minderjarige 1] op zondagavond voor het avondeten bij de vader ophaalt.
Vakanties en feestdagen worden in onderling overleg jaarlijks met elkaar gepland en zoveel mogelijk 50%/50% verdeeld.
De vader zal een bedrag van € 206,- per maand betalen aan kinderalimentatie.
Als gevolg van de wijziging van rechtswege op grond van artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek bedraagt de door de vader te betalen kinderalimentatie sinds 1 januari 2026 € 244,-. Verzoek en verweer De moeder verzoekt – voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad – : te bepalen dat het gezag over [de minderjarige 1] voortaan aan de moeder alleen toekomt;
de moeder vervangende toestemming te verlenen om de benodigde hulp (kinderpsycholoog) voor [de minderjarige 1] in te schakelen;
een bijdrage in de verzorging en opvoeding voor [de minderjarige 1] vast te stellen van € 400,- per maand vanaf de datum indiening van dit verzoekschrift. De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht – voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad – : te bepalen dat [de minderjarige 1] bij de vader is een weekend per twee weken van zaterdagochtend 10.00 uur tot zondagavond 19.30 uur, met dien verstande dat op de zaterdagen dat [de minderjarige 1] een voetbalwedstrijd heeft, de wissel plaatsvindt voorafgaand aan die voetbalwedstrijd bij de betreffende club;
de moeder te verbieden om op de dagen dat [de minderjarige 1] contact met zijn vader heeft en [de minderjarige 1] op die dagen één of meerdere voetbalwedstrijden heeft, vanaf een half uur voorafgaande aan de eerste wedstrijd van [de minderjarige 1] te verschijnen op de sportaccommodatie van de betreffende voetbalvereniging waar de wedstrijd wordt gespeeld, inclusief de kantine en alle omliggende velden en terreinen van die voetbalvereniging, op straffe van een dwangsom van € 250,- per keer dat de moeder dit verbod overtreedt;
[de minderjarige 1] tijdens het Offerfeest en het Suikerfeest bij de vader is, waarbij de vader [de minderjarige 1] op de avond voorafgaande aan die feesten al bij de moeder ophaalt;
[de minderjarige 1] jaarlijks op oudejaarsdag vanaf 16.00 uur tot nieuwjaarsdag 20.00 uur bij de vader is;
de vader in de zomervakantie [de minderjarige 1] mee mag nemen naar [land] voor een vakantie en, voor zover nodig de vader de vervangende toestemming geeft om gedurende de zomervakantie met [de minderjarige 1] voor de duur van maximaal drie aaneengesloten weken naar [land] te gaan en daarbij de moeder te verplichten het paspoort van [de minderjarige 1] ten minste drie dagen voorafgaande aan die reis aan de vader af te geven op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag voor iedere dag, een deel van de dag daaronder verstaan, dat de moeder daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 6.000.000,- per jaar;
de door de vader aan de moeder te betalen onderhoudsbijdrage voor [de minderjarige 1] met ingang van de datum van indiening van het verweerschrift te bepalen op een bedrag van € 63,- per maand;
de moeder te verbieden beslissingen te nemen of toezeggingen te doen aan [de minderjarige 1] over sport en activiteiten van [de minderjarige 1] die plaatsvinden tijdens de contactmomenten en/of het aangaan van andere verplichtingen betreffende [de minderjarige 1] zonder dat de vader daar vooraf toestemming voor heeft gegeven. Beoordeling Gezag
De moeder heeft verzocht haar met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 1] te belasten. Het gaat niet goed met [de minderjarige 1] en hij heeft hulp nodig. Door de houding van de vader heeft [de minderjarige 1] lange tijd geen hulp gekregen. De moeder heeft voor deze hulp een verzoek tot vervangende toestemming moeten doen. De moeder verwacht dat de vader in de toekomst hetzelfde zal handelen en daarom verzoekt zij het eenhoofdig gezag. Een wijziging van het gezag is in het belang van [de minderjarige 1] noodzakelijk, nu de vader de benodigde hulp een tijdlang zonder enige reden heeft gefrustreerd. De vader verweert zich tegen het verzoek van de moeder. Dat het met [de minderjarige 1] niet goed gaat, heeft niets te maken met het gezag, maar met de voortdurende spanningen rondom de contactmomenten. De vader heeft zijn toestemming voor onderzoek van [de minderjarige 1] niet willen onthouden, maar heeft op advies van Veilig Thuis gewacht met het geven van zijn toestemming. Er zijn geen gronden om de vader het gezag over zijn zoon af te nemen. Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Dit leidt ertoe dat het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. De rechtbank zal het gezamenlijk gezag van de ouders over [de minderjarige 1] in stand laten en overweegt daartoe als volgt. Uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. Slechts in uitzonderingsgevallen mag worden aangenomen dat het belang van een kind vereist dat één van de ouders met het gezag wordt belast. De rechtbank ziet geen reden om het gezag bij de vader weg te halen. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is gebleken dat de ouders het over een zorgregeling niet eens worden en dat de communicatie daarover niet soepel verloopt. Het is belangrijk dat de ouders een betere verstandhouding krijgen. Uit het hiernavolgende zal blijken dat de ouders daarvoor een traject in gaan. Naar het oordeel van de rechtbank is echter niet gebleken dat de ouders helemaal geen gezagsbeslissingen kunnen nemen samen. De ouders zijn het niet altijd met elkaar eens te zijn, maar dat is onvoldoende grond voor beëindiging van het gezamenlijke gezag. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag te belasten, afwijzen. Wijziging zorgregeling en vakanties en feestdagen regeling
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:253a lid 4 BW is artikel 1:377e BW van overeenkomstige toepassing en kan een regeling omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken worden gewijzigd op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds de beschikking van 7 april 2023 van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, nu de vader is verhuisd naar [plaats 1] , [de minderjarige 1] inmiddels voetbalt in het weekend en is gebleken dat de zorgregeling niet meer wordt uitgevoerd zoals bepaald. De rechtbank zal de vader daarom ontvangen in zijn verzoek. Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is gebleken dat de zorgregeling met name moeizaam verloopt door de afstand tussen [plaats 1] en [plaats 2] en de voetbalwedstrijden van [de minderjarige 1] in het weekend. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige 1] dat de vader er ook in zijn weekend voor zorgt dat [de minderjarige 1] kan voetballen, omdat het voetballen belangrijk is voor hem. [de minderjarige 1] kan in het voetballen zijn energie kwijt. [de minderjarige 1] heeft bovendien verteld dat hij het belangrijk vindt dat zijn vader de voetbalwedstrijden met hem meemaakt en dat hij twee nachten in het weekend bij zijn vader kan verblijven. De rechtbank zal daarom een zorgregeling bepalen waarbij [de minderjarige 1] van vrijdagavond 19.00 uur, na het avondeten, tot zondagavond 19.00 uur, na het avondeten, bij de vader is. Omdat het zwaartepunt van de zorg bij de moeder ligt en de vader ervoor heeft gekozen om naar [plaats 1] te verhuizen, zal de rechtbank bepalen dat de vader [de minderjarige 1] op vrijdagavond om 19.00 uur bij de moeder ophaalt en hem op zondagavond om 19.00 uur bij de moeder terugbrengt. De rechtbank verwacht van de vader dat met zijn werkgever regelt dat hij de vrijdagavond beschikbaar is voor [de minderjarige 1] . De rechtbank merkt daarbij op dat de rechtbank de moeder niet kan verbieden om op de zaterdag in het weekend van de vader naar de voetbalvereniging te komen, temeer ook nu de dochter van de moeder daar ook voetbalt. Wel verwacht de rechtbank van de moeder dat zij zich in die weekenden afzijdig houdt van (de wedstrijd van) [de minderjarige 1] en de vader en zich richt op haar dochter. Dat betekent uiteraard niet dat de moeder haar zoon moet negeren. Zij kan hem gedag zeggen, succes wensen met de voetbalwedstrijd en hem vertellen dat het een dag is voor de vader en [de minderjarige 1] .
