Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:26659

Zorgregeling

Rechtbank Den Haag 24 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:26659 text/xml public 2026-09-24T09:23:11 2026-09-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-08-14 C/09/705685 / FA RK 26-5113 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26659 text/html public 2026-09-24T09:22:36 2026-09-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:26659 Rechtbank Den Haag , 14-08-2026 / C/09/705685 / FA RK 26-5113
Zorgregeling

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-5113

Zaaknummer: C/09/705685

Datum beschikking: 14 augustus 2026
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 21 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D.Z. Peters te Zoetermeer.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

het verzoekschrift;

het F9-formulier van 17 juni 2026 van de moeder, met bijlage;

het F9-formulier van 4 augustus 2026 van de moeder, met bijlagen.

Op 5 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

de moeder met haar advocaat;

de vader;

[naam] namens Jeugdbescherming West Haaglanden (hierna: de gecertificeerde instelling).
Feiten
De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd geweest.

Zij zijn de ouders van de volgende minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats],

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats],

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats].

De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.

Bij beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van [datum] 2021 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is het ouderschapsplan aan de beschikking gehecht.

Bij beschikking van deze rechtbank van 28 maart 2023 is – voor zover hier van belang – een voorlopige zorgregeling bepaald en is de Raad verzocht een onderzoek te doen.

Bij beschikking van deze rechtbank van 31 januari 2025 is – voor zover hier van belang – bepaald dat [minderjarige 3] eenmaal per twee weken van vrijdag uit school tot zondag 18.30 uur en iedere woensdag uit school tot 18.30 uur bij de vader zal zijn.

Bij beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2025 is – voor zover hier van belang – bepaald dat [minderjarige 3] voorlopig eenmaal per twee weken van zaterdag 16.00 uur tot zondag 16.00 uur en iedere woensdag uit school tot 18.30 uur bij de vader zal zijn.

Bij beschikking van deze rechtbank van 24 december 2025 is – voor zover hier van belang – bepaald dat de voorlopige zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking van 20 oktober 2025 wordt gehandhaafd.

Bij beschikking van deze rechtbank van 17 maart 2026 is – voor zover hier van belang – bepaald dat de zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking van 20 oktober 2025 wordt gehandhaafd.

Bij beschikking van deze rechtbank van 23 juni 2026 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] verlengd tot 25 juni 2027.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt, onder wijziging van eerdere beschikkingen:

- een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat [minderjarige 3] bij de vader is:

- iedere woensdag uit school tot 19.00 uur, waarbij de vader [minderjarige 3] uit school ophaalt en hem in de avond bij de moeder thuisbrengt;

- om de week van zaterdag 16.00 uur tot zondag 16.00 uur, waarbij de moeder [minderjarige 3] op zaterdag naar de vader brengt en de vader [minderjarige 3] op zondag naar de moeder terugbrengt;

- zulks onder begeleiding van [zorginstantie], waarbij de wijze en de duur van de begeleiding wordt bepaald door [zorginstantie], zulks in overleg met de gecertificeerde instelling zolang de gecertificeerde instelling nog betrokken is;

- zulks met een mogelijkheid tot een stapsgewijze uitbreiding naar om de week van zaterdag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur, waarbij de regie en beslissingsbevoegdheid van een eventuele (stapsgewijze) opbouw ligt bij [zorginstantie], zulks in samenspraak met de gecertificeerde instelling;

- een vakantieregeling vast te stellen, waarbij geldt dat tijdens vakanties de reguliere regeling doorloopt, en er in de toekomst kan worden bezien of dit kan worden uitgebreid, zulks in overleg tussen de ouders en onder regie van [zorginstantie] en in overleg met de gecertificeerde instelling zolang de gecertificeerde instelling nog betrokken is, waarbij de volgende feestdagen gelden als uitzondering op de reguliere regeling:

- Kerst: oneven jaren Eerste Kerstdag bij de vader van 10:00 tot 20:00/20:30 uur, Tweede Kerstdag bij de moeder van 10:00 tot 20:00/20:30 uur. Even jaren Eerste kerstdag bij de moeder van 10:00 tot 20:00/20:30 uur, Tweede Kerstdag bij de vader van 10:00 tot 20:00/20:30 uur;

- Oud&nieuw: oneven jaren Oudejaarsdag bij de vader van 10:00 tot de volgende ochtend 10:00 uur en Nieuwjaarsdag bij de moeder vanaf 10:00 uur. Even jaren Oudejaarsdag bij de moeder van 10:00 uur tot de volgende ochtend 10:00 uur en Nieuwjaarsdag bij de vader vanaf 10:00 uur tot 20:00 uur;

