Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:27138

Vaststelling staatloosheid

Rechtbank Den Haag 25 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:27138 text/xml public 2026-09-25T16:01:00 2026-09-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-08-18 C/09/702858 / HA RK 26-221 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27138 text/html public 2026-09-25T16:00:37 2026-09-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:27138 Rechtbank Den Haag , 18-08-2026 / C/09/702858 / HA RK 26-221
Vaststelling staatloosheid

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: HA RK 26-221

Zaaknummer: C/09/702858

Datum beschikking: 18 augustus 2026
Vaststelling van staatloosheid
Beschikking op het op 3 april 2026 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker],
verzoeker,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F. Engelbertink in Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,

zetelende in ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- de brief van de Staat van 17 juli 2026, met bijlagen.

- de brief van verzoeker van 20 juli 2026.

Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen.
Feiten
De volgende feiten blijken uit het dossier:

- Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats].

- Verzoeker is op 25 september 2025 in Nederland aangekomen en heeft op 26 september 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel.

- Met ingang van 26 september 2026 is aan verzoeker een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, geldig tot 26 september 2030.

- Verzoeker is in het bezit van een Palestijns paspoort. Dit paspoort is onderzocht op echtheid en door Bureau Documenten van de IND en de Koninklijke Marechaussee positief beoordeeld.

- In de Basisregistratie Personen is verzoeker geregistreerd met de nationaliteit onbekend.
Verzoek en het advies van de Staat
Verzoeker verzoekt vast te stellen dat hij staatloos is.

De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.

Beoordeling

Vaststelling staatloosheid

Juridisch kader

Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, hierna: Wvs).

Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien haar niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.

Relevante landen

Verzoeker stelt tot oktober 2023 in Gaza te hebben gewoond en vervolgens via Egypte naar Turkije te zijn gereisd. Daar heeft hij tot 6 september 2024 verbleven. Toen is hij vertrokken naar Griekenland, waarna hij een jaar later naar Nederland is vetrokken. Nadat verzoeker in Nederland aankwam is hij naar België gegaan. Daar is zijn asielaanvraag afgewezen en is hij terug naar Nederland gegaan.

Gelet op de overgelegde stukken, zal de rechtbank de Palestijnse Gebieden, Turkije en Griekenland bij de beoordeling van het verzoek tot vaststelling van de staatloosheid van verzoeker betrekken. Gelet op het korte verblijf in Egypte en België zal de rechtbank deze landen niet bij de beoordeling betrekken. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verzoeker een andere nationaliteit kan hebben verkregen.

Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?

Gelet op de door verzoeker overgelegde documenten – welke documenten echt zijn bevonden door Bureau Documenten van de IND – in onderlinge samenhang bezien is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is. Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende.

Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen afkomstig uit de Palestijnse gebieden daarom als staatloos, tenzij zij nog een andere nationaliteit hebben.

Wordt verzoeker als onderdaan van Turkije beschouwd?

De regels ten aanzien van de verkrijging en het verlies van de Turkse nationaliteit zijn vastgelegd in de Wet op het Turkse staatsburgerschap (hierna: Stbw). Om via naturalisatie in aanmerking te komen voor de Turkse nationaliteit dient een vreemdeling gedurende vijf jaar voorafgaand aan de datum van het verzoek om naturalisatie ononderbroken in Turkije ingeschreven zijn geweest (artikel 11 Stbw).

Verzoeker heeft van 7 oktober 2023 tot 6 september 2024 in Turkije verbleven en heeft daar geen officiële verblijfsstatus gehad. De rechtbank volgt de conclusie van de Staat dat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Turkse nationaliteit heeft verkregen.

Wordt verzoeker als onderdaan van Griekenland beschouwd?

De verkrijging van de Griekse nationaliteit middels naturalisatie wordt geregeld in artikel 5 van de Griekse nationaliteitswet. Eén van de voorwaarden voor naturalisatie is dat een persoon minimaal zeven jaar voor het indienen van het naturalisatieverzoek wettig inwoner is geweest van Griekenland (artikel 5, eerste lid, aanhef en onder d van de Griekse nationaliteitswet).

Verzoeker heeft verklaard van september 2024 tot ongeveer september 2025 in Griekenland te hebben verbleven en heeft daar een verblijfsvergunning gehad. Met de Staat is de rechtbank van oordeel dat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Griekse nationaliteit heeft verkregen, omdat hij minder dan zeven jaar in Griekenland heeft verbleven en tevens niet is gebleken dat verzoeker onder één van de uitzondering zoals geformuleerd in artikel 5 van de Griekse nationaliteitswet valt.

Conclusie

De rechtbank stelt, gelet op het voornoemde, de staatloosheid van verzoeker vast.

De rechtbank stuurt, na het onherroepelijk worden van deze beschikking, een afschrift van de beschikking naar de woongemeente van verzoeker.
Beslissing
De rechtbank:

*

stelt vast dat verzoeker staatloos is.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 18 augustus 2026.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 687, nr. 3, pagina 42.

Artikel delen