De rechtbank zal het verzoek van de vader om te bepalen dat [de minderjarige 1] tijdens het Offerfeest en het Suikerfeest bij de vader is, waarbij de vader [de minderjarige 1] op de avond voorafgaande aan die feesten al bij de moeder ophaalt, toewijzen. De rechtbank zal daarbij bepalen dat [de minderjarige 1] om 18.00 uur wordt thuisgebracht, indien het feest op een schooldag anders dan de vrijdag valt en [de minderjarige 1] de volgende dag dus weer naar school moet. De rechtbank zal ook bepalen dat [de minderjarige 1] op Vaderdag en op de verjaardag van de vader bij de vader is. Het verzoek van de vader te bepalen dat [de minderjarige 1] jaarlijks op oudejaarsdag vanaf 16.00 uur tot nieuwjaarsdag 20.00 uur bij de vader is, zal worden afgewezen. De moeder heeft naar voren gebracht dat zij ook graag om het jaar oud en nieuw viert met haar hele gezin. De ouders dienen dit conform de al geldende feestdagenregeling 50%-50% in onderling overleg te verdelen, zodat [de minderjarige 1] het ene jaar bij de vader en het andere jaar bij de moeder is. Doorverwijzing ouderschapsbemiddeling
De rechtbank acht het voor [de minderjarige 1] van belang en voor de uitoefening van het gezamenlijk gezag en de zorgregeling noodzakelijk dat de ouders samen gaan werken aan hun onderlinge communicatie. Daarom heeft de rechtbank met de ouders gesproken over het inzetten van hulpverlening die daarop gericht is. Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal de ouders daarom in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is per e-mail verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking zenden aan Jeugdteams Leidse Regio. De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient. Vervangende toestemming vakantie
De vader heeft verzocht hem vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met [de minderjarige 1] naar [land] voor de duur van maximaal drie weken, waarbij de moeder verplicht wordt het paspoort van [de minderjarige 1] ten minste drie dagen voorafgaand aan de reis af te geven, op straffe van een dwangsom. Op de zitting is besproken dat dit verzoek nu ziet op de zomervakantie van 2027, omdat de vader dit jaar niet mee naar [land] gaat. De moeder is tegen een vakantie naar [land] in de zomervakantie, omdat het daar dan veel te warm is en omdat [de minderjarige 1] het eten niet lekker vindt. De vorige keer kwam hij sterk vermagerd terug en had hij de hele vakantie zijn tanden niet gepoetst. De vader heeft aangegeven dat hij graag nu al toestemming wil voor de zomervakantie 2027, omdat de tickets nu nog betaalbaar zijn. De rechtbank vindt het belangrijk dat er duidelijkheid is over de mogelijkheid van een vakantie naar [land] en zal daarover daarom reeds nu beslissen. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige 1] en de vader om met elkaar op vakantie te kunnen naar [land] . Daar woont immers de familie van de vader. De vader gaat bovendien graag in de zomervakantie, omdat zij dan naar de zee kunnen. De problemen die de moeder schetst, zoals de warmte en het eten, zijn zaken op te lossen zijn. Er is airconditioning aanwezig in het huis waar [de minderjarige 1] met de vader zal verblijven en er kunnen maatregelen worden getroffen om ervoor te zorgen dat [de minderjarige 1] goed eet. De rechtbank verwacht van de vader dat hij die maatregelen ook daadwerkelijk treft. De rechtbank zal de vader dan ook vervangende toestemming verlenen voor de vakantie naar [land] in de zomervakantie 2027 voor de duur van maximaal drie weken. De overige verzoeken van de vader ten aanzien van het paspoort en de dwangsom zullen worden afgewezen. De rechtbank gaat ervan uit dat dit niet nodig is en dat ouders dit met elkaar verder kunnen regelen, zeker nu zij gaan werken aan hun onderlinge verstandhouding en de verbetering van hun communicatie. Vervangende toestemming kinderpsycholoog
De moeder heeft het verzoek ten aanzien van de vervangende toestemming voor het inschakelen van een kinderpsycholoog op de zitting ingetrokken, nu op dit verzoek al in een andere procedure is beslist. De rechtbank hoeft hierop aldus niet meer te beslissen. Overige kwestie
