Hoofdverblijfplaats terugwerkende kracht afgewezen, overeenstemming zorgregeling, vakantie- en feestdagenregeling
Rechtbank Den Haag 25 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:26986
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-09-2026
Datum publicatie
25-09-2026
Zaaknummer
C/09/704785 / FA RK 26-4585
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:26986text/xmlpublic2026-09-25T10:43:552026-09-17Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-17C/09/704785 / FA RK 26-4585UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLDen HaagCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26986text/htmlpublic2026-09-25T10:43:282026-09-25Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:26986 Rechtbank Den Haag , 17-08-2026 / C/09/704785 / FA RK 26-4585 Hoofdverblijfplaats terugwerkende kracht afgewezen, overeenstemming zorgregeling, vakantie- en feestdagenregeling
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 26-4585
Zaaknummer: C/09/704785
Datum beschikking: 17 augustus 2026 Hoofdverblijfplaats en zorgregeling Beschikking op het op 1 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader] , de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.L.A. Verburgt te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] , de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. Y.R. Roosch ’s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift van de zijde van de vader, ingekomen op 1 mei 2026; het bericht van 28 mei 2026, met bijlage, van de zijde van de vader; het bericht van 19 juni 2026, met bijlagen, van de zijde van de moeder; de brief van 17 juli 2026, met bijlagen, van de zijde van de vader; het verweerschrift van de zijde van de moeder, ingekomen op 21 juli 2026; de brief van 22 juli 2026, met bijlagen, van de zijde van de vader; het bericht van 22 juli 2026, met bijlage, van de zijde van de vader; de brief van 23 juli 2026, met bijlagen, van de zijde van de moeder. De minderjarigen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Op 27 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder, bijgestaan door haar advocaat en H. Abdulla als tolk;
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2008 tot [datum 2] 2021. Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] , [land 1] ;
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] , [land 1] ,
[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2012 te [geboorteplaats 3] , [land 2] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. Bij beschikking van deze rechtbank van 5 oktober 2021 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat het aangehechte divorce agreement met parenting plan deel uitmaakt van de beschikking. In het parenting plan van 27 augustus 2021 zijn de ouders onder meer overeengekomen dat: de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben; de zorg- en opvoedingstaken zo worden verdeeld dat de kinderen zes weken bij de moeder verblijven en één tot twee week(en) bij de vader; de vakanties als volgt worden verdeeld: gedurende de zomervakantie verblijven de kinderen vier en een halve week bij de moeder en vier weken bij de vader; gedurende de overige schoolvakanties verblijven de kinderen het ene jaar bij de moeder en het andere jaar bij de vader. Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat beide ouders in elk geval de Nederlandse nationaliteit hebben. Verzoek en verweer De vader heeft verzocht: voor recht te verklaren dat [de minderjarige 1] zijn hoofdverblijfplaats heeft bij de vader met ingang van 1 augustus 2025, althans de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] te wijzigen in die zin dat hij primair geacht wordt met ingang van 1 augustus 2025 zijn hoofdverblijf bij de vader te hebben en subsidiair met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift; de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] te wijzigen in die zin dat zij hun hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben; de zorgregeling te wijzigen, in die zin dat: - primair: [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] één week bij de moeder verblijven, gevolgd door drie weken bij de vader, waarbij het wisselmoment steeds op zondagmiddag tussen 13:00 uur en 14:00 uur is;
- subsidiair: in het geval de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] niet wordt gewijzigd, een co-ouderschapsregeling van kracht wordt, waarbij [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] drie weken bij de vader verblijven, gevolgd door drie weken bij de moeder, waarbij het wisselmoment steeds op zondagmiddag tussen 13:00 uur en 14:00 uur is;
- de vakantieregeling te wijzigen, in die zin dat er een 50/50- regeling zal gelden voor de vakanties en feestdagen, waarbij de moeder de kinderen in de even jaren de eerste vier weken van de (naar de rechtbank begrijpt:) zomervakantie heeft en de vader de laatste vier weken en in de oneven jaren andersom, met als wisselmoment zaterdagmiddag tussen 13:00 uur en 14:00 uur van het eerste weekend van de ouder die de kinderen de laatste vier weken heeft,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling
[de minderjarige 1]
De vader wil dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] met ingang van 1 augustus 2025 bij hem wordt vastgesteld omdat [de minderjarige 1] sindsdien feitelijk bij hem zou wonen. Nu [de minderjarige 1] zelf tegenover de kinderrechter heeft aangegeven dat hij sinds een jaar voornamelijk bij de vader woont en de moeder op de zitting heeft erkend dat [de minderjarige 1] vaker bij de vader verblijft dan bij haar, ziet de rechtbank aanleiding om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] bij de vader vast te stellen. De hoofdverblijfplaats kan niet met terugwerkende kracht worden gewijzigd omdat dit in zijn algemeenheid rechtsonzekerheid meebrengt en dit onwenselijk is. De rechtbank zal daarom de hoofdverblijfplaats van Wes per datum beschikking vaststellen. Wat de feitelijke zorg voor [de minderjarige 1] in de periode hiervoor betekent voor de kosten van [de minderjarige 1] zal in de alimentatieprocedure aan de orde komen.
[de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] Op de zitting hebben de ouders overeenstemming bereikt over de reguliere zorgregeling voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . De ouders zijn overeengekomen dat een co-ouderschapsregeling zal gelden, inhoudende dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] steeds drie weken bij de vader verblijven, gevolgd door drie weken bij de moeder, waarbij het wisselmoment op zondag tussen 13:00 uur en 14:00 uur zal plaatsvinden. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, nu zij dit ook in het belang van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] acht. Aangezien [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] evenveel tijd bij beide ouders zullen doorbrengen, is er geen reden om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] te wijzigen. De rechtbank zal het verzoek van de vader daartoe afwijzen. De vader heeft verzocht om de vakantieregeling te wijzigen. Gezien de leeftijd van [de minderjarige 1] ( [de minderjarige 1] wordt bijna 18) gaat de rechtbank ervan uit dat dit alleen geldt voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . De vader wil dat de vakanties en feestdagen gelijk tussen de ouders worden verdeeld, waarbij de kinderen in de zomervakantie in de even jaren de eerste vier weken bij de moeder verblijven en de laatste vier weken bij de vader, en in de oneven jaren andersom. De rechtbank zal de door vader verzochte regeling overnemen voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . In afwijking van het verzoek van de vader, maar overeenkomstig de reguliere zorgregeling, zal het wisselmoment steeds op zondag tussen 13:00 uur en 14:00 uur plaatsvinden. De overige feestdagen en vakanties zullen bij helfte worden verdeeld, nu de moeder daar geen verweer tegen heeft gevoerd. Beslissing De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 5 oktober 2021 en het daarin opgenomen divorce agreement met parenting plan van 27 augustus 2021 – : * bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] , [land 1] , de hoofdverblijfplaats heeft bij de vader; * bepaalt dat de minderjarigen:
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] , [land 1] ;
[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2012 te [geboorteplaats 3] , [land 2] ; steeds drie weken bij de vader verblijven, gevolgd door drie weken bij de moeder, met het wisselmoment op zondag tussen 13:00 uur en 14:00 uur; * stelt voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] een vakantie- en feestdagenregeling vast, inhoudende dat:
[de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] in de even jaren de eerste vier weken van de zomervakantie bij de moeder verblijven en de laatste vier weken bij de vader (met als wisselmoment zondag tussen 13:00 uur en 14:00 uur), en in de oneven jaren andersom; de overige feestdagen en vakanties bij helfte worden verdeeld, * verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; * wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Hokwerda als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 augustus 2026.