- Vaderdag bij vader, als het in het weekend van de moeder valt van 10:00 uur tot 16:00 uur. Moederdag bij de moeder, als in het weekend van de vader valt van 10:00 uur tot 16:00 uur;

- tijdens de verjaardagen van kinderen, de verjaardagen van de ouders en verjaardagen van opa’s en oma’s is er een mogelijkheid tot feliciteren middels (video) bellen;

- waarbij geldt dat ouders in onderling overleg afwijkende afspraken kunnen maken, ook omtrent de wisseltijden;

- de kosten tussen partijen te compenseren, in de zin dat ieder de eigen kosten draagt;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft op de zitting verweer gevoerd.
Beoordeling
Wijziging zorgregeling

De moeder heeft verzocht om de eerder vastgestelde zorgregeling te wijzigingen, in die zin dat [minderjarige 3] iedere woensdag uit school tot 19.00 uur bij de vader is, en iedere week van zaterdag 16.00 uur tot zondag 16.00 uur, onder begeleiding van [zorginstantie] waarna [zorginstantie], in samenspraak met de gecertificeerde instelling, de zorgregeling kan uitbreiden.

De moeder vindt het belangrijk dat deze regeling vastgelegd wordt, omdat de eerder bepaalde zorgregelingen zijn bepaald voor de duur van de ondertoezichtstelling. Als de ondertoezichtstelling op enig moment wegvalt, is het belangrijk dat duidelijk is welke regeling geldend is. De moeder heeft daarbij naar voren gebracht dat zij de zorgregeling die op dit moment loopt, waarbij [minderjarige 3] iedere woensdag uit school en om de week van vrijdag uit school tot zondag bij de vader is, niet passend vindt. Het is voor [minderjarige 3] te onrustig om een heel weekend bij de vader te zijn. De moeder verzoekt daarom de omgang in het weekend te laten starten op de zaterdag, mede ook omdat dat het moment is dat [zorginstantie] bij de vader in huis is. Op de zitting is door de moeder nog naar voren gebracht dat [minderjarige 3] afgelopen week een hele week bij de vader zou zijn, maar dat hij na een dag al terug naar de moeder wilde vanwege een ruzie tussen hem en de vader en een ruzie tussen hem en de zoon van de partner van de vader. Dit laat volgens de moeder zien dat een zorgregeling van langer dan een nacht op dit moment niet passend is.

De vader heeft op de zitting verweer gevoerd. Volgens hem gaat het juist bij de moeder thuis niet goed en hij vindt dat niet voldoende wordt geluisterd naar de zorgen die hij heeft over de thuissituatie bij de moeder. [minderjarige 3] zou juist meer bij de vader moeten zijn. Volgens de vader geeft [minderjarige 3] zelf ook aan dat hij meer naar de vader toe wil. De vader herkent zich niet in het beeld dat er bij hem thuis veel ruzie is. In de afgelopen week was het inderdaad zo dat er een discussie tussen hem en [minderjarige 3] en tussen [minderjarige 3] en zijn stiefzoon was, maar dat [minderjarige 3] terug naar de moeder wilde komt niet daardoor, maar doordat hij heimwee had. De vader heeft toen in overleg met [zorginstantie] besloten dat [minderjarige 3] voor een nacht terug naar de moeder zou gaan, maar dat de vader hem de volgende ochtend weer zou ophalen om de zorgregeling voort te zetten. De door de moeder verzochte regeling is te beperkt en doet geen recht aan de wens van [minderjarige 3] en de vader.

De gecertificeerde instelling heeft op de zitting laten weten dat op dit moment inderdaad uitvoering wordt gegeven aan een regeling waarbij [minderjarige 3] elke woensdag en om de week van vrijdag uit school tot zondag bij de vader is. Bij [minderjarige 3] is er, zoals de moeder ook aangeeft, veel stress. De gecertificeerde instelling denkt alleen niet dat die stress minder gaat worden op het moment dat de zorgregeling beperkter wordt. Als [minderjarige 3] vrijdag uit school naar de vader gaat hoeft er geen wisseling tussen de ouders plaats te vinden, en dat kan weer zorgen voor minder spanning. De gecertificeerde instelling heeft nog geen update gehad van [zorginstantie] over de gebeurtenissen in de afgelopen week bij de vader thuis, zodat zij geen uitspraken kan doen over wat dit betekent voor de zorgregeling. De gecertificeerde instelling volgt daarom het oorspronkelijke advies van [zorginstantie] en vindt een regeling die start op vrijdag uit school, in plaats van zaterdag om 16.00 uur, het meest in het belang van [minderjarige 3].

