Visum kort verblijf - onduidelijkheid over of visum kort verblijf of faciliterend visum Chavez is beoogd - beroep ongegrond
Rechtbank Den Haag 28 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:26898
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-09-2026
Datum publicatie
28-09-2026
Zaaknummer
VK 25/16454
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:26898text/xmlpublic2026-09-28T10:00:042026-09-16Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-09-14VK 25/16454UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLDen HaagBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26898text/htmlpublic2026-09-24T15:53:002026-09-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:26898 Rechtbank Den Haag , 14-09-2026 / VK 25/16454 Visum kort verblijf - onduidelijkheid over of visum kort verblijf of faciliterend visum Chavez is beoogd - beroep ongegrond
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 25/16454
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.R. Bissessur), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder.Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar visumaanvraag. 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 18 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent en de gemachtigde van eiseres. Verweerder is met voorafgaand bericht niet verschenen. 1.3. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld nog schriftelijk te reageren. Verweerder heeft op 12 augustus 2026 een nadere reactie ingediend. Daarna heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres heeft de Ghanese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1980. Eiseres heeft een visum kort verblijf aangevraagd en daarbij aangegeven dat zij haar echtgenoot, [referent] (referent), in Nederland wil bezoeken. Die aanvraag is afgewezen omdat het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende zijn aangetoond en omdat er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiseres om het grondgebied van de lidstaten van de EU vóór het verstrijken van het visum te verlaten. 3. Eiseres is tegen de afwijzing in bezwaar gegaan en heeft daarbij aangegeven dat zij niet een visum kort verblijf, maar een faciliterend visum op grond van artikel 20 van het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez wilde aanvragen. Eiseres en referent hebben namelijk twee kinderen met de Nederlandse nationaliteit. Eiseres heeft aangegeven dat zij zich samen in Nederland willen vestigen. In het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag van eiseres daarom aan het arrest Chavez-Vilchez getoetst. Verweerder is gebleven bij de afwijzing van de aanvraag, omdat niet vastgesteld kan worden dat eiseres verblijfsrecht heeft op grond van dat arrest. Eiseres heeft niet gereageerd op het verzoek van verweerder van 27 april 2025 om informatie te verschaffen over de gezinssituatie. Wat vindt eiseres in beroep? 4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Eiseres voert in de gronden van beroep het volgende aan. Zij heeft de door verweerder in bezwaar opgevraagde stukken niet opgestuurd, omdat verweerder de meeste stukken al heeft en omdat het aan de Nederlandse ambassade in Ghana was om ter plaatse informatie op te vragen. Bij de aanvraag heeft referent namelijk al verschillende stukken overgelegd, waaronder paspoorten, aktes van erkenning, bewijzen van geldtransacties van referent aan zijn gezin en een verklaring van de school van de kinderen. Omdat eiseres de moeder is van de kinderen, is duidelijk dat zij de kinderen verzorgt en opvoedt. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen. 6. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres aangegeven dat het – anders dan in de bezwaarfase aangegeven – de bedoeling van eiseres en referent was om een visum kort verblijf aan te vragen. Eiseres wil namelijk met de kinderen op vakantie komen in Nederland. Gemachtigde heeft daarom ter zitting gevraagd of verweerder op basis van die informatie een nieuw besluit zou willen nemen. Enkel omdat verweerder niet ter zitting aanwezig was, heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld schriftelijk aan te geven of hij bereid zou zijn het bezwaar opnieuw te behandelen in het kader van een visum kort verblijf. Verweerder heeft in zijn reactie van 12 augustus 2026 aangegeven daar niet toe bereid te zijn. Eiseres heeft namelijk in de bezwaarfase duidelijk aangegeven dat zij een faciliterend visum in het kader van het arrest Chavez-Vilchez heeft beoogd. De rechtbank volgt verweerder in dat standpunt. Verweerder is eiseres in de bezwaarfase tegemoet gekomen door het bezwaar in het kader van het arrest Chavez-Vilchez te beoordelen, terwijl de aanvraag oorspronkelijk zag op de afgifte van een visum kort verblijf. Dat eiseres in de beroepsfase weer een ander doel voor het visum heeft aangegeven, maakt niet dat het bezwaar opnieuw moet worden beoordeeld. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder het bezwaar niet opnieuw hoeft te beoordelen in het kader van een visum kort verblijf. 7. De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, beoordelen of verweerder het bestreden besluit op goede gronden heeft genomen uitgaand van het kader van het faciliterend visum Chavez-Vilchez. De rechtbank wijst erop dat het eiseres vrij staat om een nieuwe aanvraag in te dienen voor een visum kort verblijf, als zij dit wenst. 8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiseres geen faciliterend visum in het kader van het arrest Chavez-Vilchez hoefde te geven. Verweerder heeft zich namelijk deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres onvoldoende informatie heeft gegeven om vast te stellen dat zij verblijfsrecht heeft op grond van dat arrest. Verweerder heeft eiseres op 27 april 2025 in de gelegenheid gesteld om meer informatie en documenten te verstrekken. Verweerder heeft daarbij concrete vragen gesteld over onder andere de gezinssituatie en de plannen voor de vestiging in Nederland. Eiseres is in het geheel niet op deze vragen ingegaan. Het betoog van eiseres dat verweerder over de meeste nodige stukken al beschikte, slaagt niet. Uit de stukken die bij de aanvraag zijn overgelegd, volgt namelijk hooguit de identiteit van de betrokkenen en de financiële situatie van het gezin. Er volgt niet uit wat de band is tussen de verschillende gezinsleden, wat de woonsituatie is en wie de daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken voor de kinderen verricht. Het is in eerste instantie aan eiseres om haar aanvraag compleet te maken. Verweerder heeft het besluit voldoende zorgvuldig voorbereid door eiseres aanvullende vragen te stellen om inzicht te krijgen in de feitelijke situatie van het gezin. De rechtbank volgt eiseres ook niet in haar betoog dat de ambassade ter plaatse onderzoek had moeten doen naar de situatie van het gezin. De rechtbank vindt hierbij van belang dat de antwoorden op vragen die verweerder heeft gesteld – en ook nodig had voor de beoordeling van de aanvraag – bij uitstek kunnen worden gegeven door eiseres en referent. De rechtbank ziet niet in hoe de ambassade in Ghana hier een aanvullende rol in had kunnen spelen. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 september 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroepEen partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschriftsturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegdwaarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet wordeningediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indienerde behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan deindiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad vanState vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 10 mei 2017 (ECLI:EU:C:2017:354). Gelet hierop staat ook hoger beroep open tegen deze uitspraak.