De vader heeft nog verzocht de moeder te verbieden beslissingen te nemen of toezeggingen te doen aan [de minderjarige 1] over sport en activiteiten van [de minderjarige 1] die plaatsvinden tijdens de contactmomenten en/of het aangaan van andere verplichtingen betreffende [de minderjarige 1] zonder dat de vader daar vooraf toestemming voor heeft gegeven. De rechtbank zal dit verzoek van de vader bij gebrek aan belang afwijzen. Van belang is dat de ouders werken aan hun onderlinge verstandhouding en de verbetering van hun communicatie. Daarvoor hebben zij zich bereid verklaard deel te nemen aan een ouderschapsbemiddelingstraject. Zoals genoemd verwacht de rechtbank bovendien van de vader dat hij ervoor zorgt dat [de minderjarige 1] in de weekenden waarin hij bij de vader verblijft kan deelnemen aan de voetbalwedstrijden. Kinderalimentatie
Ontvankelijkheid
De moeder stelt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, nu het jaarinkomen van de moeder ten opzichte van 2023 met meer dan 10% is gedaald. Op de zitting heeft zij naar voren gebracht dat zij ziek en daarom arbeidsongeschikt is. De rechtbank is van oordeel dat de moeder onvoldoende heeft aangetoond dat zij langdurig arbeidsongeschikt is. Stukken die dit kunnen onderbouwen, zijn niet overgelegd. Het is voor de rechtbank daarmee niet duidelijk dat sprake is van een structureel inkomensverlies. De moeder is dan ook niet ontvankelijk in haar verzoek. De vader heeft enkel naar voren gebracht dat bij de berekening van de behoefte van [de minderjarige 1] is uitgegaan van één kind, terwijl ook [de minderjarige 2] , de dochter van de moeder, tot het gezin behoorde. De rechtbank overweegt dat de vader geen wijziging van omstandigheden stelt. Op grond van artikel 1:401 lid 4 en lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vormt het enkele feit dat van onjuiste gegevens is uitgegaan geen grond voor wijziging van een overeengekomen kinderalimentatie. Daarvoor moet sprake zijn van een grove miskenning van de wettelijke maatstaven. Daar is naar het oordeel van de rechtbank niet van gebleken, zodat ook de vader niet ontvankelijk is in zijn verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie. Beslissing De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 7 april 2023 van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht – : *
bepaalt dat een zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats 1] , zal gelden, inhoudende dat [de minderjarige 1] in ieder geval bij de vader is: om de week op vrijdagavond 19.00 uur tot zondag 19.00 uur, waarbij de vader [de minderjarige 1] bij de moeder ophaalt en weer bij de moeder terugbrengt;
tijdens het Offerfeest en het Suikerfeest, waarbij de vader [de minderjarige 1] op de avond voorafgaande aan die feesten al bij de moeder ophaalt en waarbij [de minderjarige 1] om 18.00 uur wordt thuisgebracht, indien het feest op een schooldag anders dan de vrijdag valt en [de minderjarige 1] de volgende dag dus weer naar school moet;
op Vaderdag en de verjaardag van de vader,
en waarbij voor het overige de vakanties en feestdagen in onderling overleg jaarlijks met elkaar worden gepland en zoveel mogelijk 50%/50% worden verdeeld; *
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de moeder] (de moeder),
wonende aan de [adres 1] ,
en
[de vader] (de vader),
wonende aan de [adres 2] , bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie; beveelt de griffier binnen twee dagen na heden aan afschrift van deze beschikking te zenden naar Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest en de Raad voor de Kinderbescherming; *
verleent aan de vader toestemming – die de toestemming van de moeder vervangt – om in de zomervakantie 2027 met [de minderjarige 1] voor de duur van maximaal drie weken naar [land] te gaan; *
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; *
verklaart de vader en de moeder niet ontvankelijk in hun verzoeken tot wijziging van de kinderalimentatie; *
wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, bijgestaan door mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 14 augustus 2026.