De rechtbank overweegt als volgt. Op de zitting is gebleken dat [minderjarige 3] tijdens de geplande vakantieweek bij de vader na één dag terug wilde naar de moeder. Volgens de vader kwam dit door heimwee. Volgens de moeder wilde [minderjarige 3] naar huis omdat hij ruzie had gehad met zijn vader en met de stiefzoon van de vader. Door tussenkomst van [zorginstantie] is vervolgens besloten dat [minderjarige 3] terug zou gaan naar de moeder. De rechtbank kan niet vaststellen wat er precies is voorgevallen, maar duidelijk is dat het kennelijk voor [minderjarige 3] lastig was om langere tijd, in ieder geval langer dan één dag, bij de vader te blijven. Daarbij komt dat [zorginstantie], zo blijkt uit het laatste voorval, een belangrijke rol speelt. [zorginstantie] is echter niet op de vrijdagen, maar wel op de zaterdagen aanwezig. Om die redenen ziet de rechtbank op dit moment aanleiding om aan te sluiten bij de door de moeder verzochte regeling. [minderjarige 3] zal dus in ieder geval iedere woensdag vanuit school tot 19.00 uur naar de vader gaan, en daarnaast om de week van zaterdag 16.00 uur tot zondag 16.00 uur. Deze zorgregeling zal op termijn uitgebreid kunnen worden naar om de week van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur, waarbij de regie en beslissingsbevoegdheid van een eventuele (stapsgewijze) opbouw ligt bij [zorginstantie], in samenspraak met de gecertificeerde instelling. De rechtbank wijst tot slot het verzoek over de vakanties en feestdagen van de moeder toe.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikkingen van deze rechtbank – :

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats], bij de vader zal zijn:

iedere woensdag uit school tot 19.00 uur, waarbij de vader [minderjarige 3] uit school ophaalt en hem in de avond bij de moeder thuisbrengt;

om de week van zaterdag 16.00 uur tot zondag 16.00 uur, waarbij de moeder [minderjarige 3] op zaterdag naar de vader brengt en de vader [minderjarige 3] op zondag naar de moeder terugbrengt;

waarbij deze zorgregeling uitgebreid kan worden naar om de week van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur, waarbij de regie en beslissingsbevoegdheid van een eventuele (stapsgewijze) opbouw ligt bij [zorginstantie], in samenspraak met de gecertificeerde instelling;

bepaalt ten aanzien van de vakanties en feestdagen:

- tijdens de vakanties en feestdagen loopt de reguliere regeling door, waarbij geldt dat in de toekomst kan worden bezien of er kan worden uitgebreid, in overleg tussen de ouders en onder regie van [zorginstantie] en in overleg met de gecertificeerde instelling zolang de gecertificeerde instelling nog betrokken is, waarbij de volgende feestdagen gelden als uitzondering op de reguliere regeling:

- Kerst: oneven jaren Eerste Kerstdag bij de vader van 10:00 tot 20:00/20:30 uur, Tweede Kerstdag bij de moeder van 10:00 tot 20:00/20:30 uur en in de even jaren Eerste kerstdag bij de moeder van 10:00 tot 20:00/20:30 uur, Tweede Kerstdag bij de vader van 10:00 tot 20:00/20:30 uur;

- Oud&nieuw: oneven jaren Oudejaarsdag bij vader van 10:00 tot de volgende ochtend 10:00 uur, Nieuwjaarsdag bij de moeder vanaf 10:00 uur en in de even jaren Oudejaarsdag bij de moeder van 10:00 uur tot de volgende ochtend 10:00 uur, Nieuwjaarsdag bij de vader vanaf 10:00 uur tot 20:00 uur;

- Vaderdag bij de vader, als het in het weekend van de moeder valt van 10:00 uur tot 16:00 uur. Moederdag bij de moeder, als in het weekend van de vader valt van 10:00 uur tot 16:00 uur;

- tijdens de verjaardagen van kinderen, de verjaardagen van de ouders en verjaardagen van opa’s en oma’s is er een mogelijkheid tot feliciteren middels (video) bellen;

- waarbij geldt dat ouders in onderling overleg afwijkende afspraken kunnen maken, ook omtrent de wisseltijden;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 14 augustus 2026.

Artikel delen