Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
Rechtbank Den Haag 25 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:27161
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-09-2026
Datum publicatie
25-09-2026
Zaaknummer
C/09/708356 / JE RK 26-1159
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:27161text/xmlpublic2026-09-25T15:52:012026-09-18Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-18C/09/708356 / JE RK 26-1159UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLDen HaagCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27161text/htmlpublic2026-09-25T15:50:492026-09-25Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:27161 Rechtbank Den Haag , 18-08-2026 / C/09/708356 / JE RK 26-1159 Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/708356 / JE RK 26-1159
Datum uitspraak: 18 augustus 2026 Beschikking van de kinderrechter tot verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats]. 1Het verloop van de procedure1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 juli 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [naam] namens de gecertificeerde instelling. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een telefonisch gesprek gevoerd met de kinderrechter. Hierbij was de mentor van [minderjarige] op verzoek van [minderjarige] aanwezig. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter met de toestemming van [minderjarige] samengevat wat zij heeft verteld. 2De feiten2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. 2.2.
[minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 augustus 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 19 augustus 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 december 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 19 augustus 2026. 3Het verzoek en de gronden3.1. De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot de meerderjarigheid. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd. Sinds 18 december 2025 verblijft [minderjarige] bij [zorginstantie 1]. De zorgen over haar veiligheid en ontwikkeling zijn onverminderd aanwezig en deels toegenomen. [minderjarige] brengt zichzelf en soms ook anderen in gevaar. Zij zoekt contact met onbekende mannen en gaat regelmatig met hen mee, waardoor zorgen zijn over seksueel contact en mogelijk uitbuiting. Ook verlaat [minderjarige] soms zonder toestemming de groep, waarna zij een nacht wegblijft en het contact met de begeleiding verbreekt. Overdag verblijft [minderjarige] veel op haar kamer en trekt zij zich terug. Tegelijkertijd wordt gezien dat zij langzaam meer vertrouwen ontwikkelt in de begeleiding. Het lukt haar evenwel niet om haar behoefte aan nabijheid, ondersteuning en positieve aandacht te uiten. Dit maakt dat zij spanning ervaart en wanneer dit oploopt, heeft [minderjarige] moeite om haar emoties op een goede manier te uiten. Zij wordt dan agressief, vooral tegen spullen. Ook kan zij verbaal agressief zijn of dreigende uitspraken doen en recent heeft zij een fysiek conflict gehad met een jongere op de groep. Verder worden duidelijke signalen gezien van traumagerelateerde problematiek bij [minderjarige]. Zij laat momenten van dissociatie zien, waarbij zij stilvalt, lang voor zich uit staart, op onverwachte momenten lacht of moeite heeft om woorden te vinden. Het lukt haar dan beperkt om goed te reageren op haar omgeving. Het contact tussen de moeder en [minderjarige] is al langere tijd instabiel. Er zijn periodes waarin de moeder zich afzijdig houdt, het contact verbreekt of [minderjarige] blokkeert. [minderjarige] komt regelmatig verward, gespannen of emotioneel terug na contactmomenten met de moeder. Dat lijkt van invloed op haar gevoel van veiligheid, emotionele stabiliteit en haar zelfbeeld. [minderjarige] blijft verlangen naar erkenning en steun van haar moeder maar wordt hierin regelmatig teleurgesteld. Verder heeft [minderjarige] nog altijd de wens om te werken en om onderwijs te volgen. Desondanks lukt het haar nog niet om hierin stappen te zetten, waardoor zij weinig dag-structuur heeft. Zij heeft nu paardencoaching. De laatste tijd is het voor haar moeilijk om deze afspraken na te komen, enerzijds omdat haar problematiek complex is, anderzijds omdat [minderjarige] wisselend aangeeft wel of geen hulp te willen ontvangen. Het blijft noodzakelijk om passende traumabehandeling en specialistische ondersteuning in te zetten. Zonder het kader van een ondertoezichtstelling bestaat het risico dat [minderjarige] opnieuw uit beeld raakt bij de hulpverlening, dat zij zich onttrekt aan de noodzakelijke begeleiding en verder in onveilige situaties terechtkomt. Binnenkort start hulpverlening van [zorginstantie 2], begonnen zal worden met MST. Het is nog de vraag of interne behandeling bij [zorginstantie 2] nodig is vanwege de traumaproblematiek van [minderjarige]. Belangrijk is dat eerst een professionele band met [minderjarige] wordt opgebouwd. Verder zal de komende tijd focus moeten liggen op het vergroten van de veiligheid van [minderjarige], het beperken van risicovolle contacten, het inzetten van passende traumabehandeling, het versterken van haar emotie-regulatie en het realiseren van een stabiele dag-structuur. Van groot belang is dat zij wordt voorbereid op de overgang naar volwassenheid. [minderjarige] wordt over een aantal maanden 18 jaar oud; het is belangrijk dat onderzocht wordt of curatele, mentorschap en/of bewindvoering noodzakelijk is. 4De beoordeling4.