Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
Rechtbank Den Haag 25 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:27129
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-09-2026
Datum publicatie
25-09-2026
Zaaknummer
C/09/623028 / FA RK 21-8845
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:27129text/xmlpublic2026-09-25T15:10:302026-09-18Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-18C/09/623028 / FA RK 21-8845UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLDen HaagCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27129text/htmlpublic2026-09-25T15:10:012026-09-25Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:27129 Rechtbank Den Haag , 18-08-2026 / C/09/623028 / FA RK 21-8845 Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 21-8845
Zaaknummer: C/09/623028
Datum beschikking: 18 augustus 2026 Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstakenBeschikking op het op 21 december 2021 ingekomen verzoek van:
[de vader] , de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. Kuijer te Rotterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] , de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. van Donk te Rijswijk (voorheen: mr. R. Shahbazi). Procedure Bij de beschikking van 8 augustus 2025 van deze rechtbank is een informatieregeling bepaald en is de Raad voor de Kinderbescherming verzocht onderzoek te verrichten met de in de beschikking omschreven doelen en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen, de behandeling is aangehouden tot 15 januari 2026 pro forma. Iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de omgangsregeling c.q. de verdeling van zorg- en opvoedtaken en ook de proceskosten aan is aangehouden. De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook: het raadsrapport van 10 februari 2026, met bijlagen; het F9-formulier van 10 maart 2026, van de vader; het F9-formulier van 15 en 17 april 2026, met bijlagen, van de moeder. Op 21 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat; de moeder met haar advocaat;
[naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Beoordeling De rechtbank handhaaft alles wat bij genoemde beschikking is overwogen en beslist. Gezag Advies Raad
De Raad adviseert geen wijziging in het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Tijdens het raadsonderzoek is gebleken dat het de ouders niet lukt om zaken met elkaar af te stemmen. Zij communiceren al jaren niet met elkaar en het is niet de verwachting dat dit op korte termijn zal veranderen. Overweging rechtbank
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders samen het gezag over hun kind uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Het is duidelijk dat de verstandhouding tussen de ouders ernstig verstoord is en dat het de ouders op dit moment niet lukt om te communiceren en gezamenlijk afspraken te maken over de kinderen waardoor gezamenlijke gezagsuitoefening tot situaties kan leiden waarin de kinderen klem of verloren raken of anderszins in hun belangen worden geschaad. De afgelopen jaren is geprobeerd om door middel van hulpverlening, zoals parallel solo ouderschap, te werken aan de onderlinge verhouding tussen de ouders. De hulpverlening is echter niet volledig doorlopen waardoor geen duurzame verandering heeft plaatsgevonden. De rechtbank verwacht niet dat deze situatie op korte termijn zal verbeteren en zal daarom het verzoek van de vader afwijzen. Omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken Advies Raad
De Raad is van mening dat het belang van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zich op dit moment niet verzet tegen het contact met de vader. De oplossing tot een vorm van contactherstel ligt in de basis bij de ouders. De Raad vindt het van groot belang dat de ouders het volledige traject van Parallel Solo Ouderschap (PSO) doorlopen om vorm te kunnen geven aan hun ouderschap en elkaar op het gebied van de eerdere relatie kunnen loslaten. Op deze manier kan er rust en stabiliteit ontstaan waardoor de kinderen niet langer worden blootgesteld aan conflicten tussen de ouders. De moeder heeft aangegeven open te staan voor contactherstel tussen de vader en de kinderen indien zij omgang met de vader wensen. De vader vindt het contact met hen spannend en wenst hierbij hulp en ondersteuning. Hij staat open voor begeleide omgang. De Raad voegt daaraan toe dat de kinderen nieuwsgierigheid naar de vader tonen. Gelet op de bereidheid van de ouders voor begeleide omgang en de nieuwsgierigheid van de kinderen is de Raad van mening dat er toegewerkt moet worden naar begeleide omgang. De Raad benoemt daarbij dat het belangrijk is dat de moeder het contact met de vader vanuit een positieve insteek dient te stimuleren bij de kinderen; bijvoorbeeld door tegen hen te zeggen dat ze de vader langzaamaan kunnen leren kennen door contact met hem te hebben. De Raad verzoekt om de uitspraak ten aanzien van de omgangsregeling aan te houden voor een periode van negen maanden. De vader hoopt dat de Raad betrokken blijft in het zoeken naar hulpverlening en opstarten van de begeleide omgang, omdat de moeder niet vrijwillig zal meewerken. De vader stemt – indien de Raad betrokken zal zijn – in met een aanhouding voor de duur van negen maanden.
De moeder verzoekt de aanbeveling van de Raad voor aanhouding van negen maanden niet over te nemen, dan wel uitsluitend onder strenge voorwaarden. De moeder is bereid mee te werken aan het contactherstel zolang het welzijn van de kinderen voorop gesteld wordt. Ze merkt daarbij op dat het in het verleden moeilijk was om de kinderen te motiveren om mee te gaan voor een omgangsmoment met de vader. Overweging rechtbank
De rechtbank overweegt in de eerste plaats dat zij ervan uitgaat dat de beslissing om het gezag eenhoofdig bij de moeder te houden op dit front rust geeft, zodat de vader en de moeder hun energie kunnen steken in het mogelijk maken van contactherstel tussen de vader en de kinderen. In dit verband hebben beide ouders op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap met begeleide omgang. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding. De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject, uiterlijk 15 april 2027, tot welke datum deze zaak pro forma wordt aangehouden. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverlening kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Beslissing De rechtbank: *
wijst af het verzoek van de vader tot bepaling van gezamenlijk gezag; *
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader] , (de vader)
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder] , (de moeder)
wonende op een geheim adres, bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie; beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
- Kenniscentrum Kind en Scheiding, [adres] ;
- de Raad voor de Kinderbescherming; bepaalt dat de ouders de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren over het verloop van voornoemd traject; bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders; bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van deze beschikking, de rapportage en de relevante processtukken die na deze beschikking zijn ingekomen aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt; *
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad; *
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgang aan tot 15 april 2027 pro forma. Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, bijgestaan door mr. I.M. Kroon als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2026.