Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling; overdracht naar vrijwillig kader mogelijk
Rechtbank Den Haag 28 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:27178
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-09-2026
Datum publicatie
28-09-2026
Zaaknummer
C/09/696284 / JE RK 25-2141
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:27178text/xmlpublic2026-09-28T09:17:312026-09-18Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-18C/09/696284 / JE RK 25-2141UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLDen HaagCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27178text/htmlpublic2026-09-28T09:17:012026-09-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:27178 Rechtbank Den Haag , 18-08-2026 / C/09/696284 / JE RK 25-2141 Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling; overdracht naar vrijwillig kader mogelijk
RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/696284 / JE RK 25-2141
Datum uitspraak: 18 augustus 2026 Beschikking van de kinderrechter
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over - [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. mr. S.O. Zengin uit Den Haag,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] . 1Het verdere verloop van de procedure1.1. Bij beschikking van 27 januari 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd tot 28 juli 2026. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden. 1.2. Vervolgens heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking van 9 juli 2026 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd tot 20 augustus 2026. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden. 1.3. De kinderrechter neemt nu ook de volgende stukken mee in de beoordeling: de voornoemde beschikking van 27 januari 2026 en de daarin genoemde stukken; de voornoemde beschikking van 9 juli 2026 en de daarin genoemde stukken;
- de briefrapportage van de gecertificeerde instelling van 31 juli 2026. 1.4. Op 18 augustus 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [naam] namens de gecertificeerde instelling;
- de moeder, bijgestaan door mr. D. Ata, in het bijzijn van mr. S.O. Zengin. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. 1.5. De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben geen mening gegeven. 2De feiten2.1. Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 27 januari 2026. 3Het verzoek3.1. De gecertificeerde instelling heeft bij verzoekschrift van 17 december 2025 verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Van dat verzoek resteren op dit moment nog ruim vijf maanden. 3.2. De afgelopen periode zijn de zorgen over de kinderen verminderd. Inmiddels is er sprake van een langere periode van stabiliteit in het gezin. De moeder heeft laten zien dat zij in staat is om een voldoende stabiel en voorspelbaar opvoedklimaat te bieden, waarbij het haar beter lukt om te kinderen duidelijkheid en begrenzing te bieden. Ook is de woning al langere tijd schoon, opgeruimd en passend onderhouden en is de financiële situatie gestabiliseerd. Binnen het gezin vinden geen ernstige escalaties of fysieke geweldsincidenten meer plaats. De veiligheidsafspraken worden nageleefd en hebben geleid tot meer rust in huis. Zowel moeder als de kinderen weten spanningen eerder te herkennen en maken gebruik van strategieën om escalaties te voorkomen. De intensieve begeleiding van 10 voor Toekomst is inmiddels succesvol afgesloten. Van belang is verder dat De Waag inmiddels betrokken is voor diagnostiek en behandeling van [de minderjarige 1] . Daarnaast is de moeder gestart met gesprekken met de regiebehandelaar over haarzelf en over de opvoeding van kinderen. De gecertificeerde instelling ziet dat het goed gaat met beide kinderen en dat een verdere betrokkenheid in gedwongen kader niet meer nodig is. De gecertificeerde instelling meent daarom dat het verzoek afgewezen kan worden zodat de hulpverlening in vrijwillig kader voortgezet kan worden. 4De standpunten4.1. De moeder voert verweer tegen het verzoek. Daartoe voert de moeder aan dat niet langer aan de gronden voor een ondertoezichtstelling wordt voldaan. De afgelopen periode is gebleken dat de positieve ontwikkelingen in het gezin zich hebben voortgezet. Er is sprake van een stabiele, bestendige situatie. Het gaat goed met de kinderen. In de thuissituatie is er meer rust en stabiliteit. De hulpverlening van 10 voor Toekomst is positief afgerond. [de minderjarige 1] volgt nog wel behandeling bij De Waag en de moeder voert daar ook gesprekken over de opvoeding van de kinderen. Dit kan in een vrijwillig kader doorlopen. Er is dan ook geen noodzaak meer om de gedwongen hulpverlening voort te zetten. De moeder verzoekt daarom het restant van het verzoek af te wijzen.
5. De beoordeling 5.1. De kinderrechter zal het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling afwijzen. Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. De kinderen zijn bij beschikking van 28 januari 2025 onder toezicht gesteld omdat er grote zorgen waren over hun ontwikkeling. De kinderen waren namelijk lange tijd blootgesteld aan veel instabiliteit en onrust, waar zij ernstig door zijn belast. Door de onderlinge spanningen en de conflicten tussen de ouders en door de eigen problematiek van de ouders is het hen destijds niet altijd gelukt aan te sluiten op de behoeftes van de kinderen en om hen de emotionele en fysieke verzorging en ondersteuning te geven die zij nodig hadden. Daarnaast waren er ook zorgen over de emotieregulatie van [de minderjarige 1] en de emotionele en fysieke veiligheid van [de minderjarige 2] . Met behulp van de betrokken hulpverlening en de inzet van het gezin is het inmiddels gelukt om een voldoende stabiele opvoedomgeving te creëren. De moeder is in staat om de kinderen de structuur, duidelijkheid en begrenzing te bieden die zij nodig hebben. Daarnaast weten de moeder en de kinderen beter hoe zij met spanningen om moeten gaan, wat ervoor heeft gezorgd dat er geen (fysieke) escalaties meer hebben plaatsgevonden. Met de kinderen gaat het goed thuis. Ook is de diagnostiek en behandeling van [de minderjarige 1] bij De Waag gestart. De moeder voert tevens gesprekken met de regiebehandelaar, onder andere over uitdagingen bij het opvoeden van de kinderen. Verder zal [de minderjarige 1] dit schooljaar starten bij School2Care. De zorgen over de kinderen zijn weliswaar nog niet volledig weggenomen, maar de kinderrechter is er voldoende van overtuigd dat die zorgen in een vrijwillig kader weggenomen kunnen worden. De moeder én de kinderen werken mee aan de hulpverlening en zien hier de noodzaak ook van in. Gelet op het bovenstaande is de kinderrechter van oordeel dat gedwongen hulpverlening niet langer noodzakelijk is. De kinderrechter zal het verzoek dan ook afwijzen. 6De beslissing De kinderrechter: 6.1. wijst het verzoek af. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026 door
mr. A.P. Pereira Horta, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 31 augustus 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.