Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:26988

Zorgregeling, overeenstemming, dwangsom afwijzen

Rechtbank Den Haag 25 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:26988 text/xml public 2026-09-25T09:58:29 2026-09-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-08-17 C/09/705511 / FA RK 26-5022 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26988 text/html public 2026-09-25T09:56:04 2026-09-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:26988 Rechtbank Den Haag , 17-08-2026 / C/09/705511 / FA RK 26-5022
Zorgregeling, overeenstemming, dwangsom afwijzen

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-5022

Zaaknummer: C/09/705511

Datum beschikking: 17 augustus 2026
Zorgregeling
Beschikking op het op 19 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.J.W. Schuijlenburg te Leidschendam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L.C. de Jong te Woerden.

Als informant wordt aangemerkt:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen: Jeugdbescherming west.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoekschrift van de zijde van de moeder, ingekomen op 19 mei 2026;

het bericht van 26 mei 2026, met bijlagen, van de zijde van de moeder;

het bericht van 22 juli 2026, met bijlage, van de zijde van de moeder;

de brief van 22 juli 2026, met bijlagen, van de zijde van de vader.

De minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt.

Op 27 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

de advocaat van de vader;

[naam 1] en [naam 2] namens Jeugdbescherming west.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in persoon verschenen.
Feiten
De moeder en de vader hebben gedurende 20 jaar een affectieve samenwoningsrelatie met elkaar gehad, welke in 2024 is verbroken.

Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2022 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2023 te [geboorteplaats] ;

Tot voor kort hadden de ouders samen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 5] en had de moeder alleen het gezag over [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .

Bij beschikking van deze rechtbank van 31 maart 2026 is, voor zover hier van belang:

bepaald dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] ;

een verdeling van zorg- en opvoedingstaken vastgesteld, waarbij:

- ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geen vaste zorgregeling zal gelden;

- [minderjarige 3] een weekend per veertien dagen van vrijdag uit school tot zondagavond na het eten bij de vader zal zijn;

- [minderjarige 4] en [minderjarige 5] een zaterdag per veertien dagen in het weekend dat [minderjarige 3] niet bij de vader is, van 10:00 uur tot 16:00 uur bij de vader zullen zijn;

en waarbij de vakanties en feestdagen door de ouders onderling in overleg bij helfte zullen worden verdeeld.

Bij beschikking van deze rechtbank van 21 april 2026 zijn [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming West met ingang van 21 april 2026 tot 21 april 2027, is [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming West tot haar meerderjarigheid, zijnde tot [datum] 2026, en is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] bij de vader verleend met ingang van 21 april 2026 tot 21 oktober 2026.

Bij beschikking van deze rechtbank van 11 juni 2026 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 16 juni 2026 tot 21 april 2027.
Verzoek en verweer
De moeder heeft verzocht:

te bepalen dat de vader de in de beschikking van 31 maart 2026 van deze rechtbank bepaalde zorgregeling alsmede de na te noemen vakantie- en feestdagenregeling dient na te komen, op straffe van een dwangsom van € 200,- voor iedere dag dat de vader daarmee in gebreke blijft;

een vakantie- en feestdagenregeling vast te leggen, zoals omschreven in het petitum van het verzoekschrift,

een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Namens de vader is op de zitting verweer gevoerd.
Beoordeling
Zorgregeling

Op de zitting heeft de moeder voorgesteld de zorgregeling te wijzigen, in die zin dat [minderjarige 3] bij de vader verblijft een weekend per veertien dagen van vrijdag uit school (16:00 uur) tot zondag na het eten (19:00 uur) en dat [minderjarige 5] en [minderjarige 4] bij de vader verblijven het ene weekend (het weekend waarin [minderjarige 3] ook bij de vader verblijft) op zaterdag van 9.30 uur tot na het eten (19:00 uur) en het andere weekend op zondag van 9.30 uur tot na het eten (19:00 uur). Tijdens een schorsing van de zitting heeft de advocaat van de vader telefonisch contact gehad met de vader. De vader heeft ingestemd met voornoemde regeling.

De rechtbank zal conform de bereikte overeenstemming tussen de ouders beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich tegen deze zorgregeling verzet.

