Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBDHA:2026:27167

Machtiging gesloten jeugdhulp

Rechtbank Den Haag 28 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:27167 text/xml public 2026-09-28T09:20:31 2026-09-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-08-18 C/09/709573 / JE RK 26-1289 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27167 text/html public 2026-09-28T09:19:43 2026-09-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:27167 Rechtbank Den Haag , 18-08-2026 / C/09/709573 / JE RK 26-1289
Machtiging gesloten jeugdhulp
RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/709573 / JE RK 26-1289

Datum uitspraak: 18 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige],

advocaat: mr. L.E. Buiting uit Gouda.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 juli 2026;

het nagezonden stuk van de gecertificeerde instelling, ontvangen op 3 augustus 2026;

de nagezonden stukken van de gecertificeerde instelling, ontvangen op 13 augustus 2026;

de nagezonden stukken van de gecertificeerde instelling, ontvangen op 14 augustus 2026;

de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 16 augustus 2026;

- het nagezonden stuk van de gecertificeerde instelling, ontvangen op 17 augustus 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

[naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;

[minderjarige], bijgestaan door zijn advocaat en ondersteund door zijn pleegmoeder als toehoorder.
1.3.
Voorafgaand aan de zitting heeft [minderjarige] een kindgesprek gevoerd met de kinderrechter, in het bijzijn van zijn advocaat. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
Bij beschikking van 26 juni 2015 van de rechtbank Den Haag is het gezag van de moeder, [de moeder], over [minderjarige] beëindigd en is de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] verblijft op dit moment bij zijn (voormalig) pleegouders.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] heeft een belast verleden. Hij is in het verleden gediagnosticeerd met een antisociale gedragsstoornis. [minderjarige] heeft tot 19 maart 2026 bij zijn pleegouders gewoond, maar is daar weggegaan na een ruzie waarbij hij de pleegouders heeft mishandeld. Hij is hier inmiddels ook voor veroordeeld. Hij werd toen geplaatst bij [zorginstelling 1] maar na de wenperiode ging hij zich onttrekken aan de zorg. Hij was meermaals vermist, soms ook langer dan vierentwintig uur. Aangezien [minderjarige] behandeling nodig heeft voor zijn emotieregulatie en onderliggende trauma’s is hij op een behandelgroep van [zorginstantie] geplaatst. Hier is hij ruim twintig keer ongeoorloofd afwezig geweest, liep hij nachten buiten en gebruikte hij dagelijks cannabis. Ook heeft hij meermaals aangegeven met een mes op zak te lopen voor zijn eigen veiligheid. Toen hij verbaal agressief was richting de groepsleiding van [zorginstantie] en hen met de dood bedreigde, moest hij vertrekken. Er is toen een crisisplek voor hem gevonden bij [zorginstelling 2], maar daar wilde [minderjarige] niet heen. Hij heeft daarop de toen aanwezige jeugdbeschermers ook met de dood bedreigd. Vervolgens is hij ruim vier dagen weggeweest, waarna de politie hem gevonden heeft op een woonboot met drie andere minderjarigen. Hij is toen met GGZ-vervoer naar [plaats] gebracht, omdat de aanwezige jeugdbeschermers het onverantwoord vonden om hem zelf te brengen. Hij is slechts vier dagen gebleven, waarna hij weer een periode vermist is geweest. Inmiddels verblijft [minderjarige] als noodoplossing bij de pleegouders, maar dit wordt onvoldoende veilig geacht voor [minderjarige] en de rest van het gezin. Duidelijk is dat er grote zorgen zijn over [minderjarige]. Hij vertoont forse gedragsproblematiek en begeeft zich in een crimineel circuit. Er zijn meerdere signalen binnengekomen dat hij klusjes doet voor dealers. Ook wordt hij in verband gebracht met de mishandeling van een dakloze vrouw op maandag 13 juli 2026. Daarnaast heeft hij aan de betrokken jeugdbeschermer verteld dat hij tijdens een eerdere langdurige vermissing zelf bedreigd is met een mes. Hij benoemde zelf bijna neergestoken te zijn. Er zijn grote zorgen dat hij zichzelf of een ander in gevaar brengt. Hij onttrekt zich aan de behandeling die hij nodig heeft om beter met zijn woede om te kunnen gaan. Gelet op de zeer zorgelijke situatie is een gesloten machtiging de enige mogelijkheid om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen en anderen te beschermen. De gecertificeerde instelling hoopt dat [minderjarige] bij [zorginstelling 3] geplaatst kan worden, maar het is nog niet duidelijk of en, zo ja, wanneer daar plek voor hem is.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
[minderjarige] heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek. [minderjarige] ziet in dat hij hulpverlening nodig heeft voor zijn problematiek. Hij wil ook meewerken aan behandeling. Als behandeling op dit moment alleen geboden kan worden binnen een gesloten setting, dan staat [minderjarige] daarachter. [minderjarige] zou dan het liefst bij [zorginstelling 3] geplaatst willen worden, omdat dat in de regio is. Ook hoopt [minderjarige] dat hij uiteindelijk weer bij zijn pleegouders kan gaan wonen. [minderjarige] vindt het nog wel belangrijk te benoemen dat niet alles uit de stukken klopt en dat sommige informatie van jaren geleden is.

5. De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling en veiligheid van [minderjarige]. [minderjarige] heeft al veel meegemaakt in zijn leven, waarbij er sprake is van onverwerkte trauma’s. Daarnaast is hij gediagnosticeerd met een antisociale gedragsstoornis. De afgelopen maanden zijn de zorgen over [minderjarige] fors toegenomen. Hij verbleef tot maart 2026 bij zijn pleegouders, maar kon daar niet langer blijven omdat hij de pleegouders had mishandeld. Hij is sindsdien op drie open groepen geplaatst, maar daar onttrok [minderjarige] zich telkens aan de zorg. Daarnaast liet hij in toenemende mate verbale en fysieke agressie zien. Verder zijn er grote zorgen over het sociale netwerk waarin [minderjarige] zich begeeft. Hij begeeft zich in het criminele circuit en is ook de afgelopen periode in aanraking gekomen met de politie. Zo is hij recent verhoord over een vermeende winkeldiefstal en zal hij nog verhoord worden over de vermeende mishandeling van een dakloze vrouw. [minderjarige] vormt door zijn gedrag niet alleen een gevaar voor zichzelf maar ook voor anderen. Gelet op de forse problematiek en het onttrekkingsgevaar is er op dit moment geen andere optie dan [minderjarige] gesloten te plaatsen. Binnen de gesloten setting krijgt hij de structuur, kaders en duidelijkheid die hij nodig heeft. Daarnaast is het noodzakelijk dat hij zo snel mogelijk start met de behandeling die hij zo hard nodig heeft. Het is positief dat [minderjarige] zelf begrijpt dat de gesloten plaatsing nodig is en dat hij mee wil werken aan behandeling. De kinderrechter zal het verzoek, waartegen geen verweer is gevoerd, dan ook toewijzen als verzocht.
5.3.
De kinderrechter machtigt de gecertificeerde instelling om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
<nr>6</nr>De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 18 augustus 2026 tot 18 februari 2027.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026 door

mr. A.P. Pereira Horta, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 31 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).

Artikel delen