ECLI:NL:RBDHA:2026:27343text/xmlpublic2026-09-28T10:33:022026-09-19Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-19C/09/704405 / FA RK 26-4363UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLDen HaagCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27343text/htmlpublic2026-09-28T10:31:252026-09-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:27343 Rechtbank Den Haag , 19-08-2026 / C/09/704405 / FA RK 26-4363 Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-4363
Zaaknummer: C/09/704405
Datum beschikking: 19 augustus 2026 Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken Beschikking op het op 16 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader], de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.D. Bakker te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder], de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Kartal te Rotterdam. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift. Op 5 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat; de moeder met haar advocaat;
[naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (Raad). Feiten Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats].
[minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder. Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit. Verzoek en verweer De vader verzoekt te bepalen: dat de zorg- en opvoedingstaken aldus verdeeld dienen te worden dat de minderjarige om de week van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de vader zal verblijven, waarbij de moeder de minderjarige op vrijdag brengt en de vader de minderjarige op zondag terugbrengt; dat iedere partij de eigen (proces)kosten zal dragen; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken en verzoekt dat er een opbouwende regeling wordt vastgesteld onder begeleiding, althans een zorgregeling die de rechtbank juist en redelijk acht, kosten rechtens en uitvoerbaar bij voorraad. Beoordeling Zorgregeling
De vader heeft verzocht een zorgregeling tussen hem en [minderjarige] te bepalen waarbij [minderjarige] om de week van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.0 uur bij de vader zal zijn. De moeder vindt het belangrijk dat het contact tussen [minderjarige] en de vader langzaam onder begeleiding wordt opgebouwd nu zij elkaar al een jaar niet meer hebben gezien. De moeder heeft daarvoor een concrete opbouwregeling voorgesteld. De rechtbank heeft op de zitting uitgebreid met de ouders gesproken over wat zich allemaal heeft afgespeeld tussen hen beiden en hoe het komt dat er inmiddels al een jaar geen contact is geweest. De moeder heeft weinig vertrouwen in de vader en de communicatie tussen hen beiden is verstoord geraakt. Tegelijkertijd is gebleken dat er langere tijd een regeling was waarbij [minderjarige] in het weekend naar de vader toe ging. De vader woont inmiddels samen met zijn partner en haar dochter [naam 2]. [minderjarige] had een goede band met [naam 2]. De vader heeft op de zitting laten weten dat hij instemt met het voorstel van de moeder om de omgang onder begeleiding op te starten volgens de door haar voorgestelde opbouwregeling. De rechtbank heeft de ouders er op gewezen dat dit betekent dat zij op een wachtlijst zullen komen. De ouders hebben daarom afgesproken dat er alvast gestart zal worden met telefonisch contact. De vader en [minderjarige] zullen met ingang van 12 augustus 2026 eenmaal per twee weken bellen op de woensdag om 17.00 uur. De rechtbank zal deze afspraak samen met de opbouwregeling opnemen in de beslissing, waarbij geldt dat de omgang in de eerste fase – afhankelijk van de beschikbaarheid van het omgangshuis – opde woensdagen zal plaatsvinden. Het is op de zitting duidelijk geworden dat de ouders niet op één lijn liggen, en dat het hen niet lukt om in het belang van [minderjarige] met elkaar te communiceren. Met de ouders is daarom gesproken over de mogelijkheid om een traject van ouderschapsbemiddeling te volgen. Beide ouders hebben de bereidheid uitgesproken om deel te nemen hieraan. De rechtbank zal de ouders daarom in de gelegenheid stellen deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap en omgangsbegeleiding, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding. De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient. Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] bij de vader zal zijn: in fase 1: gedurende een periode van zes weken eenmaal per week, indien mogelijk op de woensdag, voor één tot twee uur onder begeleiding; in fase 2: indien de begeleider positief rapporteert en [minderjarige] zich bij de contactmomenten veilig en ontspannen toont, gedurende zes weken eenmaal per week of eenmaal per twee weken voor enkele uren overdag, op de woensdag of zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur, met de mogelijkheid tot uitbreiding naar van 10.00 uur tot 17.00 uur; in fase 3: indien de onbegeleide dagcontacten goed verlopen en in overleg met de hulpverlening bezien, een volledige dag met daarna eventueel een overnachting; waarbij geldt dat de moeder [minderjarige] in fase 2 en fase 3 naar de vader brengt en de vader [minderjarige] naar de moeder terugbrengt; bepaalt dat de vader en [minderjarige], in afwachting van het opstarten van de omgangsbegeleiding, met ingang van 12 augustus 2026 eenmaal per twee weken op de woensdag om 17.00 uur belcontact zullen hebben; stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres, bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan de trajecten Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie; beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
- Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg; stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop, als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 19 augustus 2026.