Vakantie- en feestdagenregeling

De moeder heeft verzocht om een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen. Zij is van mening dat de vader ook een deel van de zorg voor de kinderen tijdens de vakanties en feestdagen op zich moet nemen. Tot dusver is het de ouders niet gelukt om hierover afspraken te maken.

De vader heeft op dit moment geen eigen woning en verblijft bij zijn moeder. [minderjarige 4] en [minderjarige 5] kunnen daarom nog niet bij hem overnachten.

De rechtbank acht het van belang om een regeling omtrent de feestdagen en vakanties vast te stellen om op deze manier duidelijkheid te creëren voor de ouders en de kinderen. Voor wat betreft de feestdagen zal de rechtbank de door de moeder voorgestelde regeling overnemen.

Voor wat betreft de vakanties zal de rechtbank onderscheid maken tussen de periode dat de vader nog geen eigen woonruimte heeft en de periode daarna. Zolang de vader nog geen eigen woonruimte heeft, geldt dat [minderjarige 3] de gehele bouwvak (drie weken) bij de vader verblijft en dat [minderjarige 4] en [minderjarige 5] tijdens de bouwvak, in onderling overleg tussen de ouders, een paar losse dagen bij de vader verblijven. De overige vakanties moeten partijen in onderling overleg verdelen.

Vanaf het moment dat de vader eigen woonruimte heeft gevonden, zal de door de moeder verzochte vakantieregeling gelden, met dien verstande echter dat de kinderen in de zomervakantie gedurende de bouwvak (drie weken) bij de vader zullen verblijven.

Dwangsom

Nu de ouders overeenstemming hebben bereikt over de zorgregeling ziet de rechtbank geen aanleiding om een dwangsom aan de vader op te leggen en zal het verzoek van de moeder hiertoe worden afgewezen. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader de nieuwe zorgregeling zal nakomen.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 31 maart 2026 van deze rechtbank –

bepaalt dat:

de minderjarige [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats] , één weekend per veertien dagen van vrijdag uit school (16:00 uur) tot zondag na het eten (19:00 uur) bij de vader zal zijn;

de minderjarigen [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2022 te [geboorteplaats] en [minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2023 te [geboorteplaats] , het ene weekend (het weekend waarin [minderjarige 3] ook bij de vader verblijft) op zaterdag van 9.30 uur tot na het eten (19:00 uur) en het andere weekend op zondag van 9.30 uur tot na het eten (19:00 uur) bij de vader zullen zijn;

*

stelt de verdeling van de feestdagen en vakanties als volgt vast:

- [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] verblijven tijdens de feestdagen volgens het navolgende schema bij de ouders:

Oneven jaren

Even jaren

Pasen

1e paasdag: vader

2e paasdag: moeder

1e paasdag: moeder

2e paasdag: vader

Hemelvaart

Vader

Moeder

Pinksteren

1e pinksterdag: vader

2e pinksterdag: moeder

1e pinksterdag: moeder

2e pinksterdag: vader

Kerst

1e kerstdag: vader

2e kerstdag: moeder

1e kerstdag: moeder

2e kerstdag: vader

- zolang de vader nog geen eigen woning heeft verblijft [minderjarige 3] de gehele bouwvak (drie weken) bij de vader en verblijven [minderjarige 4] en [minderjarige 5] tijdens de bouwvak, in onderling overleg tussen de ouders, een paar losse dagen bij de vader, en moeten partijen de overige vakanties in onderling overleg verdelen;

- vanaf het moment dat de vader een eigen woning heeft verblijven [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] tijdens de vakanties volgens het navolgende schema bij de ouders:

Oneven jaren

Even jaren

voorjaarsvakantie

Vader

Moeder

meivakantie

1e week: vader

2e week: moeder

1e week: moeder

2e week: vader

zomervakantie

3 weken gedurende de bouwvak bij de vader en de overige weken bij de moeder

3 weken gedurende de bouwvak bij de vader en de overige weken bij de moeder

herfstvakantie

Moeder

Vader

kerstvakantie

1e week: vader

2e week: moeder

1e week: vader

2e week: moeder

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Hokwerda als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 augustus 2026.

Artikel delen