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. Daartoe overweegt de kinderrechter het volgende. 4.2. Uit de stukken en de toelichtingen tijdens de zitting leidt de kinderrechter af dat er nog altijd ernstige zorgen zijn over [minderjarige]. Zij heeft ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt en er is sprake van traumagerelateerde problematiek waar nog geen behandeling voor is gestart. Zij is op vrijwel ieder gebied in haar ontwikkeling vastgelopen. [minderjarige] gaat al langere tijd niet naar school, worstelt met mentale problematiek terwijl zij haar emoties vaak niet op een goede manier kan uiten, en onttrekt zich regelmatig aan toezicht en begeleiding, waarbij het sterke vermoeden bestaat dat zij dan in gezelschap van (oudere) mannen is. [minderjarige] zou het graag anders en beter willen doen, maar het lukt haar niet altijd om (veilige) keuzes te maken die in haar belang zijn. Daar komt bij dat het contact tussen de moeder en [minderjarige] wisselend verloopt en de moeder haar regelmatig verwijten maakt, emotioneel belastende en kwetsende uitspraken doet en haar zelfs afwijst. [minderjarige] heeft het daar moeilijk mee en deze onvoorspelbare houding heeft een negatieve invloed op haar. De moeder lijkt niet in te zien dat haar woorden en haar gedrag schadelijk zijn voor [minderjarige]. De moeder is niet in staat - en uit de stukken lijkt te volgen dat zij ook niet bereid is - om zelfstandig de ontwikkelingsbedreigingen bij [minderjarige] weg te nemen. Er is nog een lange weg te gaan, en [minderjarige] is bijna achttien jaar. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer blijft onverminderd noodzakelijk om zicht te houden op de ontwikkeling van [minderjarige] en regie te voeren over de hulpverlening. De ondertoezichtstelling zal daarom worden verlengd. In de komende maanden zal ook, indien en voor zover dit in het belang van [minderjarige] is, bezien moeten worden wat er aan contact (in welke vorm dan ook) met de moeder mogelijk is. [minderjarige] heeft in gesprek met de kinderrechter verteld dat zij de dingen mist die ze vroeger met haar moeder en het gezin samen deed en dat ze het liefst weer gewoon contact met de moeder zou hebben. De kinderrechter heeft ter zitting benadrukt dat hierin een grote verantwoordelijkheid bij de moeder ligt, zij zal de samenwerking met de jeugdbeschermer moeten aangaan en zij is degene die het contact met [minderjarige] weer kan herstellen en dit op positieve wijze kan vormgeven. 4.3. De hiervoor besproken omstandigheden die hebben geleid tot ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige], en de complexe verstandhouding met de moeder en de systeemproblematiek leiden evenzeer tot de conclusie dat het in het belang van de opvoeding en verzorging van [minderjarige] noodzakelijk is dat zij uit huis geplaatst blijft. Terugplaatsing bij de moeder in de relatief korte nog resterende tijd tot aan [minderjarige]’s meerderjarigheid is geen optie. Op de huidige plek bij [zorginstantie 1] gaat het goed met [minderjarige]. Dit is voor haar een stabiele omgeving waar zij zich voldoende veilig voelt en hopelijk inmiddels ook voldoende vertrouwen heeft ontwikkeld om hulpverlening te aanvaarden. Die omstandigheden bieden [minderjarige] de best mogelijke voorwaarden om aan haar ontwikkeling toe te komen. De kinderrechter zal het verzoek dan ook toewijzen zoals verzocht. 4.4. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen tot de meerderjarigheid van [minderjarige], te weten tot [datum] 2027. 4.5. De beslissing tot de verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. 4.6. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5De beslissing De kinderrechter: 5.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [datum] 2027; 5.2. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [datum] 2027; 5.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026 door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.E. Klopper als griffier. De schriftelijke uitwerking daarvan is vastgesteld op 4 september 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW. Artikel 1:265c, tweede lid, BW. Artikel 2 Besluit gezagsregisters.